Kopland, Rutger


Poëzie roept op, even



Rutger Kopland, pseudoniem van Prof. Dr. R.H. van den Hoofdakker
(Goor, 1934) is emeritushoogleraar Biologische Psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Behalve wetenschappelijke artikelen over psychiatrie publiceerde hij essays en twaalf gedichtenbundels waaronder
zijn nieuwste bundel 'Over het verlangen naar een sigaret'. Kopland werd onderscheiden met vele literaire prijzen.

Kopland bewoont een boerderij in Glimmen, in zijn studeerkamer brandt de potkachel. Achter een rij kale bomen, onder de grijze hemel schuift af en toe een trein voorbij. Een plek om lief te hebben.

Op de Middelbare School ontstond Koplands liefde voor poëzie en later in zijn studententijd ontdekte hij Achterberg voor wiens werk hij grote bewondering heeft. Kopland: "Ik verdiepte me grondig in zijn oeuvre en vooral het gedicht 'Standbeeld' trof me omdat het over de vreemde overgang gaat van dood naar leven en van leven naar dood. Het beschrijft twee mensen die zich aan elkaar vastklampen, tenminste dat stel ik me er bij voor, en ze zijn in die omhelzing als het ware gestold en de dichter probeert hen in het gedicht weer tot leven te wekken. En dat lukt hem aan de ene kant omdat een gedicht inderdaad iets van leven kan wekken en tegelijkertijd maakt het gedicht ook duidelijk dat het niet kan. Dus het is ook heel tragisch."

Kopland besloot zelf gedichten te gaan schrijven en merkte Achterbergs invloed. Kopland: "Ik probeerde een eigen stem te vinden maar besefte hoe moeilijk het was van hem los te komen in die beginperiode van mijn dichterschap, omdat Achterberg zo'n pregnante en dwingende manier van zeggen heeft, die mij in de greep hield. Taal is zo machtig en in poëzie kan ze dingen zeggen die op een andere manier niet gezegd kunnen worden."

In de essaybundel 'Het mechaniek van de ontroering' schrijft u: 'dichtkunst roept gevoelens op en maakt ze herkenbaar, vergelijkbaar met therapeutische gesprekken'.

"Therapeutische gesprekken hebben als kenmerk dat er naar woorden wordt gezocht voor dingen die daarvoor nog niet gezegd waren. Die dingen benoemen die nog niet onder de geverbaliseerde oppervlakte liggen, dat is de gemeenschappelijke doelstelling van zowel de dichter als de psychiater. Dat wil niet zeggen dat ik met een gedicht therapeutische bedoelingen heb, maar iets van het mechaniek van therapie vind je terug in de poëzie wanneer het gaat om het openbreken van onbewuste of vaag bewuste noties. Zoals een mevrouw eens tegen me zei: toen ik dat gedicht van u las heb ik mijn relatie verbroken. Dat gedicht ging helemaal niet over relaties, het ging over een oude vrouw met een kat. Als die 's avonds thuis kwam streek hij met z'n rug tegen haar benen en dan aaide ze hem, maar, zei ze in dat gedicht: die kat komt niet voor mij maar wil zich laten strelen. Die mevrouw vertelde me toen dat hier onder woorden was gebracht wat haar niet beviel in de relatie met haar vriend, wat eraan schortte en dat ze 'm beëindigde. Kennelijk heeft dat gedicht iets bij haar omhooggewoeld dat al klaar lag, maar hier ineens een metafoor vond die voor haar onthullend was."

Wat doet wetenschap met de werkelijkheid en wat doet poëzie ermee?

"Wetenschap probeert de werkelijkheid zo eenduidig mogelijk te beschrijven zodat iedereen, wanneer met dezelfde methoden gewerkt wordt, ook hetzelfde ziet. Dat doet poëzie ook, alleen de methode is anders: poëzie verwijst alleen maar naar dingen. Een voorbeeld: er is een lege plek in een bos, hoe kun je die in sfeer en essentie vangen? Door de bomen en de struiken te beschrijven die er omheen staan, het gras wat daar groeit, de bloemen die er bloeien. Dan wordt het een plek die gaat bestaan omdat je er steeds naar verwijst. Maar de wetenschap gebruikt het woord plek, die benoemt, de poëzie roept op, even."

Koplands laatste bundel 'Over het verlangen naar een sigaret' bevat de serie 'Afdaling op klaarlichte dag' die hij naar aanleiding van een vijftal schilderijen van Co Westerik schreef. Poëzie over sterfelijkheid, over de vraag: wat gebeurt er wanneer we ons lichaam verliezen? 'Lichaam, denk ik, als je mijn lichaam bent/waar heb je me gevonden/waar breng je me heen/waar laat je me gaan/en hoe moet het zijn zonder jou/hoe lang, hoe diep, hoe alleen'.

Kopland: "De reeks schilderijen toont steeds weer het verdwijnen in de aarde. Dat maakte grote indruk op mij. In de reeks gedichten stel ik steeds weer de vraag wat mij in die schilderijen zo aangrijpt."

Ellen de Jong.