Lieshout, Ted van


Je moet vanuit je eigen kunstenaarschap schrijven

In een rustige locatie tegenover het hoofdstation Amsterdam – gelukkig geen storende muziek of het sissende geluid van een koffiezetapparaat – feliciteer ik dichter en tekenaar Ted Van Lieshout (Eindhoven, 1955) met zijn recent verschenen 'Mama! Waar heb jij het geluk gelaten?', gedichten en prenten uitgegeven door Leopold. Het ligt naast ’m op tafel. Hij legt er liefdevol zijn hand op. Het is een juweel van een bundel. Vol poëzie vertolkt die de band tussen moeder en zoon die nogal eens wisselvallig is. En dat levert prachtige gedichten op, zoals het openingsvers bijvoorbeeld een staaltje van subtiele kunstzinnigheid is:

Mooie dag

Lieve moeder, wie
is er weer voor dag
en dauw opgestaan

om speciaal voor jou
op blote knietjes
de lucht stukje voor

stukje zo heerlijk
stralend lichtblauw
in te kleuren, zonder

ook maar ergens een
wolkje wit te laten?
Juist ja, je kind.

Van Lieshout, ooit leraar op een kunstacademie, is behalve dichter ook tekenaar. Hij heeft een enorme productie. Zo verschenen onder meer 'Kind te huur', 'Stil leven', 'Jij bent mijn mooiste landschap', 'Papieren Museum 1' en 'Papieren Museum 2' en 'Goochelaar'. 'Mama! Waar heb jij het geluk gelaten?' is zijn 31e boek, vertelt hij. Hij won Gouden en Zilveren Griffels en een Zilveren Zoen en illustreerde bijna al zijn boeken eigenhandig. Op de omslag prijkt een veld vol kindertjes die de titel uitschreeuwen. Binnenin een verzameling puzzels. Met als opdracht: zoek het woord geluk. Maar er staan ook ontroerende gedichten in. Dit alles vergezeld van tekeningen, die hij vooral op de computer maakte, en fotobewerkingen. Achterin het boek legt Van Lieshout met veel enthousiasme uit hoe een en ander tot stand kwam en hoe je als lezer zelf zoiets kunt maken.


Wat verstaat Van Lieshout onder een literair kinderboek? "Ik moet het zelf goed vinden. Het moet beantwoorden aan mijn verwachting, aan mijn diepgang. In mijn eigen boeken breng ik ook altijd lagen aan. Het is helemaal niet gezegd dat kinderen dat er uit moeten halen, maar ik ben zelf een volwassene, ik moet er zelf plezier aan beleven. Als ik alleen maar een verhaal zou schrijven waar kinderen van genieten en geen volwassenen, ben ik tekortgeschoten. Het is nog steeds een ondergeschoven genre, dat zie je aan het aantal recensies dat minder en minder wordt. Mede doordat redacteuren liever literatuur voor volwassenen bespreken, daar het recenseren van kinderboeken op een lagere sport van de ladder staat."

Combinatie

Van Lieshout begon als illustrator en is daarna schrijver geworden. Toen hij dat eenmaal was, was hij dat vooral en minder tekenaar. "Nu merk ik dat ik weer meer neig naar tekenen. Ik vind het ook steeds leuker om een boek te maken dat een combinatie is van tekening en tekst, zodanig dat de tekening onderdeel wordt van de literaire waarde van het verhaal. Een voorbeeld: als een schrijver een boek schrijft over een blondine en een andere tekenaar maakt een omslag met een brunette, denkt de lezer, hier is iets verkeerd gegaan. Maar als ik schrijf over een blondine en ik teken een brunette, kan dat. Die verdieping kan ik aanbrengen."

Welk hoofdthema kenmerkt uw oeuvre?

"Relativering. Een recensent schreef onlangs over 'Mama! Waar heb jij het geluk gelaten?' in de NRC. Wat zij niet opmerkte was mijn gevoel voor relativering. Als ik iets droevigs schrijf zit er een vrolijke kant aan en omgekeerd."

De kinderen die Van Lieshouts boeken lezen moet wel gevoelig zijn voor poëzie, merk ik op. "Er zijn bijna geen volwassenen die van poëzie houden en datzelfde geldt ook voor kinderen. Ik moet ook niet verwachten dat men en masse naar de winkel loopt. Ik heb wel het voordeel dat volwassenen die van gedichten houden ook liefhebbers van mijn boeken zijn. Vaak is het ook zo dat ze een boek voor zichzelf kopen en als hun kind het dan leuk vind is dat mooi meegenomen."
De jonge lezer neemt Van Lieshout niet als uitgangspunt, maar zijn eigen wereld: "Het gaat over het kind dat we als het ware allemaal zijn. De dingen die ik meemaak en heb meegemaakt als kind, vind ik belangrijk om te beschrijven, omdat het geen particuliere gevoelens zijn. Iedereen kan ze hebben, zeker als het je overkomen is. Door zo eerlijk en oprecht mogelijk te schrijven heb ik ook de grootste kans dat mensen dat oppikken. Je moet vanuit je eigen kunstenaarschap schrijven. Er zijn schrijvers die denken: waar is behoefte aan, dan ga ik het daarover hebben. Dat worden nooit de beste kinderboeken. Het zijn vaak wel boeken die door kinderen dolgraag gelezen worden, maar ze zijn qua niveau niet zo geweldig. In mijn verhalen, anders dan in mijn gedichten, houd ik wel veel meer rekening met kinderen. Poëzie is nu eenmaal geen populair genre, waarom zou ik het proberen. Ik heb heus ook wat vrolijke versjes geschreven en die worden dan wel sporadisch in de bundels afgedrukt. Maar ik houd het liever bij mezelf, wat ik doe is in zekere zin het herscheppen van mijn jeugd. Niemand doet dat vanuit het kind zelf, ik wel. Als je het boek 'Kees de Jongen' neemt kun je duidelijk lezen dat de schrijver ervan iemand is die beter weet. Dat is het verschil tussen kinder- en volwassen literatuur. Een kind kan niet over zijn eigen leeftijd heen kijken. Als hij elf is weet hij niet hoe het is om twaalf, dertien of twintig te zijn. De schrijver van 'Kees de Jongen' weet wel hoe het is om ouder te zijn. Hij kan zijn eigen verstand niet voldoende uitschakelen om helemaal oprecht een jongen neer te zetten. En dat is wat ik min of meer probeer. Ik vond overigens Theo Thijssens boek heel goed hoor. Toch had ik de ergernis van: hier is een volwassen man aan het doen alsof hij een kind is."

U verklaart in uw boeken hoe uw illustraties tot stand zijn gekomen.


"Dat ben ik gaan doen omdat ik bang was dat kinderen de tekeningen niet leuk zouden vinden. Ik wilde uitleggen hoe je een gewassen tekening maakt. En dat viel in de smaak. Wat ik wil dat kinderen meenemen van mijn boeken op hun tocht door het leven? Daar houd ik me totaal niet mee bezig. Ik schrijf omdat ik er gelukkig van wordt. Het gaat om mijn geluk. En helemaal niet om andermans geluk."
Van Lieshout gniffelt, en vervolgt: "Ik moet zorgen dat ik in mijn leven een zo gelukkig mogelijk mens ben. En dat doe ik op deze manier en het is fijn dat er mensen zijn die daar ook van mee genieten. Al ben ik geen missionaris, ik probeer wel met mijn werk kinderen warm te maken voor beeldende kunst en poëzie. Maar eerst ben ik aan de beurt. Als iedereen zo zou zijn als ik…Maar er zijn genoeg schrijvers die gelukkig zijn als ze kinderen blij kunnen maken met hun boeken."

Welke kinderboekenschrijver waardeert u?

"Annie M.G. Schmidt. Wat mij zo bijzonder aanspreekt is haar relativering: 'het huis kan afbranden, dat is wel zo, en we moeten blussen, ik weet het wel, maar we moeten eerst een kopje thee drinken.' Ik vind het zo belangrijk, relativering. Het is de kern van mijn werk."

Ellen de Jong