Paemel, Monika van


DE VERMALEDIJDE VADERS IS EEN HEIPAAL, MAAR NU GA IK PAS ECHT SCHRIJVEN

Monika van Paemel, in 1945 geboren te Poesele in Oost-Vlaanderen stond mij op een stralende lentemorgen bij de stationsloketten in Mechelen op te wachten.
`Kom mee, stap in, we kopen stokbrood met vis en wijn. Je wilt toch wel eten ?

Dit is België, dacht ik, wat een verschil met het zakelijke kopje koffie in Nederland.
`Ik heb een pandje gekocht in de Jodenstraat om daar ongestoord te kunnen werken. Thuis lukt dat niet, dan word je te vaak gestoord met vragen als : Is mijn roze overhemd gestreken en ligt mijn bloesje klaar ?

We reden de oude Joodse buurt in,waar de tijd leek stil te staan.
`Hier is het. Het is een rommel hoor, sorry. Mijn broer helpt met verbouwen, hij is een groot aannemer, ik een klein schrijfster.`

Bescheiden Monika, dacht ik, terwijl we de wenteltrap beklommen, die naar haar lichte werkkamer leidde en uitzicht gaf op ommuurde tuinen, waar volop heesters bloeiden.
`Toch kan ik ook hier niet anoniem blijven, want hier tegenover woont een Joegoslavische vrouw, met van die felgekleurde rokken die me onlangs vroeg : Schrijft u nou de hele dag boeken ? Maar ach, laten we de glazen vullen en steek van wal.`

Omdat je je zo kwetsbaar opstelt, eigenlijk in al je boeken, heb ik het gevoel,dat ik je allang ken. Je debuteerde met : Amazone met het blauwe voorhoofd, bekroond met de prijs voor het `Beste Literair Debuut`, vervolgens verscheen De confrontatie, Marguerite en tenslotte De vermaledijde vaders ; is die eigenlijk uit de andere voortgekomen ?
`Ja, ik noem het in alle bescheidenheid een meesterwerk. Ik ben daarin naakter dan op de naaktfoto op de omslag van De confrontatie. Ik heb er vijf jaar gepassioneerd aan gewerkt en heb de heren die het voor het zeggen hebben, op allerlei niveaus en in verschillende situaties, stevig op de korrel genomen.
In Amazone met het blauwe voorhoofd was ik jong en naïef, het is het boek der verliefdheid. Ik heb het dan ook met argeloos plezier geschreven. In het najaar (1988) komt er waarschijnlijk een kort verhaal bij Meulenhoff van mij uit, maar ik ben een romanciëre, in de oude betekenis van het woord en al weer bezig met een roman over de gedesoriënteerdheid van deze maatschappij, met alle gevolgen van dien ook in persoonlijke relaties. Ik leg me volledig toe op het schrijven, maar zit ook in de redactie van de `Gids`. Als enige vrouw en als je dan nog Vlaamse bent, dan hoor je ze
denken : Dan moet ze wel intelligent zijn !
Ik leef in twee werelden.
Ben drie maal per maand in Amsterdam, het Nederlandse literaire
klimaat bevalt me goed en het Hollandse landschap adoreer ik.
Gek dat er zo weinig Nederlandse schrijvers zijn die over landschappelijk schoon schrijven. Hermine de Graaf kan ik noemen, maar meestal zijn ze zo psychologisch bezig en proberen hun gefrustreerde ik, al schrijvend te bevrijden.`

Ik was het met haar eens dat dat nogal ging vervelen en daarom vond ik - en dan vooral haar eerste en laatste boek - zo`n verademing, omdat ze iets universeels te zeggen heeft, zoals uit onderstaande citaten blijkt :

`Levenslang een fictie najagen. Tenslotte onherroepelijk dood. Sukkelaar die met hoge doelstellingen in zijn armen ligt. Het leven is een aaneenschakeling van details, van kleinigheden. Daarin iets volmaakts vinden, dat is de kunst. Vreugde is iets dat moet verzorgd worden. Nu, niet later. Zielig is het mensen te zien die altijd zo enorm hun best doen. Heel de week wroeten en `s zondags, dan mogen ze eindelijk na nog wat verplichtingen toch hun zin doen, en dan zullen ze eindelijk in de zon liggen. Wedden dat het regent ?`
En
`Je zal zien, op een dag ga je wat doen, iets maken of leren dat je bevalt, en dan komt er iemand waarvan je gaat houden, en die ook van jou gaat houden, dat is nog heerlijker, en je zal ontdekken dat je niet sterk kan zijn zonder ook zacht te wezen, en het zal zijn alsof de wereld weer helemaal opnieuw begint, en dan zal je nog wel eens ongelukkig worden, niet zo erg als nu, maar toch, daar valt niet aan te ontkomen, al zal het niet blijven duren als je niet wilt, want het komt er uiteindelijk op aan wat je wilt, en als je veel liefde hebt gekend zal je nooit meer bang zijn, dan doet het er niet meer toe dat je alleen bent vertrokken en de spoken je op de hielen zaten, heus het is mij ook overkomen, lang geleden toen ik geen ouders had en bang was voor treinen, veel banger dan jij je kunt voorstellen.`

Ze spreekt zoals ze schrijft, een waterval van woorden, associatief, bezield en vruchtbaar.

We gingen samen koffie zetten en praatten plotseling over persoonlijke aangelegenheden die me ontroerden, terwijl het buiten wat nevelig begon te worden en het licht langzaam wegtrok uit haar kamer.

Ze bracht me naar het station en vertelde en passant, dat ze een brief had gekregen van een jongen van twaalf jaar, die haar voor de televisie had gezien en schreef : Ik ga ook boeken schrijven en dan trouw ik met je !
Gelijk heeft hij.


Ellen de Jong - de Wilde

Baarnsche Courant, juni 1988