Grunberg, Arnon 1997



NOODZAAK WAS VOOR MIJ DE DRIVE OM HET TE VERTELLEN

De 23-jarige Arnon Grunberg debuteerde met de roman 'Blauwe Maandagen' (deels op zijn leven gebaseerd en deels verzonnen), waarin hij verslag doet van zijn leven als zoon van een door de oorlog getekend joods echtpaar en als Amsterdamse scholier. Arnon Grunberg werkte na zijn verwijdering van het Vossius Gymnasium onder andere als bezorger voor een apotheek, als bordenwasser en als uitgever. Hij schreef toneelstukken in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en voor To¬neelgroep Amsterdam. 'Blauwe Maandagen' (uitgeverij Nijgh & Van Ditmar) beleefde zes drukken in twee maanden. Een voorpu¬blicatie, getiteld 'Tine' bezorgde hem de Rabobank Lenteprijs voor Literatuur 1994. Voor zijn roman, die hij in een jaar af had, ontving Grunberg de Anton Wachterprijs en werd hij geno¬mineerd voor de eerste Debutantenprijs van de stad Dordrecht (Fl 10.000) die daar op 11 maart '95 zal worden uitgereikt.
Grunberg is een Amsterdamse joodse jongen, opgegroeid in Nieuw-Zuid. Zijn vader kwam uit Berlijn en Grunberg weet niet hoe hij de oorlog heeft overleefd, zijn moeder was Auschwitz-Birkenau doorgekomen, maar ze waren beiden kapot gemaakt al hielden zij de schijn op. Een zuster van Grunberg was naar Israël verhuisd.
De moeder schreeuwt, gooit dure serviezen kapot, slaat haar man met een lepel op het hoofd en houdt zich strikt aan het religieuze ritueel. De jongen wordt orthodox opgevoed, maar voelt niets voor het joodse geloof. Arnon Grunberg schrijft: 'Straks moeten we weer appeltjes met honing eten. Alleen zonder mij. De warmte die je kon vinden tussen de appeltjes met honing, de kaarsen, en de galles, de troost en de warmte die ze je beloofden als je maar deel wilde uitmaken van het uitverkoren volk, was een paar duizend keer valser dan de warmte die je kon krijgen van de eerste de beste straathoer zonder gebit'. Het is onduidelijk hoe de vader zijn brood verdient. Hij zegt zelf met handel in postzegels en obliga¬ties. Hij drinkt veel wodka, bier en wijn, en neemt zijn zoon vaak mee naar de film of op wandelingen die in het café eindi¬gen.
Grun¬berg wordt naar het Vossius gymnasium gestuurd en mis¬draagt zich daar zozeer dat hij wordt wegge¬stuurd. Grunberg vertelt er met veel ple¬zier over. Daarna probeert hij acteur te worden, maar de toneel-scholen in Am¬sterdam en Maastricht wijzen hem af. Hij gaat naar een kantoor, maar blijft er niet lang. Het ene na het andere baantje mislukt. Inmiddels is zijn vader door een ziekte halfzijdig verlamd en incontinent ge¬raakt en zo vreemd geworden dat hij verpleegsters aanspreekt met 'geil varkentje'.

De jongen maakt heel wat tragikomische avonturen met zijn vader mee, maar door alles heen blijkt dat hij van zijn vader houdt, al lijkt het begrip 'houden van' een taboe in het boek.
Na de dood van zijn vader begint Grunberg aan een leven van zelfvernietiging. Hij leeft van een uitkering en van wat zijn moeder hem geeft. Hij drinkt aan één stuk door, het liefst in cafés.
Als schooljongen heeft hij een verhouding met Rosie gehad die op niets uitliep. Nu gaat hij naar de hoeren of laat de hoeren bij zich thuis komen. Het is eigenlijk een zoektocht naar zijn jeugdliefde Rosie. Maar dat kan nooit meer wat worden want daarvoor is hij te laag gezonken.

In zijn langgerekte werkkamer in Amsterdam Oud-Zuid kwam nauwelijks daglicht binnen. Vriendelijk en kwetsbaar zat hij tegenover me:

"Ik ga half januari naar New York, daar verheug ik me op. Ik kan er misschien iets voor de VPRO radio doen, mensen inter¬viewen of radiodagboeken doen, ik ben er vrij in. Of wellicht een nieuw boek schrijven."

-Heb je daar al stof genoeg voor?

"Het is een kwestie van beginnen, zo ben ik ook met Blauwe Maandagen begonnen; je gaat zitten en je gaat schrijven. Het moet lijken alsof het er als een stroom uit komt. Dat is natuurlijk niet zo, want de meeste tijd gaat zitten in het herschrijven, maar het is de bedoeling dat het er wel zo uitziet."

-Je boek is een succes, waaraan heb je dat te danken?

"Dat weet ik niet, behalve dat ik weet dat het een goed boek is. Maar er spelen ook nog andere dingen een rol zoals al direct in het begin goede recensies en een interview in de NRC in de week nadat het boek uit was en dat had tot gevolg dat het boek in Amsterdam al snel uitverkocht was, in een weekend. Daarna belde iemand op van de redactie van Sonja Barend en een week later zat ik daar in de uitzending, dat is een soort sneeuw¬baleffect. Dat heeft er natuurlijk mede mee te maken, maar ik weet niet waarom het zo'n succes heeft. Ik heb geprobeerd een boek te schrijven wat ik zelf mooi vond en wat ik zelf zou willen lezen, in de hoop dat anderen het ook zouden willen lezen. Als je zou weten wanneer iets een succes wordt, als uitgevers dat zouden weten, dan zouden er alleen nog maar bestsellers worden geproduceerd. Het zijn ongrijpbare dingen, die meespelen en samen moeten vallen. Vooropgesteld hoop ik dat het onder andere een goed boek is."

-Je hebt de hoofdpersoon je eigen naam gegeven, omdat je niet hypocriet wilde zijn.

"Ik heb natuurlijk bepaalde dingen gemeen met die hoofdper¬soon, bepaalde biografische gegevens, het Vossius gymnasium, het Amsterdam-Zuid, het feit dat ik toneelspeler wilde worden.
Op het moment dat ik 'm Jantje Pieters had willen noemen had toch iedereen gedacht dat ik het zou zijn. Dus dacht ik: het is eigenlijk veel mystificerender, veel dubbelzinniger om die hoofdpersoon mijn naam te geven. Kijk, mensen die per se willen denken dat ik niet meer ben dan Arnon Grunberg uit Blauwe Maandagen, die zullen dat ook denken als 'ie Jantje Pieters heet.
Het was een bewuste keuze, ook technisch gezien, het klopte, het hoorde bij de rest van het boek, die mengeling van fictie en waarheid en het spel daarmee, daarin paste het om de hoofd¬persoon Arnon Grunberg te noemen."

-'De deal van de betaalde liefde is eerlijker en ik vind die hardheid aangenamer dan de schijn die in de andere wereld wordt opgehouden' zeg je in een interview.

"De betaalde liefde lijkt merkwaardig genoeg veel meer op de onbetaalde liefde dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik maakte tegen interviewers het grapje: je hebt de betaalde liefde en je hebt onbetaalde liefde en je hebt altijd mensen die vrijwilligerswerk willen doen. In wezen wordt betaalde liefde als een leugenachtige transactie bestempeld, ik denk juist dat het veel eerlijker is, omdat het heel duidelijk is, het is een duidelijke deal, er wordt geen schijn opgehouden, er worden geen leugens verteld, er wordt nergens voorgewend dat het liefde zou zijn. En juist in de onbetaalde liefde wordt vaak, is mijn ervaring, wel de schijn opgehouden."

-Je doet laconiek over je joodse wortels, je hebt nooit teveel nagedacht over identiteit.

"Ik vind identiteit een abstract begrip en vind het absurd om trots te zijn op je afkomst, want hoe kan je trots zijn op iets waar je niets voor hoefde te doen? Dat kan zelfs gevaar¬lijk zijn. Maar het is ook absurd om je daarvoor te schamen of walging te voelen voor je afkomst. Natuurlijk houdt het me bezig en ben ik beïnvloed door het feit dat ik joods ben, maar veel meer dingen hebben me beïnvloedt, ik heb alleen gepro¬beerd te zeggen dat je je niet kan laten voorstaan op het feit dat je joods bent. Ik ben meer dan dat zoals ik ook meer ben dan alleen schrijver en meer dan Arnon Grunberg uit Blauwe Maandagen. Je wordt gereduceerd tot iets en daar verzet ik me tegen."

-Van het orthodoxe geloof van je moeder moest je niets hebben.

"Ik heb me daar tegen afgezet en me er met geweld van bevrijd, dat kan niet anders. Ik was niet gelovig en wilde niet naar de Synagoge gaan en al die dingen meer, maar mijn moeder vond dat wel belangrijk. Ik moest me daarvan losmaken."

-Waarom is 'houden van' een taboe in je boek?

"Het houden van is geen taboe, maar ik denk dat liefde iets minder nobels is dan mensen denken, dat liefde ook vervelende gevolgen kan hebben. Je kunt mensen uit liefde kapot maken.
Ik probeer dat verhevene, dat romantische van de liefde en dat het een altruïstische daad is als je van iemand zou houden uit m'n boek te weren. Maar het is absoluut geen taboe. Na¬tuurlijk bestaat liefde, maar dat vind ik geen onderwerp waar je over praat. Een door mij bewonderd filmregisseur zegt een prachtige regel: 'Ik ken de liefde, één jaar vuur van de liefde en dan zestig jaar as!' Dat is onovertroffen, vind ik."

-Is je moeder geraakt door het boek?

"Ja, mijn moeder is zeker geraakt, hoewel ze er in het begin grote moeite mee had omdat ze niet begreep hoe ik haar en m'n vader zo door het slijk kon halen, wat ik me ook kon voorstel¬len. Maar langzamerhand is dat gevoel van vernedering omgesla¬gen naar een gevoel van trots."

-Geloof je in emoties van je afschrijven?

"Nee, dat helpt niet, ik heb ook nooit het gevoel gehad dat ik iets van me afschreef, want dan was het een heel ander boek geworden. Dan was het een dagboek geworden, wat ik in een bureaula zou hebben liggen. Recensenten hebben het vaak over de noodzaak van het boek. Maar noodzaak is een dubieus begrip, hoe meet je dat, wat echte noodzaak is dat zijn die honderden dagboeken die nooit iemand zal lezen en die ook niet bestemd zijn voor anderen. Noodzaak was voor mij de drive om het te vertellen, dat zonder meer en dat kan je ook aan m'n boek aflezen.
Maar ik wil alleen maar zeggen hoe dubieus het is als je het over noodzaak gaat hebben. En ook dat het niet ging om van me af te schrijven, want toen ik het schreef waren die dingen al van me afgeschreven, want ik had het geluk, en dat was ook de indruk die in interviews gewekt werd dat ik nog nooit iets voor die tijd had geschreven. Maar er ligt zo'n stapel ge¬schriften, van de grond tot aan mijn printer daar, met alle¬maal dingen die ik had geschreven, maar nog niet goed waren en als je ze nu terugleest min of meer om hetzelfde draaien als in Blauwe Maandagen, maar dan niet goed genoeg."

-Wat drijft je voort als je zoals je zegt 'Behoorlijk trooste¬loos en desolaat bent en je niet al te veel illusies over mensen maakt'? En schrijft: 'Ik wist dat het niemand iets kon sche¬len wat je deed en of je zou verrekken of niet. Mensen zijn zo vervangbaar als een plastic tas'.

"Je moet niet teveel van mensen verwachten, je moet op je hoede zijn. Mensen zijn mensen en ze kunnen je alleen maar verrassen. Ze vragen wel aan me: waarom ben je zo somber?
Daar is toch alle reden voor om vaak somber te zijn en dat wekt zoveel onbegrip op, dat verbaasde me. Want je hoeft het niet eens over oorlogen te hebben, maar als je alleen maar luistert en om je heen kijkt zie wat mensen elkaar aandoen. Op micro niveau,in gezinnen bijvoorbeeld, waar mensen elkaar afmaken.
Maar wat me voortdrijft is nieuwsgierigheid. Er zijn veel dingen die ik nog wil meemaken. En in mijn eigen leven was het zo dat ik een ding wilde doen wat ik me had voorgenomen en dat was, zoals ik in Blauwe Maandagen schreef, niet naar school, maar mijn eigen leven vorm geven. Niet dat je alleen maar bepaald wordt door waar je toevallig bent geboren, natuurlijk ontkom je daar niet aan en ben je daardoor bepaald, maar niet daardoor alleen. Mij drijft voort dat je zo onafhankelijk mogelijk blijft, want zodra je bang wordt en je afvraagt: hoe zullen ze m'n tweede boek vinden en wat verwachten ze van me, en dan moet ik daar gehoor aan geven, ben je chanteerbaar.
Dat is ook wat ik me herinner van de tijd dat ik op kantoor werkte dat die mensen zo bang waren om hun baan te verliezen dat ze speelballen waren in de handen van degenen die macht over hen hadden en dat is wat je moet voorkomen. Dat is de drijfveer waardoor ik een boek kan schrijven dat nog beter is dan dit. En natuurlijk is er het dierlijk instinct dat je gewoon wilt overleven en ook de hoop dat de toekomst beter zal worden, dat heb ik ook altijd gedacht. Ik moet mijn leven zo vorm geven dat het beter wordt dan nu. Het gevoel dat je hebt van zoals het nu is: dit kan het leven niet zijn en iedereen die begint na te denken over zijn eigen leven, komt tot de conclusie dat er iets mist, lijkt mij. En dat gevoel dat je dat gat toch wilt vullen, ook al is het een Sisyfusar¬beid, dat is iets dat me drijft. En je weet dat het een illu¬sie is, maar toch jaag je het na en denkt: ik neem er geen genoe¬gen mee. Hele¬maal gevuld kan het niet wor¬den, maar een paar pro¬centen meer."

Ellen de Jong