Mutsaers, Charlotte


IN EEN ROKJE RONDWERVELEN

Charlotte Mutsaers (Utrecht, 1942) studeerde Nederlands, ging daarna naar de Rietveldacademie in Amsterdam en werd schilde¬res, illustratrice en ontwerpster van boekomslagen. Ze gaf 12 jaar Nederlandse les en daarna 10 jaar schilderles (op de Rietveldacademie). Later ging ze schrijven en sinds 1985 doet ze dit full time:
'Een zin draag je langer met je mee dan een beeld. Ik heb nu eenmaal een grotere passie voor woorden en zinnen'.
Als schrijfster is ze onmogelijk in een hokje te plaatsen. In een interview (De Tijd, 1986) zegt ze: 'Ik heb me altijd in alles heel onafhankelijk opgesteld en heb me ook nooit met bewegingen in de kunst geassocieerd. Als ik niet meer onafhankelijk zou kunnen zijn, zou ik ongelukkig worden'.

In 1983 debuteerde ze met Het circus van de geest, (zinnebeeldige tekeningen met een verklarend rijm), daarna volgde Hazepeper, over de lotgenoten van de haas, de komkommer en Napoleon. Dieren spelen een grote rol zowel in Hazeper als in Het circus van de geest. Ook in het dagelijkse leven van Charlotte Mutsaers nemen dieren een belangrijke plaats in. Ze heeft een hond, Plume, en draagt onder andere de Anti-Vivisectie -beweging en Greenpeace een zeer warm hart toe.

Na Hazepeper verschenen de beeldverhalen Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw en Hanegeschrei, de roman De markiezin, en de essaybundel Kersebloed, waarvoor ze in 1992 de Jan Greshoff-prijs ontving en die zij opdroeg aan de nagedachtenis van haar hond Dar. Meer dan drie jaar werkte ze aan haar nieuwste roman Rachels rokje waarin ze opkomt voor de absolute hartstocht.
Al haar boeken zijn uitgegeven bij Meulenhoff.

De markiezin is opgebouwd volgens het principe van de skatsjok, een term uit de Russische volksmuziek, die een onverwachte sprong van majeur naar mineur (of afhankelijk van iemands visie, van mineur naar majeur) inhoudt. 'En het is deze skatsjok die ons steeds weer glashelder toont hoe het eraan toegaat:
-Iemand noemt je zijn beste vriend en steekt dan een vork in je hart alsof het om een lekker hapje ging.
-Jarenlang was je op zoek naar het landgoed uit je jeugd. Alle bomen blijken gekapt.

Beetje bij beetje bouw je je een leven op, maar het blijft doen alsof, want diep onder de grond spant alles samen om het zo vlug mogelijk weer op te blazen. Door het kleinste toeval - een schrijffout, een dwarrelend blad, een open koffertje, een naald -kun je al uit je voegen barsten'. Aldus Mutsaers in De markiezin.
Het is een boek waarin iemand probeert de sprookjesachtige wereld die vroeger in stand werd gehouden door de vader, ook in later tijd te handhaven (In Mutsaers boeken vindt men doorgaans een sympatieke vader en een onsympatieke moeder). De roman is een zoektocht naar veiligheid en intimiteit in een wereld waarin de dood voortdurend op de loer ligt.

Ik vond het een voorrecht dat ik een gesprek mocht hebben met een schrijfster waarvan ik niet wist dat ze zo allesomvattend kon schrijven. In haar boeken wordt zoveel gedacht, gevoeld, verbeeld, gezegd, verzwegen dat het schier onmogelijk is daar een samenhangend verhaal van te maken.
Dit nu is wel mijn taak en ik zal alles in het werk stellen enig inzicht in haar plooibaar oeuvre te geven, al durf ik er eigenlijk niet aan te komen.

Ik ontmoet haar in haar lekker rommelige werkruimte in Amsterdam waar haar hond Plume me allerhartelijkst welkom heet, bij beide voelde ik me direct thuis. Charlotte:

"Aan de ene kant kan het geven van een interview heel leuk zijn, zeker als je iemand treft die zich waarachtig heeft verdiept in je boek, zo vaak komt dat niet voor, dus dan is het leuk als je in de diepte over je boek kan praten. Alleen word je in je spontaniteit in zekere zin afgeremd, omdat je weet dat het naar buiten komt en omdat je je boek tenslotte ook naar buiten hebt gebracht en niet voor niks in juist die ene en speciale door-
en doordoorwrochte vorm, is dat een hachelijke zaak. Het is namelijk hachelijk om daar een soort uitleg achteraf aan toe te voegen. Het best kan een interview misschien nog dingen of problemen omcirkelen die al in het boek aanwezig zijn, in dit geval bijvoorbeeld de dood of het onvoorwaardelijk opkomen voor dieren. Over het boek zelf, wat bedoel je hiermee, wat bedoel je daarmee, daar bederf je echt dingen mee, want daar zou je op vastgepind kunnen worden, juist omdat ik zoveel dingen aanroer die volstrekt dubbelzinnig en zelfs tegenstrijdig zijn.

Je schrijft in 'De markiezin': In de wieg, wanneer je als baby te water wordt gelaten tussen 'twee gigantische klippen', die je ouders zijn, ontstaat al het plan om kapitein te worden 'van puur graniet' zoals later het verlangen 'naar een hemelhoog oorlogsschip dat zich met zijn loodgrijze flanken een weg breekt door de slapende stad'. Gepantserd door het leven?

"Ik zou graag gepantserd willen zijn op de manier van een dier, dus echt alleen maar van buiten, zodat bepaalde dingen er domweg niet doorheen kunnen. Ik wil geen eelt op m'n ziel krijgen, want dat vind ik een ramp voor een kunstenaar. Ik bedoel meer sterk over de hele linie. Puur graniet is anders dan gepantserd. Het is stoere taal, ik ben natuurlijk helemaal niet van graniet."

Je zegt in een interview (NRC '89): 'Elke roman is een autobiografie van het gevoel.' Wat moet een schrijver doen, of laten, om zich geloofwaardig te maken?
"Moet ik dat zeggen? Moeilijk, dat is eigenlijk een vraag naar het hele métier. Dat is mezelf een raadsel hoe dat gaat; het is voortdurend proberen en nog eens proberen en maar hopen dat jij het zo kan beoordelen zoals het op de ideale lezer zou kunnen overkomen, maar dat is heel moeilijk voorstelbaar en ingewikkeld, want je kan jezelf niet beoordelen en evenmin de kennis over jezelf even overboord zetten.

Het is toveren en als het lukt verbaast het je elke keer weer; als mensen enthousiast zijn over een boek van mij, dan ervaar ik dat altijd als een groot geschenk.
Niet om het complimenteuze, maar dat je blijkbaar in je bedoelingen bent overgekomen voor iemand. Ik ga er nooit van uit dat dat gebeurt, ook bij Rachels rokje niet. Ik dacht wel, voor zover ik dat kan beoordelen, dit is een heel moeilijk boek, in zekere zin dan, want het is niet ingewikkeld geschreven. Maar wat ik geprobeerd heb is ingewikkelde dingen in op het oog eenvoudige taal te vatten en daarin raakt men gauw verstrikt.


Je schrijft: van kind af aan heb ik het gevoel gehad dat alles wat ik zeg tegen mij kan worden gekeerd.
Heb je door het schrijven gemerkt dat er mensen zijn die zich zeer met je verwant voelen?
"Ja! ik heb naar aanleiding van Rachels rokje wel 10 brieven gekregen. En ook een zilveren zeepaardje en - uit België - een eierdopje in de vorm van een haasje. Het is fijn om cadeautjes te krijgen, en brieven, maar het leuke is dat het niet zomaar fanmail is maar dat die mensen mij dan bijvoorbeeld schrijven van wat voor literatuur ze nog meer houden en dat hun smaak dan overeen blijkt te komen met de mijne. Je denkt toch altijd in literaire families en daar maken lezers ook deel van uit en als dat dan bij elkaar blijft horen, dan is dat goed."

In Kersebloed, 22 stukken over de kachel als vriend, vorm en inhoud, over tegenstellingen, jeugdherinneringen: sprankelende, lichtvoetige en vaak humoristische essays, schrijft Mutsaers onder meer dat ontroering een levensgevaarlijk criterium voor literatuur is. Ze wil best ontroeren maar niet opzettelijk, de ontroering moet er als het ware vanzelf insluipen.

In een interview (Elsevier '90) heb je het over 'de erotiek van een tekst'.
"Dat is een term van Roland Barthes en daar bedoel ik mee dat
het ideaal is als een tekst zo betoverend is dat hij de lezer zo in vervoering brengt dat hij er van ondersteboven raakt; en dat moet ook nog eens een keer vanzelf gebeuren, ik zit nooit te denken als ik schrijf aan die ideale lezer of hoe kan ik 'm inpakken. Zoals je wel vrouwen hebt die een man verleiden, dat heb ik ook nooit gekund, dat verdom ik ook, om om die reden m'n rok op te tillen; je ziet 't toch vrouwen wel eens eventjes doen zo:
(Charlotte tipte haar rokje een paar centimeter omhoog, wapperde even met een bruin been). Dat kan ik niet opbrengen, daar heb ik teveel humor voor. Ik houd meer van onzichtbare verleiding, verleiding over de hele linie. Dat ze plotseling verleid zijn en ze weten zelf niet waardoor."

Je hebt ook gezegd dat je met schrijftaal wat meer mensen hoopt te bereiken dan in het gewone leven.
"Op avondjes waar je als schrijver optreedt wordt vaak gevraagd: Waarom schrijft u eigenlijk? Aan mensen met andere beroepen wordt dat maar zelden gevraagd, dus je hoeft daar geen antwoord op te geven. Dat neemt niet weg dat je dat bij jezelf ook wel eens denkt: waarom schrijf ik eigenlijk? Daarvoor zijn tientallen redenen. Mee zou mee kunnen spelen, als half bewuste motivatie misschien, dat je het idee hebt dat je eigen belevens- en gevoelswereld in geschreven vorm wellicht meer kans heeft om eens goed door te dringen als je schrijft. En je wordt ook niet onderbroken door mensen die verontwaardigd opvliegen of de vriendschap opzeggen. Je kan in gezelschap tenslotte maar niet alles zeggen, wat ik overigens heel raar vind. Ik zou niets kunnen bedenken wat iemand in mijn ogen niet zou mogen zeggen; en ik haat het eigenlijk om op m'n quivive te zijn, het past niet bij mijn karakter, fijn is dat dat met een dier niet hoeft. De morele tenen zijn in Nederland werkelijk kilometers lang! Vrijheid van meningsuiting, ho maar! Op straffe van uitsluiting moet je daar gewoon een beetje rekening mee houden. En dat rekening houden met betekent tegelijkertijd een enorme afgang, dus als schrijfster doe ik dat dan ook zo weinig mogelijk maar ik kleed het prettiger aan."

Rachels rokje is zo volstrekt autenthiek, en ingenieus in elkaar gezet dat het moeilijk is om het in woorden te vangen. Er zit vreselijk veel in en daarom heeft het ook de vorm gekregen van een rokje, omdat je niets kunt losmaken uit het geheel. Alles hangt plooi voor plooi met elkaar samen.(Het boek zal vertaald worden in het Duits En uitkomen bij Hanser Verlag wat Mutsaers zeer verblijdt).
Het verhaal is als volgt:
De 13-jarige Rachel Stottermaus wordt verliefd op de taalleraar Douglas Distelvink, oftewel Rokriem. Rachel geeft Distelvink dikwijls de naam Rokriem, de riem die naar haar gevoel de rok niet zozeer ophoudt, als wel omsingelt. De rokriem houdt de plooirok bij elkaar, zo ook is Distelvink de enige reden van Rachels bestaan. Dertig jaar later komt Rachel hem opnieuw tegen en haar verliefdheid is onverminderd. En dan gaat Douglas dood.. 'De mens is onbeschrijflijk onbeschrijfbaar, stelt ze in de proloog, evenals het dier, evenals het romanpersonage. Evenals het naakte bestaan. Maar gelukkig draagt hij een rokje. Hoe de textuur van dat rokje, waarvan hij zelf het middelpunt is, in levende plooien om hem heen hangt etc. Daar gaat het om, om dat rokje van taal waarmee wij onszelf kleden. De vraag welk rokje we aantrekken bepaalt wie we zijn, bepaalt hoe we de werkelijkheid zien. Rachels rokje heeft 37 plooien en ze willen alle 37 laten zien hoe bij Rachel de bliksem insloeg toen Distelvink in de deuropening verscheen. Het boek is een vurig pleidooi voor de eigen werkelijkheid, voor die in het eigen hoofd. Wat daar gedacht wordt, is waar. Geen wonder dat Rachel in het laatste deel van het boek, in zeven sessies, ondervraagd wordt door een paar rechters, vertegenwoordigers van de 'echte' werkelijkheid. Wat heeft ze met één en ander bedoeld? En vooral: wat is er precies gebeurd en waar, wanneer? Of ze alles maar even in de juiste volgorde wil vertellen, want met de echte werkelijkheid valt niet te spotten.
En die bestaat nu eenmaal uit gebeurtenissen.
Maar er is juist sprake van het 'non-event' van Rachels verhouding met Distelvink, een gebeuren dat niet gebeurde. Niet alleen om aan de normale werkelijkheid te ontsnappen, maar vooral omdat 'wat niet gebeurt ook niet voorbij kan gaan, met geen mogelijkheid, zodat je altijd kunt blijven hopen en fantaseren je leven lang'. Er is maar één gebeuren waartegen het hoofd niet is opgewassen: de dood. Als Distelvink sterft, worden de dingen plotseling echt. Vlak voor zijn dood zegt Distelvink schertsend:
'O, mocht ik maar als fiets in je voort blijven leven'.
Het is op een fiets dat Rachel uit het boek verdwijnt. 'Degeen die u voor u heeft is iemand anders', luidt de slotzin van het boek. Aan het woord is dan, zeg maar, de schrijfster, die zich al vaak met Rachel identificeerde:

'ik zal het van je over moeten nemen zusje van me, bliksemgekoosde, pasten onze rokjes niet als tweelingrokjes op elkaar, ik beloof je, ik zal zoeken, letter voor letter, lettergreep vor lettergreep, woord voor woord, zin voor zin, net zolang totdat je rokje opruist uit het alfabet'.
Dat is virtuoos gelukt, in een roman die de vervulling is van Rachels wens.

Je zegt dat je perse een boek wilde maken dat niet na te vertellen is.
"Eigenlijk vind ik dat je geen enkel goed boek kunt na vertellen. Toch wordt het vaak gedaan en daarom heb ik dat gezegd, in de hoop dat de mensen het zullen laten. Ik vind het uitdragen van de eigen belevenswereld, één van de belangrijkste dingen van een boek. Veel belangrijker dan de expliciete filosofie, die komt er, als het goed is, vanzelf wel in bij een nadenkend mens. Als dat je uitgangspunt is dan is het erg logisch dat je iets schrijft dat niet na te vertellen is, want het gevoel zelf is ook nooit na te vertellen."

Wat gaf je het idee je roman in 'plooien' te schrijven, inplaats van in hoofdstukken, er een rokje van te maken?
"Ten eerste ben ik een rokjesgek, ik heb wel 40 van deze rokjes. (Charlotte droeg een bruin rokje met witte stipjes en het golfde om haar slanke lijf). Dit is mijn ontdekking, want je kan ze moeilijk vinden. De enige die ze maakt is Sneaky Fox en die reist er de hele wereld voor af om de juiste, goed vallende, zacht ruisende, stoffen te kopen."

Toen gingen we als echte vrouwen praten over rokjes die elastiek van boven hebben en waarvan de stof soepel om je heen valt. Ik moest erom lachen, want hier zaten we middenin een interview en hadden het over dit soort zaken. Ik zei haar dat.
Charlotte:
Volgens mij doen we daarmee niks verkeerds. "Ik heb het in dit boek over samenhang en de inzet die iemand in zijn privé-leven heeft om rokjes op te sporen, werkt natuurlijk door in het schrijversschap. Dat zou eventueel ook de zin van een interview kunnen zijn dat het laat zien hoe belangrijk iemands dagelijkse leven is, niet alleen qua gebeurtenissen die dan zogenaamd gebruikt worden in het boek, maar gewoon de hele attitude hoe die doorwerkt bij het schrijven en dan bijvoorbeeld vanzelf in een geschreven rokje uitmondt. En dat je gezien hebt hoe fascinerend het is dat zo'n hellend zacht stofje met een elastiekje van boven op jouw lijf anders hangt dan op dat van een ander. Dat is de directe aanleiding geweest om m'n boek in plooien te schrijven. Bovendien kreeg ik van mijn man het boek Le Pli (de plooi) cadeau, waarin de Franse filosoof Gilles Deleuze probeert de barok te karakteriseren door middel van de plooi en ook dat gaf me het idee het zo te doen. Het is een mooi concept, de plooi, het kan echt alle kanten op, omdat ook het begin en het eind niet gegeven is, omdat ze uit elkaar voortkomen, je kan ze wel en niet tellen. Bij een rokje is het zo leuk dat het in de rondte gaat, het is nooit uit, ik hoopte dat m'n boek ook nooit uit zou zijn, dat iemand die het uit heeft meteen weer van voren af aan begint, omdat hij nou eenmaal in de mallemolen is geraakt en denkt: ik doe nog een rondje."

Charlotte Mutsaers schrijft beweeglijk, houdt van sprongen en zijwegen, details en associaties zijn haar lief. En dat alles in een perfecte taal. Eén passage wil ik u niet onthouden. Distelvink had niet zoveel op met Rachels rokjes, hij moest eraan wennen zei hij altijd, en dat vormde voor haar een uitdaging: 'Ik had zoiets van: wacht maar, voor jou zal ik een rokje maken dat zijn weerga niet kent, met een plooienval van hier tot aan de evenaar en een wervelend vermogen van minstens windkracht acht, een rokje dat je volledig mee zal zuigen, in zal wikkelen en waaraan je domweg niet ontkomen kan.'

Wat wil je dat Rachels rokje bij de lezer oproept?
"Dat hij door en door sterfelijk is en dat hij dat het beste kan pareren door in een rokje rond te wervelen."


Ellen de Jong-de Wilde