Komrij, Gerrit (2003)


Gerrit Komrij bij SLEE in het kader van de Boekenweek 2003


Een dichter spreekt uitsluitend voor zichzelf

Gerrit Komrij (Winterswijk, 1944) is literair criticus, essayist, schrijver en de Dichter des Vaderlands. Hij woont in Portugal. Op 16 maart om 15.30 uur treedt hij op in Scholen in de Kunst, Coninckstraat 58, Amersfoort. Jos Buurlage leidt hem in. Reserveren, tel. 033 - 4729094.
In 1968 debuteerde hij met 'Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten'. Daarna publiceerde hij vele dichtbundels, essaybundels en romans. In 1993 werd zijn essayistisch werk bekroond met de P.C.Hooftprijs.
Komrij's poëtica is evenals die van de door hem bewonderde Portugese dichter Fernando Pessoa, voor alles een maskerade, een spel.

Wat bewondert u in Pessoa?


Komrij: "Hij is een groot dichter maar bewonderen doe ik hem niet. Hij intrigeert me wel, vooral vanwege zijn voortdurend vermommingenspel en het op de vlucht zijn voor mensen door zich in andere gedaanten voor te doen."


In Komrij's kritisch werk dat te karakteriseren is als een continue aanval op een verloederde, stijlloze, autocratische samenleving, valt vooral de virtuoze, beeldende stijl op, waarmee hij gevestigde reputaties aanvalt. Hoe scherp en onredelijk hij ook af en toe uithaalt, steeds weer blijkt gevoel voor stijl, goede smaak, traditie en de verbetenheid in de strijd tegen cultuurloosheid. Juist om de felheid en humor waarmee deze strijd gevoerd wordt is Komrij beroemd en berucht geworden.

Houdt uw strijd nooit op?

"Nee, maar ik ben ook geen zendeling die met een geheven vinger de mensen de les wil leren. Die cultuurloosheid is, gezien mijn satirische aard, ook een bron van humor en ik ben blij dat die strijd nooit ophoudt, want stel je voor dan zou de mensheid verbeterd zijn en daar moet je ook weer niet aan denken."


Zijn essaybundel 'Vreemd pakhuis', bevat vooral beschouwingen over randverschijnselen in de literatuur.
Komrij is een cultuurbehouder van de beste soort, een bewaarder van de verbeelding. Hij heeft het niet begrepen op dichters die pretentie en ideologie in hun werk 'doen'.

Moet een dichter iets?

"Het huis van de poëzie heeft zoveel kamers want er zijn zoveel verschillende soorten dichters die elk op hun eigen wijze prachtige poëzie schrijven, dat je nooit kan zeggen dat een dichter iets moet doen. Ik ben ook geen aanhanger van een school, het is duidelijk dat een dichter niets te maken heeft met een politieke boodschap of het in dienst staan van een ideolgie, een koningshuis, een leider, noem maar op. Een dichter spreekt uitsluitend voor zichzelf en in dienst van de taal. Ik word altijd argwanend als een dichter mij iets op de mouw wil spelden."

Komrij: de Dichter des Vaderlands.

"Ik ben wel een goede dichter voor het Vaderland maar het Vaderland is niet zo goed voor mij. In Nederland moet je niet zo snel iets zijn en helemaal niet iets wat zo pretentieus zou kunnen klinken als dit, dan wordt je ook meteen een kopje kleiner gemaakt. Dus ik probeer er altijd maar een wat ironische draai aan te geven, dat ligt me goed."

In 'Lang leve de dood' (De Bezige Bij) stelde Komrij een bundel gedichten samen over het meest bezongen thema in de literatuur: de dood. Met dichters als Achterberg, Vasalis, Campert en Wigman.

Heeft u met één dichter een bijzondere affiniteit?

"Nee, ik kijk naar een gedicht zoals een dokter naar zijn patiënt kijkt. Zodra er affiniteit met hem of haar ontstaat gaat het meestal een beetje mis. Ik probeer tussen andermans gedichten en de mijne afstand te houden en heb met elk kwalitatief goed gedicht een warme band."

Ellen de Jong