Kooten, Kees van



Het moet mij overkomen


Kees van Kooten (1941, Den Haag) richt al op de middelbare school met Wim de Bie een cabaretgroep op. Na de school blijft hij met De Bie samenwerken voor radio en televisie. In 1972 starten ze met het Simplisties Verbond, onder welke naam zij sindsdien in vele verschillende verschijningsvormen op de televisie gebeurtenissen uit de actualiteit op de hak nemen. Hiervoor worden ze in 1974 en 1977 bekroond met de Nipkow-schijf en in 1985 met de Ere-Nipkowschijf. Van 1973 tot 1986 maken Van Kooten en De Bie elk jaar hun Bescheurkalender en vanaf 1985 zend VPRO-televisie wekelijks hun progeramma 'Keek op de Week' uit. Sinds maart 1998 stopt Van Kooten met optreden voor de Televisie en gaat hij door in de letteren.
In 1968 debuteert hij bij De Bezige Bij met de columns Treitertrends, waarin hij verschillende types mens op de hak neemt en ze genadeloos ontmaskert. In de verhalenbundels 'Veertig' en 'Koot graaft zich autobio', gaat hij steeds autobiografischer te werk. In principe zijn de verhalen op eigen ervaringen gebaseerd, zij het dat een komisch effect wordt bereikt door vertekening, overdrijving en ironie. In zijn hele werk gaat het om contrast tussen de innerlijke en uiterlijke wereld, tussen jezelf zijn en je verschuilen achter een pose. In 1994 verschijnt de verzamelbundel 'De complete Modermismen', vijf jaar later 'Levensnevel', een bundel korte verhalen waarvoor Van Kooten de Haagse Littéraire Witte prijs ontvangt en in 2000 'Annie', een innige afscheidsgroet van Van Kooten aan zijn geliefde overleden moeder. Hij citeert in deze bundel uit haar poëtische nalatenschap; Annie is dé bekroning op zijn autobiografische werk. 'Schrijvers kunnen pas met hun dode moeder verder leven als zij het hebben opgeschreven'.
In 2001 publiceert hij 'Hilaria'.

Vol elan, in spijkerbroek met sportschoenen komt Van Kooten het Amsterdamse trendy Café De Jaren in Amsterdam binnenlopen. Hij zit goed in zijn vel, in zijn ogen fonkelt pret.

Vooral door je intense vriendschap met De Bie is humor je vak geworden.

"Dat klopt en ik heb nog steeds een goede band met hem maar ik ben uitgekeken op de televisie, hij niet. Ik moest er mee stoppen want ik kreeg een groeiende weerzin tegen dat medium en ik had het gevoel dat we alle typetjes al gedaan hadden en zo goed dat het alleen maar minder kon worden."

Het allergrootste wonder van schrijven is als je zelf in de lach schiet, zei je eens.

"Als je leest is dat al de mooiste ervaring en als je zelf schrijft helemaal. Ik ben echt geen schrijver die met planborden werkt of lijnen uitzet, het moet mij overkomen, om met de dichter Nijhoff te spreken: het ene woord moet het andere woord uithalen. En het wonder van het schrijven is dat als je maar blijft zitten totdat het er staat, je ineens merkt dat er een grap of een ontroering in zit. Dat is het mooiste moment en dat danken we allemaal aan de rijkdom van het Nederlands. Nu ik van de televisie af ben kan ik een stuk rustiger opereren en heb nog maar een deadlinetje per week en dat is een stukje voor Humo en daar schrijf ik al dertig jaar voor. Het is een leuk blad en ik doe het graag maar als hoofdredacteur Guy Mortier ermee gaat ophouden en dat wil hij, stap ik er ook uit, want het kost je elke week veel meer dan dat ene stukje, door die deadline, daar hoef ik jou niets over te vertellen. Je denkt dan: als ik nu eens in een lang verhaal zou zitten dan kan ik doorgaan zonder enige onderbreking. En dat doe ik nu, ik ben bezig met het schrijven van een toneelstuk, een komedie. Kijken of dat lukt want ik heb nog nooit voor anderen geschreven, altijd voor onszelf."

Hoe staat het met de verhouding van je schrijf-ik en publieke-ik.

"Ik heb altijd autobiografisch geschreven en me vaak afgevraagd of ik niet te exemplarisch optrad, aan de andere kant concludeerde ik dat ik een voertuig was voor allerlei actualiteiten, emoties, kinderen, overlijdende ouders, verliefdheden en dergelijke. En heb mezelf toch altijd maar centraal gesteld en bleef mijn verbazing uitspreken over gebeurtenissen en ontsporingen. Dat zal zo blijven al komen er nu andere dingen aan de orde waarover ik schrijf, want het verslaan van Het Nederlands Binnenhuis zoals ik altijd zei, heb ik afgerond met de dood van mijn moeder."

Wat probeer je al schrijvend te bereiken?

"Dat mensen me met twee handen vastpakken en me danken voor de lach en de traan. Je probeert een herkenning te bewerkstelligen en te laten merken dat niemand alleen is."

Hilaria


In Annie beschrijf je de langzame aftakeling en uiteindelijke dood van je geliefde moeder. Een ontroerend verhaal. Daarna kwam Hilaria, een collage van vaak geestige artikelen, verhalen, foto's, knipsels, gefingeerde brieven, zogenaamde notulen en malle conversaties die afgewisseld worden met nonsensteksten die je samen met J. de Boer in allerlei uiteenlopende vormen goot. Was Hilaria een reactie op Annie?

"Er moest wel weer even gelachen worden, dat wel. Maar het is eigenlijk een reactie op het boek van nu. Er wordt fantastisch geschreven en meer dan ooit maar dat is ook rampzalig daar je op een geweldige achterstand wordt geworpen want je hebt net de nominaties gezien voor de AKO Prijs of je ziet alweer de Gouden Strop genomineerd en de Libris die er aan komt.
Er wordt de mensen vanuit commercieel oogpunt een schuldgevoel
aangepraat als je de Top Tien nog niet gelezen hebt. Ik vind het veel interessanter als iemand me iets vertelt over een boek wat niet op die Top Tien staat. Los van de inhoud vind ik alle boeken zo eenvormig, ze zien er allemaal hetzelfde uit. De boekenkast van mijn ouders leefde, je had linnen en leren ruggen en ik begrijp wel dat het niet meer kan in de pocketindustrie maar ik vind het jammer. En met Hilaria wilde ik nu eens een heel ander boek maken waar op iedere bladzijde iets gebeurt, met een wisselende lay-out. Ik had veel stukken liggen en selecteerde op hilariteit, op ontsporing waar ik me kwaad over maak, maar ook om moet lachen. Zo'n fenomeen als schermblindheid bijvoorbeeld. Ik was bang dat het eerder gesignaleerd zou worden maar het bewijs dat het niet gesignaleerd werd is het bewijs dat het zo leeft. Dat gaat maar door in dit land en dat is hilarisch. Ik heb grote vellen van Hilaria bij De Bezige Bij laten maken en die neem ik mee naar Amersfoort. Daarop staan wat voorbeelden uit het boek en die leg ik op alle stoelen en lees daar dan bij voor zodat het een geïllustreerde lezing wordt."

In een bespreking over Hilaria zegt Monica Soeting over Van Kooten:

'Belangrijk in dit boek is dat hij zijn eigen valse bescheidenheid genadeloos maar o zo herkenbaar aan de kaak stelt. Zoals in Papa Razzo, een verhaal over een mislukte ontmoeting met de Britse acrtice Joanna Lumley op het vliegveld van Toulouse. Tot zijn grote verbazing staat Van Kooten opeens oog in oog met iemand die hij al jaren op afstand bewondert. Helaas laat zijn moed hem in de steek en durft hij haar alleen voorzichtig te volgen. Nog voorzichtiger maakt hij een foto van haar: 'Tandje voor tandje rits ik mijn koffer open, zoek mijn toestel, stel scherp op haar prachtig ronde, in de zon glanzende linkerschouder en wacht met afdrukken tot er een auto langsrijdt om de click te camoufleren.' Alleen al met de titel steekt Van Kooten de draak met zichzelf als getrouwde man, die ondanks zijn rijpere leeftijd achter beroemde filmsterren aanrent.'
Het ontbreken van grappen ten koste van anderen is niet alleen Van Kootens
belangrijkste kenmerk, maar ook zijn grootste kracht: dat deelt hij met alle werkelijk grote komieken. Zoals met zijn idool, Joanna Lumley uit Absolutely Fabulous.

Ellen de Jong