Koekoek, Hans (1987)

 

IK BEN EEN BEELDEND SCHRIJVER, ik plaats personen en dingen in een visueel perspectief.` 


Aan het woord Hans Koekoek. Bekend als cineast en schrijver van vooral absurde verhalen. Toen ik tegenover hem in zijn woonkamer zat vroeg ik:


Je was eerst cineast en daarna schrijver ? Meestal is het andersom.
Inderdaad ja, maar het filmisch gebeuren trok me toch primair aan, ik wilde het vaktechnisch leren. Pas later leer je dan inhoudelijk filmen. Tot op heden ben ik volop bezig als documentair filmer. Tevens maak ik films voor bedrijven en voor de Stichting Blinden en Slechtzienden ; van het eerste gesprek tot en met het moment waarop het op de buis komt ! Mijn laatste film voor de TV was : We zijn gelukkig, maar de prijs was hoog. Over een gezin met twee gehandicapte kinderen; erg aangrijpend. Het verschil met schrijven is dat je een boek in principe in één keer goed kan schrijven, dat geldt niet voor filmen, die kunst moet je eerst leren.
Op m`n achtentwintigste begon ik te schrijven, vrij regelmatig. In 1964 Een nacht van liefde, in 1966 Een avond leven, in 1969 Louter onzin, enzovoort. Nogal productief dus. Mijn laatste in augustus (1987) verschenen bundel verhalen Ossegalzeep verkoopt goed. 
Wat mij opvalt is dat je vooral in je romans: Zullen we proosten ?, De vrouw met de twee gezichten en zeker in Ossegalzeep meer bezonnen schrijft. Margaretha Ferguson verweet jou dat je verhalen niet vol genoeg waren. De volheid van het niet-gezegde, het tussen de regels gesuggereerde zou ontbreken.
Ben je het daarmee eens?


Ja, misschien, nog niet zo bij stilgestaan. Deze kritiek van Margaretha Ferguson is nieuw voor me. Je bent aardig op de hoogte ! Natuurlijk is het leven over en door me heen gegaan. Ik ben nu 53. Allicht krijgt je werk dan meer diepgang. Tussen haakjes in mijn echte leven was ik helaas te laat voor bepaalde gevoelens, sommige verlangens kwamen op een verkeerd tijdstip. Misschien komt dat wel omdat wanneer je schrijft je je contacten verwaarloost, je bent er zó mee bezig. Er valt een gat in je bestaan. Dat is een nadeel. Een voordeel is hoe gek het ook mag klinken dat je lijf wel in conditie blijft terwijl je schrijft, je lichaam staat stil al staat het zweet op je rug, als je veertig maal je werk herschreven hebt. Dat neemt niet weg dat ik op gezette tijden op een veldje hier in de buurt voetbal en een kick krijg als ik dan jongens van twintig jaar voorbij kan spelen! Een vorm van afreageren denk ik, evenals mijn lugubere verhalen een afweerreactie zijn tegen veel persoonlijke ellende.
Ja, dat begrijp ik nu ineens, nu je dat zo vertelt. Ik vond het autobiografische verhaal Geen bange jood meer zo`n merkwaardig contrast vormen met de vier macabere verhalen. Maar dat contrast móest er doodeenvoudig zijn. Je bent een realistisch schrijver.


Ja dat kan je wel zeggen, ik probeer vooral ook beeldend te schrijven, woorden als het ware te fotograferen. Ik schrijf over de hedendaagse mens, niet om me onsterfelijk te maken.
Zie je tegen de dood op?


Nee, ik ben blij dat ik nog leef, een huis, een fiets, een TV, een radio en vooral een tekstverwerker heb die voor me denkt. Ik heb het goed. De dood beangstigt me niet.`
Vind je dat je literatuur schrijft ? Sommige critici vinden je werk meer entertainment, geen echte literatuur, wat ze daar dan ook onder verstaan.                                   


Ach ja, ze zeggen zo veel. Ik vind dat je literatuur schrijft als je in staat bent een beeld over te brengen dat de lezer bij blijft, dat hij er levenservaring mee opdoet en er dus rijker van wordt.
Bij welke schrijvers heb jij zelf het gevoel dat het je wat gedaan heeft ?
Bij Wolkers, Koskinsky, van het Reve, vooral De Avonden - van al die matrozenkontjes in zijn andere boeken word ik wee. Verder Anja Meulenbelt en Erica Jung.



Met de laatste twee was ik het roerend eens. Waar ben je nu mee bezig ?              Er ligt een boek klaar met vijftig zeer korte verhalen. Opnieuw spannend ? Afwachten maar.


Het leek me een goed moment om het gesprek af te sluiten: Het is al laat, hoef je niet vroeg op te staan ?        


Ik heb geen wekker, slaap altijd uit. Mijn bureau wacht wel op me! Eén van de zaligste momenten uit mijn leven: `s Morgens wakker worden, radio aan en horen dat er een file van zeven kilometer voor de Coentunnel staat.
 
Februari 1988 EdJdW