Kessels, Loek (2006)



Verrek, ik kan het wel zijn


Velen kennen Loek Kessels (Amsterdam,1932) als Mona. Ze verzorgde bijna 25 jaar lang de brievenrubriek Mona in het blad Story. Maar ze is ook schrijfster. Ze publiceerde haar eerste kinderboek op 13-jarige leeftijd. In 1956 verscheen haar eerste roman 'De laatste herinnering', en in 1986 'En waar is de echo?'. Daarna volgden nog heel wat kinder- en jeugdboeken, waarvan vele vertaald zijn. Voor 'Ferdinand, het circuspaard' ontving ze in 1980 de Belgisch-Nederlandse Mathias Kempprijs. In 2002 publiceerde ze de misdaadroman 'De weduwenheuvel' en in 2005 'De dode dichter'. Onlangs keerde Kessels op verzoek van Story terug met haar befaamde problemenrubriek.

Je stond bekend als de opperbiechtmoeder, je had altijd een luisterend oor. Hoe voelt je terugkeer?
"Het is voor mij een genoegdoening omdat de manier waarop ik wegging verre van aangenaam was. Tot mijn grote verbazing werd ik twee maanden geleden gebeld en teruggevraagd. Dat voelde goed."

Je wilt mensen aanhoren zonder te oordelen.

"Absoluut. Boven mijn bureau hangt een Indiaanse spreuk en die luidt als volgt: 'Great spirit grant that I may not judge a man before I have walked two moons in his moccasins.' En dat is zo waar. Je mag niet over een mens oordelen, het is het laagste wat er is en zo bekrompen."
Toen Kessels begon kreeg ze als Mona zo'n 20 brieven per week en dat werden er geleidelijk, vooral "als de blaadjes vielen", wel 500. En recent kwamen er alweer een stuk of 12 brieven binnen, een selectie daarvan komt binnenkort in het tweede nummer van Mijn Story. Hoe selecteert Kessels?
"Er kunnen ongeveer zeven brieven geplaatst worden en ik kies qua leeftijd, probleem en wat ik zelf boeiend vind, zo gevarieerd mogelijk. Ik verander zo'n brief hier en daar want mensen willen niet herkend worden. De strekking blijft echter dezelfde. De brieven stellen allerhande problemen aan de orde, van: m'n man gaat vreemd tot een ruzietje met de buren en een slurpende echtgenoot. En dan vragen ze: wat moet ik doen? Ik luister, ik zeg wat ik zou doen maar ik geef geen oplossing. Daarbij houd ik rekening met het karakter, want als iemand een zacht karakter heeft geef ik een ander advies dan aan iemand met een harde aard. Als ik hoor dat mensen zeggen: Mona lost problemen op dan is het alsof ik met gouden kiezen op zilverpapier bijt. Ik kan niets oplossen. Dat moeten de mensen zelf doen. Ik probeer alleen maar adviezen te geven aan al die verschillende soorten mensen, van hoog tot laag, man en vrouw, jong en oud."

Mona heeft een groot inlevingsvermogen. Kessels maakte zelf ook het en ander mee in haar leven. "Ja, dat is het enige goede van alle ellende waar iedereen, dus ook ik, doorheen moest. Of ik zelf zou schrijven naar zo'n rubriek? Ik denk het niet. Iemand interviewde me eens en vroeg me: als jij nu eens aan Mona zou schrijven, wat zou je dan schrijven? Ik moest even nadenken voor ik antwoordde: Mona, dank je wel, ik heb veel van je geleerd."

Hoe ontwikkelde je je tot schrijver?
"Als jong kind kon ik niet tekenen, dat was een groot gemis, maar nadat ik in de 1e klas van de lagere school één lettergrepig woordje leerde dacht ik: dit is de oplossing. Vanaf dat moment kon ik iets kenbaar maken. Toen ik een jaar of elf was kreeg ik van m'n vader poëzieplaatjes voor in een album. En daar ging ik verhaaltjes bij schrijven. Later zei een vriendinnetje dat ik daar een boekje van moest maken. We prikten in het telefoonboek met onze vinger op de 'U' en vonden een uitgever die het wilde publiceren en dat werd m'n eerste boekje 'Voor kinderen, door kinderen.'
Daarna kwamen nog meer kinderboeken, korte verhalen en m'n eerste roman 'De laatste herinnering'. Thrillers had ik echter nog nooit geschreven en dat wilde ik wel eens proberen. Zo ontstond 'De weduwenheuvel' en 'De dode dichter."

Thrillers

Het idee voor 'De weduwenheuvel' deed Kessels op in Spanje, waar ze een tweede huis heeft. Er is een heuvel met allemaal villa's. Daar wonen veel zestigplussers. Achter elkaar gingen daar mannen dood. Iemand zei tegen Kessels: ze moesten het hier de weduwenheuvel noemen. Zo kreeg ze de titel en schreef ze in een maand tijd een thriller, waarin een mannelijke bewoner van een van de huizen op de heuvel wordt vermoord. Wie het gedaan heeft blijft echter tot het eind toe een mysterie. Kessels gebruikt veel van haar als Mona opgedane ervaringen in het boek. De vrouwen die ze ten tonele voert hebben allemaal problemen die wel eens in haar rubriek aan de orde kwamen.
In 'De dode dichter' tobt hoofdpersoon Anthea met de vraag of haar ex Ron in Zuid-Spanje is vermoord omdat zij daar op dat moment was. Ze is er om hem te bewerkstelligen het studiegeld van haar dochter te betalen. Haar plan wordt op de eerste dag na haar aankomst al doorkruist daar ze hem levenloos in het zwembad aantreft. Wie is de dader? Haar broer Max speelt ook een rol, hij is fotograaf en kent Ron. Maar Max zit in Amerika en is onbereikbaar. Voor zijn vertrek had Anthea een woordenwisseling met hem. Daarna stuurde hij een fotoboek waarin zijn werk was gepubliceerd. Kessels schrijft: 'De bijzonder artistieke opnamen waren beangstigend reëel en stemden me nog somberder. Natuur vervangen door techniek. Stalen kolossen, naakte skeletten van fabrieken met op de voorgrond een verloren bloem. Een affakkelende industrietoren en een eenzame, wegvliegende vogel, door het oog van de camera voor eeuwig gevangen in de onheilspellende vuurkolom. De Dode Dichter. Zou elke bron van inspiratie, zo genereus geschonken door de natuur, binnen afzienbare tijd ten einde zijn?'

Kessels naar aanleiding van de titel: "Alles gaat dood. De natuur en het milieu. Ik reed eens op een weg en zag op een tunnel 'Dag bloemen, dag vogels', staan. Een paar kilometer verder zag ik een vuurspugende koeltoren die gassen uitliet. Het rare was dat ik zo op een afstand en vogel door die rook meende te zien vliegen wat niet waar was want die vloog ervóór. Dat beeld zal ik nooit meer vergeten. Ik dacht: mijn god, het hele milieu gaat eraan door die industrie."

Waaraan moet een goede thriller voor jou aan voldoen?

"Je moet meteen ergens instappen, zonder aanloopperiode, het moet je totaal pakken en niet meer loslaten. Tevens moet de auteur bij zijn karakters blijven. Je kunt niet van iemand die in het begin een rot vent is ineens een goed mens maken. Het moet geloofwaardig zijn. Hoewel een kat in 't nauw rare sprongen kan maken; iemand kan toch iets doen in angst wat je niet verwacht maar toch moet dat ook weer kloppen en herkenbaar zijn. Mensen moet zichzelf in het boek herkennen. Ik wil graag dat de lezer van mijn hoofdfiguur zegt: Verrek, ik kan het wel zijn."

Ellen de Jong