Groenier, Germaine 1997


Elke dag wordt het weer licht.


Germaine Groenier en haar broer Binne vormden met hun ouders een gelukkig gezin. Haar vader was acteur en haar moeder gaf les en hield lezingen. Ze woonden in een gezellig huis in Amsterdam waar veel mensen over de vloer kwamen en het altijd vrolijk druk was. Na een zomervakantie veranderde dat.
Germai¬ne was toen negen jaar. Zij en haar broertje werden niet naar hun vertrouwde huis gebracht maar naar een groot huis aan De Wees¬perzijde aan de Amstel. Daar stonden ze in de hal met hun koffertje in de hand en boven aan de trap stond hun moeder met een oude, grijze man. Moeder bleek van hun vader geschei¬den en getrouwd met deze voor hen wildvreemde figuur:
Hij was de in die jaren bekende schrijver, dichter en criticus Victor van Vriesland. Hun moeder keek op hen neer en glimlach¬te: 'Dit is vanaf nu ook jullie huis en dit is jullie nieuwe vader.' Voor de twee kinderen is die gebeurtenis waarbij hun leven van de ene op de andere dag in één klap veranderde bepa¬lend voor hun jeugd en hun latere leven. Dit beschrijft Ger-maine Groenier (55), radio- en tv-programmamaakster, in haar zojuist bij Prometheus verschenen boek: 'Een stuk van mijn hart.' Groenier kon dit boek pas schrijven nadat ze afstand genomen had van haar herinneringen. Ze schrijft intens en geëmotioneerd, hoe kan het ook anders. Germaines moeder speel¬de de hoofdrol in het drama aan de Weesperzijde. Ze praat niet met haar kinderen over het gebeurde, ze moeten het maar accep¬teren, ze knuffelt hen nooit en heeft überhaupt weinig aan¬dacht voor hen. Vanaf het moment dat ze met van Vriesland trouwde veran¬derde ze in een slaafse vrouw die alles deed om het hem naar de zin te maken. Van Vriesland was een hoogmoedi¬ge arrogante man, vol van zichzelf en zijn kwaliteiten en hij terroriseerde zijn omgeving. De gezamenlijke plaats in huis was de eetkamer waar urenlang gegeten werd en waar de kinderen zich gedekt moesten opstellen. Van Vriesland had sadisti¬sche trekjes en vooral Germaine moest het vaak ontgelden omdat ze weigerde zich aan te passen aan zijn belachelijke gedragsre¬gels. In tegenstelling tot haar broer die dat wel deed en daar later defini¬tief de dupe van werd. Van Vriesland was een onverbete-rlijke snob, iedereen, ook hun grootvader die bij hen inwoon¬de, moest aan tafel Frans spreken, verjaarda¬gen en kerst¬feest werden niet gevierd, zaterdagavond uitgaan deed je niet, dat deed de gewone man. Evenmin mochten Germaine en Binne met de kinde¬ren uit de buurt spelen want voor het gewone volk had Van Vrie¬sland een grote minachting. Na de oorlog kwam An bij hen wonen als kinderoppas en zij werd behandeld als de bediende die altijd gehoorzaam moest zijn. Vooral met Germai¬ne had ze een diepe band en ze was voor haar als een moeder die veel warmte en gezelligheid gaf.
Germaine verliet op haar negentiende het huis. Ze moest trou¬wen en kon onmogelijk met een baby daar blijven wonen. Germai¬ne smeekte haar moeder om haar te helpen abortus te laten plegen. Ze wist dat haar moeder haar kon helpen, maar die weigerde dat. Ze nam wraak op haar dochter omdat ze altijd zo lastig was ge¬weest. Germaine heeft haar dat nooit vergeven. Ze was juist leuk aan het werk bij een toneelgezelschap en moest toen dat werk opgeven. Een wanhopige tijd volgde.
Later ging ze scheiden, er volgde nog een huwelijk en ook dat liep mis. Ze kreeg drie dochters en aan hen schrijft ze in briefvorm haar boek 'Stuk van mijn hart'.
Het is een aangrij¬pend en heftig geschre¬ven relaas, waarin de humor gelukkig niet ontbreekt; het boek is nergens larmoyant.

Germaine Groenier woont alleen op een woonboot aan de Amstel, ze kwam er na lange tijd achter dat ze niet met een ander kon samenle¬ven.

Ze komt me halen van het station. Struise vrouw, kort sluik rood¬achtig haar dat langs haar gezicht valt. Krachtige bruine ogen, die mij recht aankijken. Ze bestuurt haar auto met verve en later aan de tafel met thee en uitzicht op een licht gol¬vende Amstel is het vooral haar energieke blik die mij goed doet. "Nou, vraag maar."

-Je schrijft: wat er ook gebeurd is, elke dag wordt het weer licht, een nieuwe start.

"Dat is mijn levenshouding geworden en dat is nog iedere ochtend zo. Ondanks alles wat ik heb meegemaakt heb ik 's och¬tends zin om op te staan en te kijken wat die dag voor me in petto heeft. Het licht dat komt is heel belangrijk voor me. Ook het water kennelijk, want mensen zeiden tegen me: wat zit er veel water in dat boek, en toen dacht ik: ja, verdomd en ik heb het natuurlijk over de Amstel, want mijn boot ligt in het water waar ook het huis aan de Weesperzijde aan stond. En waar mijn broer en ik altijd met de kano over voeren, de Amstel ken ik door en door. En waarom ik op een woonboot woon? Ik wilde klein wonen, de kinderen gingen de deur uit en ik heb voor mezelf niet veel nodig en ik ben er ontzettend gelukkig mee. Ik haat het huishouden en alles wat ermee samenhangt dus hoe minder ik hoef schoon te maken, hoe beter het is."

-Hoeveel ellendigs er ook gebeurd is in dat huis aan de Am¬stel, ze kregen je niet kapot.

"Ik overleefde, want behalve die gezamenlijke maaltijden was er veel tijd om me af te zonderen. Maar zelfs aan tafel zorgde ik er gewoon voor dat ik het prettig had in m'n eentje. Ik verdronk me in boeken en verhalen, tekende en schilderde en maakte allerlei dingen, zodat ik het goed had alleen. Aan tafel kon ik me bij tijd en wijle afsluiten, dan dacht ik: jongens, lul maar aan, ik ga ergens anders aan denken, aan het varen op de plassen met Binne bijvoorbeeld. Maar behalve dat, was ik vaak rebels, ik verzette me tegen de mij opge¬legde gedragsregels door scherpe opmerkingen te maken waardoor ik toch mijn hoofd boven water kon houden en er zelfs sterk door werd. Daar ben ik dankbaar voor, dat ik zo'n karakter heb."

-Van Vriesland heeft je wel leren lezen en je literair onder¬legd.

"Ja, daar heb ik inderdaad wat aan gehad, dat kan ik nu zeg¬gen. Materiële dingen waren in ons huis ook niet belangrijk en ik ben blij dat ik niet ben opgegroeid in een gezin waar
alleen maar bankstellen, televisie, grote stereotorens, chips, cola en andere rotzooi belangrijk zijn. Dat je je geluk vindt in dingen die je verzamelt, nee, je vindt je geluk, vind ik, in andere dingen: als ik met m'n honden loop, met mijn kinde¬ren praat, lees, uitga, voorstellingen zie, mensen spre¬ek, eet met vrienden. Dat heb ik meegekregen."


-Later bestond niet voor je, dat was te ongewis, er bestond nu en daar haalde je uit wat erin zat met grote heftigheid.

"Eveneens een levenshouding van me geworden, ik leef sterk bij de dag, het moment zelfs. Mijn moeder leefde heel erg vooruit, dacht altijd: later. Toen ze ouder werd vond ze dat verschrik¬kelijk en zei tegen me: doe dat nooit."

-Je favoriete schrijfster Simone de Beauvoir zei: Ik verhief mijn eenzaamheid tot vrijheid.

"Ik ben nog altijd dol op haar en sta achter die uitspraak: Dat er niemand bij je kan komen en dat je nooit afhankelijk moet zijn van anderen. Ik heb ook altijd mijn eigen geld verdiend en was finan¬cieel onafhankelijk. Ook heb ik altijd mijn eigen naam gehouden, dat was in die tijd uitzonderlijk. Wat ik uiteinde¬lijk merkte was dat ik in een vaag gebied zat: aan de ene kant had ik toch die droom van de prins op het witte paard, waanzinnig romantisch en wilde ik dat de man alleen maar van mij hield en aan de andere kant wilde ik hem ook niet helemaal toelaten. Het waren míjn kinderen en míjn huis. Dat is raar om uit te leggen maar dat heb je wel van je opvoeding meegekre¬gen. Dat is nooit echt goed gekomen, in een relatie hink ik op twee benen en daar loop ik in vast. Ik wil me verliezen en tegelijkertijd roept het agressie op. En daarom heb ik er uiteindelijk voor gekozen om alleen te leven. Na¬tuurlijk heb ik vrienden en vriendinnen, maar in mijn huis wil ik alleen zijn."

-Je hebt je altijd een buitenstaander gevoeld, ook nu je dit boek hebt geschreven?

"Ik voel me dat nog steeds. Een journaliste die me interviewde noemde een boek dat psychologe Lilian Rubin heeft geschreven en dat heet het onverwoestbare kind. Daar deed ik haar aan denken, zei ze. Ik ben dat boek gaan lezen en Rubin heeft het daarin over kinderen met dit soort bedreigende opvoedingen en die kinderen overleven door afstand te nemen. En door dingen te bekijken en door buitenstaander te worden kom je erdoor heen, door het kunnen observeren. En daarbij krijgen ze een soort feeling voor mensen buiten het gezin waar ze wat van kunnen leren. Ik heb ook veel mensen waar ik wat van heb geleerd, waar ik me mee vol heb gezogen, maar buitenstaander blijf je je toch ook dan voelen. Dat ontwikkel je jong, onbe¬wust, je kunt je nooit meer echt ver¬liezen in iets. Dat is niet tragisch, maar je blijft het. Het schrijven van dit boek verhelpt dat niet. Wat het wel heeft bewerkstelligd? Het heeft dingen geordend, het mooie is dat het nu verhalen zijn gewor¬den. Ik heb het geschreven voor mijn dochters om hen en ande¬ren te laten weten dat ze geen slachtoffer moeten worden. Overleef, zoek je sterke kanten op. Ga verder.
Dat is dan een soort boodschap hoewel die er in mijn boek niet boven op ligt."

Ellen de Jong