Palmen, Connie Ik heb ...



IK HEB HET ANTWOORD NIET

Connie Palmen: een naam. Vanaf de verschijning van haar op¬zienba-rende boek 'De wetten' (eerste druk januari 1991, elfde druk augustus 1991) : een begrip.
De schrijfster (geb. 1955) is afkomstig uit een katholiek dorpje beneden de grote rivieren, St. Odiliënberg. Ze studeer¬de af in de Nederlandse taal- en letterkunde en in de filoso¬fie.

Hoofdpersoon in 'De wetten' is Marie Deniet, dertig jaar oud, die in Amsterdam filosofie studeert. De studie doet haar de literatuur ontdekken en biedt haar inzicht in de dingen des levens, maar onvoldoende.
Zij hongert naar wijsheid: hoe zit de wereld in elkaar en hoe mijn eigen persoonlijkheid ?
Zij wil 'De wetten' vinden die haar dat duidelijk maken. Het boek, een ideeënroman waarin gezocht wordt naar een wereldbe¬schouwing en naar een eigen identiteit, behelst de speurtocht naar de 'leermeesters' die haar de weg kunnen wijzen.
Zes curieuze mannen, de astroloog, de epilepticus, de filo¬soof, de priester, de fysicus en de kunstenaar maken in zes hoofdstukken hun entree. Ze komen spontaan haar leven binnen.
Elke keer weer gefascineerd door de wetten die zij vertegenwoordigen, gaat ze indringende gesprekken met deze mannen aan. Die Connie Palmen helder en origineel verwoordt.
De astroloog die de rij 'meesters' opent, zegt:
'Eigenlijk ben je maar op één ding uit: je wilt overal de schijn van afpellen en bij de ziel van de mensen en de dingen komen. Daar ben jij op uit, op het bezit van de ziel.'
Gaande van de astroloog naar de kunstenaar wordt haar emotio¬nele betrokkenheid steeds groter. Met de kunstenaar krijgt Marie Deniet een intense liefdesverhouding. Een liefde die haar velt: Ze begint te leiden aan een vorm van anorexia nervosa en stort op een zeker moment letterlijk ter aarde:
'Ik hou van hem, dacht ik, ik zal hem redden. Misschien is dat
mijn bestemming.'

Maar de relatie mislukt om allerlei redenen:

'Is het een wet van de echte liefde dat je bijeen bent en dan
weer uit elkaar gaat ? Het is een wrede choreografie, die van
de liefde. Ik hou er niet van. Aantrekken en afstoten, wie heeft ooit voorgeschreven dat het zo moet zijn?'

Op allerlei plaatsen in de roman wordt al duidelijk vooruitge¬wezen naar wat de uiteindelijke roeping van de studente blijkt te zijn, namelijk: schrijven. Om zodoende zichzelf en het bestaan zin te geven. Maar het schrijversschap is voor Marie Deniet ( Connie Palmen? ) een paradox:

'Wat het ook mag zijn wat je ermee wilt bereiken, liefde, troost,begrip, betekenis, om je wil door te kunnen zetten moet je juist zo ver mogelijk uit de buurt van anderen blijven en je volle¬dig afzonderen, terwijl het enige wat je in laatste instantie begeert iets is dat je alleen van anderen kunt krijgen.'

Als de grote liefde en de daarmee gepaard gaande tijdelijke vervulling van het leven verloren is, neemt de vrouw haar toevlucht tot het zevende personage: de psychiater.
In een lange monoloog zet zij haar situatie uiteen. De erva¬ring van de liefde is haar grootste schok:

'Sommige mensen worden zacht van de liefde en meegaand, ik niet. Ik werd woest en ging in de aanval. Hoe harder ik vocht hoe liefhebbender ik was.
Ik snap er niks van. Ik verslind de mensen, maar ik word ook wel degelijk door de anderen verslonden. Ik ben me doodgeschrok¬ken van de liefde.'

In het slothoofdstuk komt ook een verklaring voor van de omgang met de mannen, uitgezonderd de kunstenaar:

'Ik was niet op zoek naar liefde. Ik zocht de wetten.'
Die zijn, zoals zij het ziet, in het bezit van mannen, maar al
haar belangstelling voor wat zij wisten en inzagen verhinder¬de
een andere omgang en maakte haar onbereikbaar.
Bij de beeldend kunstenaar ging het niet meer om de wetten,
maar om de liefde die 'meer een weghalen dan een toevoegen' is:
'Bij hem was ik licht en eenvoudig, een simpele som van
mogelijkheden, die alleen maar bij hem opgeteld hoefde te
worden.'


Nu er niemand meer is, blijft het schrijven over.
De psychiater adviseert haar de geschiedenis op schrift te stellen. Dat doet ze. Maar zegt ze:

'Je moet jezelf doodmaken om te kunnen schrijven. Ik geloof dat
dat het is, dat het zo'n manier van leven is. Ik geloof dat de
astroloog gelijk had en ik alleen in de gemeenschap kan zijn
door iets anders dan mijzelf, door zelf afwezig te zijn.
Het is waar, ik haat paradoxen, ik verafschuw paradoxen.
Toch is het de enige wet waar ik werkelijk op stuit.
De paradox zit in de wet zelf.'
En:'Het is alsof mijn leven alles gemeen heeft met de literatuur.Het lijkt er zo op. In de literatuur heeft ook het minste woord betekenis en alles hangt met alles samen, net als in mijn leven,nu. En ik heb altijd gedacht, voordat het mij boven het hoofd steeg, dat ik het zelf deed, de verbindingen leggen tussen de uiteenlopende voorvallen, dat het een manier was om schoon¬heid te geven aan het leven en betekenis. Hoe kun je het anders zinvol maken?
Er komt alleen maar geen literatuur uit mij.
Het is de vraag of het wel goed is dat mijn leven lijkt op een
boek. Ik hoef helemaal geen romantisch leven, als ik maar in
staat ben om een boek te schrijven. Dat moet. Nu. Het is tijd.'

De intrigerende woorden van Samuel Beckett voorin het boek:

'Als ik val zal ik huilen van geluk' keert aan het eind terug
in de monoloog tegen de psychiater:

'Je kunt verlangen naar de val, naar het stoppen met leren,
blijven steken, ophouden met je te ontwikkelen.'

In het restaurant op perron 2b in Amsterdam, voor haar vertrek naar Weert, waar ze een lezing moest houden, had Connie Palmen even tijd om met mij van gedachten te wisselen. Ze peilde me;
keek vragend.

-Waardoor heb je je laten leiden bij het schrijven van zo'n
complex werkstuk?

"Ik heb een goede structuur in mijn hoofd. Met hoofdgedachten,
wensen, iets wat je wilt uitdrukken. De thematiek bed je
daar in.
Ik heb gedaan wat ik kon, dacht ik, toen ik het af had.
Tekorten zie je al vrij snel. Terwijl je schrijft merk je
beperkingen. Maar daar moet je je tevreden mee stellen."

-Een aantal mensen vinden het hoofdstuk van de psychiater
overbodig. Wat hen betreft had het boek na de kunstenaar mogen
eindigen.



-5-

"Mijn lezerspubliek ben ik gaan verdelen in degenen die vóór of
tegen de psychiater zijn. Ze vallen door de mand als ze tegen
zijn. Dan hebben ze de essentie niet begrepen. Ik heb affini¬teit met die mensen die veel van het laatste hoofdstuk houden.
De lezers die het eerste hoofdstuk met de astroloog lastig
vonden, begrijp ik goed. Maar ik dacht: ik laat ze toch niet te gemakkelijk mijn boek binnen komen."

-Je schreef eerst een paar korte verhalen. Was dat een aanloop
naar 'De wetten'?

"Ja. Mijn eerste verhaal was 'Afspraak' en werd gepubliceerd in
het literaire tijdschrift 'Optima' (1985). Vandaar uit werk je
door en is 'De wetten' een afronding van al het schrijven, dat
overigens ook fraaie brieven zouden kunnen zijn.
Ik heb anderhalf jaar van zeven tot vijf uur, behalve zater¬dags,dagelijks aan het boek gewerkt. Aan die vrije zaterdag had ik eigenlijk een hekel. Zondag was mijn favoriete werkdag.
Schrijven doe je vanuit een bezetenheid. Je gaat maar door.
Kiest er voor. Er is geen tijdschema voor, het valt samen met je leven."


-Moet literatuur volgens jou de eigen wetten schenden om
'literatuur' te zijn?

"Wetten variëren in tijd. De Romantiek en de genres hebben
bijvoorbeeld eigen wetten. Dat geldt ook voor mijn roman, die
wel een Bildungsroman genoemd wordt. Alle literatuur doet iets
met haar geschiedenis. Iedere schrijver heeft een historisch
bewustzijn van wat literatuur is. Heeft kennis van literaire
motieven. Doet er iets mee. Voor mij geldt dat het wetmatige
geschonden moet worden. Er kan geen tweede Dante zijn. Ik ben
origineel op de mestvaalt van de literatuur."




-6-

Dat was me nogal een uitspraak. Ze zei het alsof het een alledaagse opmerking was. Keek effen.

-Waarom heeft je boek zo'n geweldig succes?

"Ik heb het antwoord niet."

-Marie Deniet schreef aan de psychiater dat het leven een stuk
simpeler was toen ze nog in God geloofde. Geldt dat ook voor
jou ? En hoe zie je God dan nu?

"Als een raar soort verhouding tussen een persoonlijke en
algemene God. Ik zie het als een abstractie, een metafysische
grootheid die een ideaal vertegenwoordigt dat mensen moet
binden. Je moet dan geloven dat er iets in mensen zit, zo dat ze het goede, schone, rechtvaardige zullen nastreven.
Het is een animistisch idee dat ik over God heb. Ik moet me
ermee verhouden.

Op zondag 20 oktober spreekt prof. Jaap Goedegebuure, Neerlan¬dicus, met Connie Palmen in Theater De Lieve Vrouw te Amers¬foort, uitgenodigd door de Stichting Literair Amersfoorts
Café (SLAC). Aanvang: 14.00 uur.

"Zeg, hoe is zo'n optreden in Amersfoort ? Komen er veel mensen?
Ik vind het heerlijk om een performance te geven.
Lekker te relativeren en de zaal plat te krijgen."

'De wetten' wordt in het Duits, Engels, Zweeds en Italiaans vertaald; bovendien ontvangt Connie Palmen de tweede Europese prijs voor de roman van het jaar.
Ongetwijfeld zal ook haar boek met essays 'Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates' ter sprake komen. Het zal begin 1992 bij Prometheus verschijnen.

Ellen de Jong