Natter, Bert (2008)



Baarnsche schrijver debuteert met imposante roman: Begeerte heeft ons aangeraakt

Zijn ze wel wie ze lijken?




De Baarnsche schrijver Bert Natter is oud-uitgever en journalist. Hij publiceerde 'Het Rijksmuseum Kookboek' en diverse jeugdboeken. 'Begeerte heeft ons aangeraakt', uitgave Thomas Rap, is zijn literaire debuut. De ik-figuur in de roman, Lucas Hunthgburth is conservator Oude Muziekinstrumenten. Hij is van slag sinds hij bij de vuurwerkramp in Enschede zijn beste vriend, kunstschilder Zwier, verloor. Na een onverwacht telefoontje van een man die hem een zeldzaam zeventiende-eeuws klavecimbel wil laten zien belandt de bijna veertigjarige Lucas in een voormalig klooster, Bethlehem, in Rottum, een gehucht in Groningen. Lucas treft niet alleen het klavecimbel aan maar ook een ontwricht gezin waarvan de vader bij een brand is omgekomen. Hij is getuige van een bizarre begrafenis en tijdens een diner maakt hij de gekste dingen mee. Maar vooral valt Lucas voor Dido, een van de dochters, een geniale maar gestoorde klavecimbelspeelster die de wonderbaarlijkste muziek maakt. De hartstocht ontvlamt. Ondertussen wil Dido's broer dat Lucas twee pauwen doodschiet die hij bij de begrafenis van hun vader moet opdienen.
Natter schrijft voor een paar tijdschriften en hij is bezig met een nieuwe roman, maar daarover later. Uit 'Begeerte heeft ons aangeraakt' (De Internationale, een strijdlied van de arbeidersbeweging) blijkt zijn belangstelling voor kunst, vooral die uit het verleden, en zijn liefde voor muziek.


Gesprek


Bert: 'Mijn vader werkte hier in Baarn bij een platenmaatschappij en er was altijd muziek in huis, allerlei soorten muziek. Ook gingen we als we ergens waren naar musea, en er werd flink gelezen, mijn ouders lezen nog steeds veel en van alles wat. Al die dingen heb ik dus meegekregen. Op school was ik altijd al goed in geschiedenis, ik kon me die materie moeiteloos eigen maken.'
Hoe kwam Bert tot schrijven en op het idee voor zijn roman die verschillende verhaallijnen bevat?
'Op Het Baarnsch Lyceum schreef ik al in de schoolkrant samen met Ronald Giphart, mijn beste vriend, en een paar anderen. Ik studeerde Nederlands, werkte voor een uitgeverij en kwam uiteindelijk in de journalistiek terecht. Maar al die tijd was ik bezig met schrijven, ik schreef zelfs een hele roman die ik uiteindelijk toch niet goed genoeg vond. Van het een kwam het ander: vanaf het jaar 2000 had ik veel aantekeningen gemaakt, die scène over die pauwenjacht bijvoorbeeld had ik al lang geleden geschreven. Op een gegeven moment was er een uitgever die benieuwd was naar een roman van mij. Toen ben ik echt van start gegaan en heb er een jaar aan gewerkt, met wat kleine journalistieke klussen ernaast. Een aantal ideeën voor deze roman zijn dus al oud. Maar de beschrijving van de ramp in Enschede schreef ik omdat ik met mijn vrouw naar het Twents museum ging. En dat staat naast de wijk Roombeek waar die ramp was. Zo zijn er allerlei gedachten in mijn roman verwerkt. Een van de hoofdgedachtes is een soort geniale gek, om het oneerbiedig te zeggen. En dat is Dido, de klavecimbelspeelster. Ik houd erg van die muziek en het gegeven van een geniale gek is wel oud, maar het zijn bijna altijd mannen, haast nooit een vrouw. Overigens lopen er in mijn verhaal meer figuren rond waar een steekje aan los is.'
Wat noemt Bert de rode draad in zijn boek? 'Het liefdesverhaal. Lucas heeft een getroebleerd verleden, daar komt de lezer pas langzamerhand achter en dat heeft te maken met de dood van zijn beste vriend. Hij ontkomt maar niet aan dat verleden, in het begin zijn er ook telkens flashbacks naar Enschede en zijn ouders. Uiteindelijk lijkt er dan toch een dwingend heden te komen, hij verzeilt in een vreemde situatie in dat voormalige klooster, en het lijkt alsof hij dan van zijn verleden kan loskomen. Er wordt niet meer teruggeblikt, maar hij raakt van de regen in de drup. Hij ontkomt blijkbaar niet aan zijn lot. Wat belangrijk is dat hij echt gaat voor dat klavecimbel, hij denkt opeens dat het iets heel bijzonders is, een grote ontdekking. Maar toch kiest hij, voordat zijn droom over zijn geliefde instrument in duigen valt, voor die ander, hij gaat Dido achterna. Hij laat alles achter zich en gaat een ongewis en misschien wel een fataal avontuur aan, aan het einde van het boek, dat ik overigens het eerst heb geschreven.'

Uitspraken

Bert: 'Op het eerste gezicht zijn veel figuren, niet alleen Dido, anders dan op het tweede gezicht, dat is ook een wezenlijk element in het boek. Bij al die mensen zit er iets van: zijn ze wel wie ze lijken?'
Over de liefde deed Bert een aantal uitspraken: 'Liefde was voor mij nooit een weg naar geluk geweest; liefde was het geluk zelf. Misschien klopte dat niet. Misschien was liefde geen doel, maar een middel. Een investering in geluk.' En:
'Onze bewegingen hadden niets van de wederzijdse begeerte waarmee verse geliefden elkaar uitkleden, het was een verbeten opeisen - het leek of we een oeroude rekening moesten vereffenen.'
'Als ik die regels schrijf ben ik Lucas, ik ben het natuurlijk niet zelf. Ik stop wel veel van mezelf erin. Die uitspraken passen goed bij Lucas, het zijn dingen die ik máák, en er goed over nadenk wat het effect ervan is als ik ze opschrijf. Ik wil graag dat het werkt zoals ik het bedoeld heb.'
Tijdens het schrijven van 'Begeerte heeft ons aangeraakt' had Bert al ideeën voor een nieuwe roman.
De ex van Lucas uit het boek is operazangeres en daar had Bert al eerder mooie scènes over geschreven. Maar hij dacht: 'Dat werkt verkeerd want ik wil dat alleen Dido heel bijzonder is. Die operazangeres ga ik nu gebruiken in mijn volgende boek, al is zij niet de hoofdpersoon. Een en ander speelt zich af in Baarn en er komt een operaregisseur en een dirigent aan bod. Het gaat over keuzes: kies je voor succes in je werk of voor het leven. Ik heb twee titels maar die geef ik nog niet weg.'
Hoe ziet Bert het componeren van een roman? 'Mijn dochter had een project over vlinders op school. Daar heb ik me een beetje in verdiept en dat kan je vergelijken met mijn bezig zijn. Je hebt eerst een eitje, dat is je idee en dan komt de rups die alleen maar eet, dat is het verzamelen van je materiaal. Dan kapselt die rups zich in, maakt een pop van zichzelf en is helemaal weg en ondertussen wordt het in die pop een vlinder. En dan komt die vlinder uit en vindt men het prachtig. Maar voor het zover was is daar een lange weg aan vooraf gegaan. Zo is het met schrijven ook. Je bent lang verstopt, je schaamt je bijna voor wat je aan het maken bent, je wilt niet dat iemand het inkijkt. En dan geef je het weg en zijn er lezers, mijn vrouw Hester las het eerst en later anderen. Dan vliegt het boek de wijde wereld in en kun je er ook niets meer aan doen.'
'Begeerte heeft ons aangeraakt' is een veelkleurige vlinder geworden, met kleuren als de pauwenogen van de trotse pauw die op de omslag van het boek prijkt.

Ellen de Jong

www.thomasrap.nl
www. bertnatter.nl