Lieske, Tomas (1995)


Poëzie gaat nooit over iets dat honderd procent duidelijk is

Tomas Lieske te gast bij Poëziekring Eemland.
Tomas Lieske (pseudoniem, 's-Gravenhage, 1943) studeerde Nederlands en theaterwetenschappen. Hij was, voordat hij redacteur en poëziechroniqueur bij het literaire tijdschrift Tirade werd, lange tijd leraar Nederlands. De Haagse wijk Bezuidenhout, in de oorlog grotendeels verwoest door een bombardement, vormde het landschap van Lieskes jeugd.
In zijn debuut, de dichtbundel 'De ijsgeneraals'(1987) vindt men niet alleen de Haagse ruïnes van zijn jeugd weerspiegeld, maar zwerft men door vele hedens en verledens. Criticus Remco Ekkers in De Gids: 'De gedichten van Tomas Lieske zijn uniek. Ze zijn wonderlijk bizar, eigenzinnig, geestig: droombeelden van een dichter. De onderwerpen komen uit diverse tijden en plaatsen, waarbij de kennis van en belangstelling voor mythologische verhalen opvalt.
Op vrijdag 24 november 1995 komt Tomas Lieske uit eigen werk voorlezen in de kleine zaal van Theater de Lieve Vrouw, Lievevrouwestraat 13 in Amersfoort. Jef van de Sande zal hem inleiden. De avond begint om 20.30 uur.
Reserveren bij de kassa of tel. 033 - 4618864.

Na het veelgeprezen debuut verschenen de dichtbundel 'Een tijger onderweg' (1989), waarin onder meer Lieskes fascinatie voor dieren aan de
orde komt, een verzameling poëziekronieken 'Een hoofd in de toendra' (1989) en het bekroonde prozadebuut 'Oorlogstuinen' (Geertjan Lubberhuizenprijs 1993). Geweld is het centrale thema in Lieskes poëzie. In zijn gedichten duikt het in vele vormen op. In 1993 verscheen zijn bundel gedichten 'Grondheer' en in februari j.l. zijn roman 'Nachtkwartier' (Querido).
Voor Tomas Lieske koffie inschonk vroeg hij me of ik allergisch voor katten was. Er liepen twee katten in zijn kamer rond. Ze gaven me direct kopjes. -Nee, daar heb ik gelukkig geen last van, ik houd bovendien van hen.
Lieske voert in 'De ijsgeneraals' scènes op. Personages van uiteenlopende aard worden neergezet in een situatie, en die worden vervolgens met allerlei levendige details aangekleed en uitgewerkt.
-Een typerende, herhaaldelijk voorkomende situatie is die van een personage dat van begin tot eind op het punt van vallen staat. 'Je valt altijd in de poëzie', is een regel uit één zo'n gedicht.

Wat heb je met 'vallen'?
"Spannend vind ik die situaties waarbij een dreiging ontstaat waarvan je van tevoren niet weet of die zich voltrekt of niet. Vallen staat natuurlijk ook symbool voor mislukken in het leven, 't vallen in de zin van: Je probeert iets te bereiken in je leven, carrière, gezin of in je huwelijk en dat lukt dan niet. En dat wordt geconcretiseerd door een aantal situatiegedichten te schrijven waarbij iemand inderdaad valt. Het slagen van een situatie levert iets moois op, maar het mislukken van die situatie levert iets tragisch op, iets resoluuts, doodgaan of iets dergelijks. Hoe sterker die situaties op elkaar geschroefd worden, hoe beter het is. Naar dat soort elementen zoek ik. In die bundel gaat het ook over situaties in hotels en in restaurants (daar wijst de titel op) en daarin gaat het over mensen die zich begeven in een situatie die met heel veel show en fanfare is omgeven, ze wanen zich bijzonder, maar ze weten dat het buitenkant is en dat als die buitenkant doorgeprikt wordt, ze dan, platgezegd, op hun bek gaan. Dat is een ander soort vallen, wat me ook bezighoudt."
-Criticus Guus Middag zegt: 'Het is een verrassend debuut van een dichter die niet met zichzelf overhoop lijkt te zitten, maar met de werkelijkheid die hem regelmatig visioenen bezorgt van verloren tijden en culturen.
Vind je dat juist?
"Ja, ja." Lieske knikte bevestigend.
Lieskes tweede bundel 'Een tijger onderweg', is zeer gevarieerd.
Er is een weergave van dagelijks leven (Ik laat de trommels draaien in een wasserette) en erotische poëzie (Als ik je toespreek, til jij je aangelichte rokken,/als ik je kus, staak jij de onthulling van je haar). Er zijn klassiek getinte gedichten en er zijn gedichten (zoals de titel suggereert) waaruit fascinatie voor dieren spreekt.
-Vanwaar die fascinatie?
"Veel mensen vinden dieren intrigerend, dat is niets bijzonders. Maar ik gebruik die fascinatie voor dieren, om er mee te laten zien dat dieren geen enkele behoefte hebben zich anders voor te doen dan ze in werkelijkheid zijn, een behoefte die bijna alle mensen wel hebben. Mensen lopen altijd het risico dat hun aspiraties, hun show doorgeprikt wordt en dieren nooit.
En die eerlijkheid van dieren, voorzover je daarvan praten kan, want dat is een term die voor mensen van toepassing is, kan ik prachtig tegenover die binnen- en buitenkant van mensen stellen."

Verhaal
-Criticus Tom van Deel zegt: De poëzie van Lieske is veel woorden.
"Ik wil, zowel in mijn verhalen als in mijn gedichten, iets bereiken, en wil gedichten schrijven waar een element van een verhaal inzit, hoe klein ook. Ik kan een langer gedicht schrijven waarbij het verhaal een belangrijk element is en waarbij ik toch, naar ik meen, niet uit het oog verlies waar het om gaat. Waar ik in beperk, waar ik in kap, is niet in de lengte van het gedicht. Waar ik wel in kap? Dat is in beschrijvingen van wat er gebeurt in zo'n verhaal. Als je leest hoe zo'n verhaal loopt dan blijkt dat er gaten in die verhaallijn zitten. Die vind ik niet nodig om in te vullen, dan zou het een echt verhaal worden."
De derde bundel van Lieske, 'Grondheer', bestaat uit drie delen. Het eerste bevat sfeerrijke en navrante bespiegelingen over het schildersbedrijf; het tweede bestaat uit liefdesgedichten, die vermomd zijn als natuurgedichten; en in het derde gedeelte lopen verschillende dingen door elkaar heen.
-In je afdeling liefdesgedichten wordt in een aantal gedichten een 'jij' vergeleken met een ongebruikelijk soort dier als galwesp en egelvlo. Waarom dat soort beestjes?
"Het is niet zo origineel om een geliefde te vergelijken met pluisbeestjes als teddyberen en panda's. Dat is één ding. Het tweede is dat behalve de bekende dieren en de dieren die een grote aaibaarheidsfactor hebben, zoals Kousbroek zegt, er veel andere dieren zijn die wel degelijk een grote pracht en een mooie funktie hebben en die zijn minstens zo interessant en dan kom je bij dieren die over het algemeen niet gezien worden als aantrekkelijk omdat ze behoren tot de kleine kriebelende wriemelende beestjes. Maar ik vond het een uitdaging om juist die dieren te gebruiken."
-Geweld is een centraal thema in je poëzie.
"Waarschijnlijk omdat je altijd schrijft over de dingen die je bezighouden en om je heen gebeuren.

Dat kan heel direct, je kan schrijven over iets dat in de krant staat, maar ook heel indirect, over de tijd van nu. Ik vind geweld een belangrijk aspect van deze tijd. En macht. Macht in huwelijken en relaties bijvoorbeeld; dat soort geweld zit ook in mijn bundels en in mijn proza." Lieskes stem bleef strak, ook zijn gezicht toonde geen emotie. Misschien iets in zijn ogen, dat op kwetsbaarheid leek.

Je zegt: Wie alles van zichzelf prijsgeeft kan niet dichten, wat alles prijsgeeft is geen gedicht. Dat is nogal een bewering.
"Ja. Wanneer je voor honderd procent duidelijk weet wat je wilt zeggen en je krijgt het ook voor honderd procent duidelijk op papier, dan is het geen gedicht meer, zelfs geen literatuur, omdat het dan een oplossing is van een algemeen probleem of een sociaal proleem of wat dan ook. Een gedicht heeft altijd te maken met een factor onuitspreekbaarheid, geheimzinnigheid, in poëzie zelfs versterkt, waarvan je denkt: Ik kan het niet onder woorden brengen, maar ik probeer het toch. Poëzie gaat nooit over iets dat honderd procent duidelijk is. Dan is het niet goed."

Het is voor jezelf ook niet duidelijk.
"Je weet wel precies wat je schrijft, maar het is zelden zo dat je na afloop zegt: Ja, dat is het helemaal. Als dat het helemaal is, kan je stoppen. Waarom zou je dan nog doorgaan? Het zijn altijd horizonten achter een horizon waarvan je denkt: Die is nog duidelijker, die is nog dichter bij datgene wat ik eigenlijk wil zeggen. Je komt nooit precies waar je wilt. Het zijn altijd pogingen, ieder gedicht is een poging om iets wat niet onder woorden gebracht kan worden, onder woorden te brengen."

Ellen de Jong-de Wilde.
Tomas Lieske in zijn kamer. Foto: Ellen de Jong.

De eerste adem
van de wind die nog lauw is,
die de bloemrozetten aan de lome bomen
nauwelijks draait of uit doet stuiven,
de eerste trilling uit de zee
die nog ver is, de vlaag
die nog niet het droge zout vervoert.

Ik kom bezweet voorbij een heuveltop
en voel de koelte waar ik naar verlang.
Jij bent een zuidenwind die geuren waait,
jij bent een zwoele bries die prikkelend
mijn hals om gaat, die mij de slapen streelt
en de natte haren van de huid op steekt.

Uit: Grondheer.


Heer van lak
en grondverf, meester van dit schildersbedrijf
van liefdevol strijken over de posten van deuren
als waren het houten dijen, van blozend kleuren
met zachte kwasten van roofdierharen,
branden, schaven en met de vingertoppen schuren,
van glad als tot kunststof trekken van de lakken
in duizenden tinten.

Dit bedrijf, dit gehoond ambacht
dat achteloos over de tong gaat, dat bloeit
in de stilte, dat beeld aan beeld rijgt,
kleur na kleur opzet. Ik sta op de steiger,
de kwast smaakt naar de fabriek die het gras
doet verdorren, boven mij zijn armen
die driftig manen niet te talmen
op de ritmisch zwiepende sporten.

Uit: Grondheer.