Jong, Oek de (2004)




SLEE ontvangt schrijver Oek de Jong


De Stichting Literaire Evenementen Eemland (SLEE) organiseert op vrijdagavond 7 november om 20.00 uur een ontmoeting met de Amsterdam¬se literator Oek de Jong (1952). In de Kleine Zaal van Theater De Lieve Vrouw in Amersfoort. De Jong is vooral bekend van zijn romans
'Opwaai¬ende zomerjurken'(1979) en 'Cirkel in het gras'(1985).
"Van mijn negentiende tot mijn vierendertigste heb ik literatuur als topsport bedreven", zegt De Jong. Vertalingen van zijn werk versche¬nen in het Engels, Duits, Spaans en in de Scandinavische talen. Het schrijven van 'De inktvis'(1993) was voor De Jong één lange worste¬ling met zijn depressies. Van 1985 tot 1993 kon hij niet meer schrij¬ven. Die impasse is nu voorbij, hij publiceerde een paar maanden geleden de essaybundel 'Een man die in de toekomst springt'. De Jongs boeken zijn uitgegeven door Meulenhoff. Hij wordt op 7 november geïnter¬viewd door Jeroen Vullings, recensent bij Vrij Nederland.

Opwaaiende zomerjurken bestaat uit drie delen. In het eerste deel is hoofdfiguur Edo Mesch acht jaar oud, in het tweede zeventien en in het derde vierentwintig. Drie fotoalbums over dezelfde jongen op verschil¬lende momenten van zijn leven, met telkens dezelfde conflicten tussen verliefdheid en afstand, toenadering en verzet, beschreven in een opmerkelijke stijl met veel taalvondsten. Edo Mesch verlaat de vrouwen van wie hij houdt keer op keer. Hij weigert zich te binden aan ande¬ren.
-Dat is een belangrijk thema van je, zei ik tegen De Jong in zijn werkkamer aan de Keizersgracht in Amsterdam. Een kamer met donker
ei¬kenhouten balkenplafond, bureau met laptop en wat slingerende paper-as¬sen. Hier gebeurde het dus. De Jong keek peinzend uit het raam en het duurde even voor hij op mijn opmerking inging:
"In Opwaaiende zomerjurken is dat zeker zo en dat weigeren zich te binden geldt ook voor de hoofdfiguur in Cirkel in het gras. In beide romans weerspiegel ik iets wat zich in mijn omgeving voordeed, iets van mijn generatie, van mezelf, een tijdsbeeld van de jaren zestig. Mensen begonnen niet meer direct aan een huwelijk, gingen losser met elkaar om. De onmacht om je te binden als de geliefde te dichtbij komt heeft me heel lang beziggehouden.

Het belangrijkste thema van mijn verhalende werk vind ik het isole¬ment. De hoofdperso¬nen waar ik over schrijf verke¬ren op de een of andere manier in een staat van isole¬ment. En dan ondernemen ze iets om daar uit te komen: ten eerste door middel van erotisch contact met vrouwen, maar ook een erotisch-sensu¬eel contact met de wereld, ten tweede door het spirituele."
In Cirkel in het gras ontmoet een Nederlandse vrouw, Hanna, in Rome een man, Andrea, op wie ze hartstochtelijk verliefd wordt. Voor haar betekent deze liefde een totale overgave, de zijne laat echter op zich wachten en op het moment dat hij wel zo ver is 'Er was niets meer in me dat zich van je afwendde', is het te laat. 'En het was deze vol¬maaktheid die haar beklemde', schrijft De Jong.
-Het is ook nooit goed.
"Het boek heeft inderdaad een treurig slot."
Andrea schrijft in een brief aan Hanna: 'er staat me dus maar één ding te doen: te aanvaarden dat ook zij een mens is en dat ik niet verlost ben'.
-Over verlost zijn heb je het nogal eens.
"Bevrijd zijn van een gevoel van zinloosheid bedoel ik met verlost zijn. Het je niet langer afvragen: wat doe ik hier en waarom ben ik hier. Het oplossen van die kwellende vragen leidt tot verlossing, dat wil zeggen een vloeiend bestaan. Dat je niet meer gehinderd wordt door allerlei oordelen die je hebt over mensen om je heen of door een overmaat aan ideeën, dat je verlost bent van allerlei psychische remmingen die je kunt ervaren in contact met andere mensen. Echt een opengaan, een 'er zijn', bedoel ik ermee."
Na Cirkel in het gras wist De Jong niet meer hoe het verder moest. Jarenlang was het een donkere tijd voor hem. In 1993 verscheen
De inktvis, verhalen die verwantschap vertonen met de psychologie van de mystiek, waarbij hij motieven als de geboorte van het goddelijk kind en de donkere nacht van de ziel gebruikt.
-De inktvis is midden in je depressieve periode ontstaan. Hoe is je dat gelukt?
"Met veel wilskracht. Depressie is de dood van de ziel, het schrijven kostte veel moeite en het ging erg langzaam want als je in dat ravijn van de depressie terecht bent gekomen dan is het erg moeilijk om je er weer uit te werken.

En zeker voor iemand die een creatief beroep heeft en altijd alleen werkt."
In de reisverhalen en essays van Een man die in de toekomst springt zoekt De Jong de confrontatie met beelden en ideeën van het verleden. Hij schreef onder meer over de mozaïeken van Monreale, de doodsobses¬sie van Caravaggio en de religieuze denkbeelden van Frans Kellendonk.
-In de passage over het schilderij van Caravaggio, de opwekking van Lazarus, schrijf je dat je, toen je er heel lang naar had staan kijken, ineens besefte dat Lazarus weer tot leven kwam in de armen van een ander. Dat is ontroerend.
"Toen ik het twee uur lang bekeken had in Messina, ik ging er speciaal voor dat schilderij heen, ben ik naar de haven gegaan waar zo'n draagvleugelboot klaar lag. Daar ben ik opgestapt, in een wolk van schuim spoot hij over de Middellandse Zee, en ik dacht na over dat schilderij en maakte wat aantekeningen. Ik ging naar dat schilderij kijken omdat ik zo gefascineerd was door die Lazarusfiguur, die drie dagen in het graf ligt en weer tot leven wordt gewekt wat je zou kunnen zien als beeld van een ziel die weer tot leven wordt gewekt. Wat ik ineens besefte was dat ik al die tijd dat ik voor dat schilde¬rij had gestaan mezelf niet vereenzelvigd had met Lazarus, maar met de man die achter hem staat en hem optilt en eigenlijk draagt. Later begreep ik dat ook wel weer want ik had mezelf die reis geschon¬ken speciaal om dat ene schilderij te zien, in feite was ik mijn eigen vriend geweest. Ik was niet de dode, maar degene die de dode weer tot leven bracht."
-Een man die in de toekomst springt. Hoe moet ik dat zien?
"Dat iemand zich realiseert wat zijn herkomst is, het milieu waaruit hij afkomstig is, zich confronteert met een aantal wereldbeelden die met dat milieu verbonden zijn, om zijn wortels te onderzoeken. Het resultaat van die zoektocht is een sprong in de toekomst, niet meer met je rug ernaar toe staan en geboeid zijn door het verleden en daarin vastzitten, maar de open ruimte inspringen, het leven aanvaar¬den zoals het is."
-Mag ik dat autobiografisch zien?
"Dat mag je."


Ellen de Jong