Michel, K.


Een goed gedicht is meer dan de samenvatting


K. Michel (1958) studeerde filosofie, debuteerde als dichter in 1990 met 'Ja! naakt als de stenen' en publiceerde vervolgens de verhalenbundel 'Tingeling & Totus' (1992). In 1994 verscheen 'Boem de nacht', dat bekroond werd met de Herman Gorterprijs 1995. Michel is redacteur van Raster. Michel's poëzie is vitaal, heeft klank en kleur. Hij zet vraagtekens bij vastgeroeste termen en begrippen en tracht verschijnselen opnieuw zintuigelijk te beleven in plaats van ze te benoemen:

De namen zijn ambtenaren.
Ze stoppen ons in ordners,
in grote laden.
De namen zijn douane.
Ze controleren op herkomst
op contrabande.
Daarna geven ze ons een stempel.


Niet alleen namen maar ook de media houden af van de oorspronkelijke beleving. Daarom vlucht Michel af en toe weg uit de bewoonde wereld:

Finito! Het gebabbel
het geoordeel en gedebatteer
Geen redactionelen meer, geen speeches, geen acht uur journaal
Exit de vermoeiende staanpartijen op feestjes en recepties
Weldadige rust op de handelsmarkt
De wereld zal baden in een onwerkelijk helder licht





Hij zingt een lofzang op de natuur, waar het verstand niet heerst maar de zintuigen:

Maar zie de vorm van de wolken in de lucht
Luister naar de groeiende bamboestengels
Zie het getal van de schuimkoppen in de zee
Kijk naar het gedrag van de gletscher

Laten wij ons dus allen ontkleden
Naakt als de stenen, de dieren in het veld
Het wegdek van verlaten wegen
Laten wij het licht van de wereld
Op de huid van onze lichamen ontvangen

Michel zoekt in zijn poëzie een weg in de wereld door de dingen van hun vanzelfsprekendheid te ontdoen: het leven ondergaan naakt als de stenen.


In zijn prozaverzameling Tingeling & Totus komen dezelfde thema's terug.

Een zoeken naar onbevangenheid.

"Die vraag bevat al een interpretatie, namelijk dat ik zou zoeken naar onbevangenheid. Ik heb geen bezwaar tegen die interpretatie alleen zo denk ik zelf niet na. Er zijn meer etiketten en bepaalde thema's die mensen in mijn werk zien waarvan ik me zelf niet zo bewust ben. Het woord
onbevangenheid komt nooit in me op net zo min als in me opkomt dat ik iets zou gaan schrijven waarin ik zoek naar onbevangenheid. Het probleem is dat het er al gauw op lijkt dat ik iets schrijf om dat thema te verwoorden. Maar ik begin helemaal niet te schrijven om een thema te verwoorden, ik begin te schrijven omdat ik een bepaald beeld mooi vind of een regel me obsedeert of een bepaald ritme spannend vind."

Wat betekent poëzie voor u?

"Het beurt me op, geeft me soms grond onder de voeten of geeft aan bepaalde dingen zin. "


Michel zoekt het wezen der dingen eerder aan de oppervlakte dan in de diepte: 'De verschijning is qualitate qua het wezen', schreef hij al in Ja! Naakt als de stenen. In Boem de nacht: 'zonder gebladerte geen wind/ zonder ijsbloemen geen vorst'.

Waar komt uw poëzie vandaan en wat probeert u allemaal in een gedicht te verenigen?

"U benadert het van de buitenkant alsof je een programma hebt van eisen, zoals bij het bouwen van een gebouw: er moeten zoveel kamers inzitten en het moet aan die funkties voldoen en daarna ga je het gebouw ontwerpen.
Bij mij is dat niet zo: ik ben meer iemand die bij zichzelf denkt:, kom dat is een mooie boom en daar kan ik een leuke plek bij bouwen om thee te kunnen drinken of om te kunnen schuilen tegen de regen en dan doe ik dat en bouw er vaak later nog eens iets anders bij. Op zo'n manier ontstaat het."


Houdt u er bij het schrijven rekening mee dat een vers klank en kleur moet hebben?

"Nee, want dan maakt u me te bewust. Als ik aan het fietsen ben denk ik ook niet: het moet er mooi uitzien, ik probeer gewoon goed te fietsen
zoals ik ook probeer een goed gedicht te schrijven. En een goed gedicht is meer dan de samenvatting."

Fysiek gevoel

"Ik begin gedichten meestal te schrijven in aantekeningenboekjes en vervolgens ga ik ze uittypen op een typemachine omdat je dan niet gestoord wordt door het geluid van de computer. Het overtypen daarna is nuttig omdat je het opnieuw door de machine moet halen en als het ware
het hele gedicht weer aftast. Op een gegeven moment ga ik, als de grote lijn er is, een aantal kleine details op de computer variëren want dan kun je snel zien hoe het eruit ziet. Vrijwel al mijn gedichten tellen tien à twintig versies en als ik geprobeerd heb alles eruit te halen heb wat erin zit ben ik fysiek verzadigd en laat ik het los.
Ik beslis dus niet: dat punt en dat punt klopt. Het heeft zuiver te maken met een fysiek gevoel van lome tevredenheid.

Michels nieuwste bundel 'Waterstudies' ontving de VSB - Poëzieprijs 2000 en de Jan Campertprijs.

De gedichten staan vol observaties, speelse invallen en beschouwingen. Net als in de realiteit klontert in het steeds verschuivende heden van deze poëzie alles chaotisch samen. Die werkelijkheid zelf is nu eenmaal chaotisch.

Een opvallend vers uit deze bundel is 'Vers twee':

Bij herlezing klinkt het als
een postcoïtaal gevoel van droefenis
tohoe wa bohoe, tohoe wa bohoe

Als je het hardop herhaalt
zie je landschappen zich ontvouwen
een novemberse zandplaat in de Waddenzee
de desolate vlaktes ten zuidoosten van Glen Coe
en ga je turf ruiken, leisteen
twee adelende hazen in de schuur

Vijf loeizware lettergrepen
met meer gewicht dan alle elementen tezamen
tohoe wa bohoe, de aarde woest en ledig
in de Hebreeuwse tekst van Genesis een vers twee


Wat ze moeten aanduiden is onvoorstelbaar
het begin voor het begin, een toestand zo oer
dat mijn buitenwijkverbeelding slechts
tekortschietende vergelijkingen voorhanden heeft


Ook Hollywoodiaanse aardbevingen
vloedgolven, orkanen en vulkaanuitbarstingen
moeten peanuts zijn vergeleken met de horror van toen


Misschien is de plotse stuiptrekking die
vlak voor je in slaap valt door je lichaam schrikt
een verre naschok van dat oorspronkelijke geweld


Een stuip die zegt:
er is slaap, er zijn dromen
loom drijvende, onder water wiegende
maar gedragen worden wij door geen grond


Waarom woorden als Hollywoodiaans, peanuts en horror in dit gedicht?

"Die soort woorden geven dit gedicht een zekere pit. Het gedicht bevat een gedachtengang maar naast die gedachtengang zijn er ook een aantal andere uitwerkingen. Hollywoodiaans is een gezwelachtig adjectief en aangezien het gedicht enigszins plechtig van toon is, werkt zo'n woord tegen de plechtigheid in en maakt het daardoor alleen maar levendiger, krachtiger.
En dat geldt ook voor de andere woorden."


Een prachtig beeldrijk gedicht vol beelden is 'Het magerebrugwonder':


De eerste twee boten passeerden vlot
maar de derde was een diep geladen aak
die zo traag naderde dat (cadeau Karin
pasta, room, boontjes, loodgieter bellen)

Plotseling doemt de aak dichtbij op
en zie ik dat hij geheel gevuld is
met water dat in springerige golfjes
uit het donkere ruim over de boorden stroomt


Boven de wachtende mensen
is de moeheid van de werkdag uitgegroeid
tot een bijna zichtbare tros tekstballonnen


Verwikkeld in gedachten en beslommeringen
zien we niet dat uit de aak
al het water van de Amstel opwelt
Incognito drijft de bron van de rivier voorbij


"Het gedicht ziet er uit als een plaatje. Maar ik vind het belangrijk om er op te wijzen dat het niet zomaar een snap-shot is die ik even heb gemaakt. Ik heb er wel op zitten werken om een mooi gedicht te krijgen. Je leest er snel overheen maar de eerste strofe staat in de verleden tijd en aan het einde ervan dwalen de gedachten af van de spreker en krijg je een wit-regel en dan staat er 'plotseling doemt de aak dichtbij op', dan ben ik in die wit-regel overgeschakeld op de tegenwoordige tijd, waardoor het meteen een stuk presenter en levendiger werkt. Het zijn kleine streken die ik daar uithaal waar je overheen kijkt. En het is dan weliswaar bijna een anekdote met een soort kleine moraal maar er is wel degelijk aan geschaafd en geschuurd door mij. Wat het betekent is minder belangrijk voor mij dan het beeld. Ik vind het beeld veel mooier dan de wandspreuk die je eruit af zou kunnen leiden. Kijk, een boot die zo diep geladen is dat hij bijna gelijk ligt met het water is een prachtig beeld, daar ging het me om. Ter accentuering plaatste ik er die vermoeide mensen die op de brug staan te wachten tegenaan. Er is geen sprake van dat ik hen iets zou verwijten want ze zijn aan het einde van een werkdag gewoon moe en dat geldt ook voor mij.
Ik spreek dan ook aan het einde over 'we'."

Ellen de Jong