Goen, Bob van der


Bob van der Goen schreef indrukwekkende roman: 'Goldfarb'
'Het boek moet het liefst voor zichzelf spreken'

Toen ik onlangs las dat de Baarnse advocaat Bob van der Goen onder 't pseudoniem Nemon, het boek 'Goldfarb', met als ondertitel 'Ontboezemingen van een vrouwenfluisteraar' had geschreven, wilde ik het per se lezen. Ik las het op vakantie in Frankrijk. Aan een beekje dat zachtjes kabbelde, wuivende bomen alom, uitzicht op een landweggetje met grazend vee, las ik het niet in één adem uit, wat ik graag gewild had, maar de tijd ontbrak, wèl las ik het de volgende dag uit. Ik vond het verhaal direct spannend, humoristisch,origineel en vlot geschreven. Ook taalkundig zat het goed in elkaar. Nemon had met zijn 'Goldfarb' uitgave Meulenhoff, mij in één keer te pakken. Gelukkig stemde Van der Goen in met een interview. Waar gaat zijn boek over? In 't kort: Hoofdpersoon Goldfarb is advocaat, maar ook gek op vrouwen. Hij is een vrouwenversierder en veroveraar van de eerste orde, een womer zoals Nemon hem noemt. Als Goldfarb iets moois ziet slaat hij toe. In een kroeg, op straat, in de tram, of waar dan ook in het Amsterdam van de jaren '60, legt hij het aan met talloze vrouwen. Zo passeren onder meer Moira, Angela, Rosalie, Stephanie en Didi de revue. Nemon noteert: 'het verlangen naar een paar welgevormde benen die zijn cliënte tegenover hem over elkaar sloeg, naar het meisje met het elfengezichtje met rugzak op schoot op een bank bij het Leidsebosje, de verkoopster in de parfumerieafdeling van de Bijenkorf met slanke vingers en opgeplakte wimpers, het onschuldige meisje met half ontblote borsten dat zich vooroverboog om haar fiets van het slot te halen, de opverende paardrijdster die langs hem galoppeerde in het Vondelpark, het verlangen om die allen, allemaal zonder uitzondering te bezitten, of de mogelijkheid daartoe.' En: 'Wie is F.G.? Deze vraag is niet los te zien van de vrouw waarmee hij op dat moment is. Hij komt pas tot leven in relatie tot hen, alsof hij zonder dat hij bezig is met waarmee hij altijd bezig moet zijn, niet echt leeft, maar een leeg omhulsel is, als een zombie rondloopt. Eenmaal tot leven gewekt is hij wie zíj vindt dat hij is.'

Monoloque interieur

Van der Goens eerdere boek zou hij nu verwerpen. Ik interviewde hem vele jaren geleden over dat boek en ik vraag hem nu in het restaurant van Hotel Promenade in Baarn waarom. 'Mijn filosofie is dat je je geest helemaal leeg moet maken voordat je weer gaat creëren, dat houdt voor mij in dat je moet loslaten wat je eerder hebt geschreven. Ik bedacht net toen ik hiernaar toe reed wat een wereldberoemde Japanse tekenaar zei toen hij op zijn sterfbed lag en zijn familie en vrienden om hem heen zaten. Een van hen zei: u mag toch wel tevreden zijn over uw leven want u heeft echt wat gepresteerd. De kunstenaar antwoordde: dat vind ik helemaal niet, ik heb eigenlijk nooit iets gemaakt waar ik tevreden over ben, als God mij nog twee weken gegeven had dan zou ik misschien eindelijk iets kunnen maken wat de moeite waard is. Dat spreekt mij erg aan. Nu vind ik 'Goldfarb' nog wel aardig maar over een tijdje begin ik weer op nul, en wil ik er niets meer van weten en zal het ook nooit meer herlezen. Hoewel ik nog veel passages, die ik er uit heb moeten halen, op de site wil zetten. Er is zelfs een vriend die mij goed kent en hij mailde mij waarom komt die en die er niet in voor en verdomd die stond er eerst in maar om bepaalde redenen heb ik een paar personages weggelaten. Die zal ik of in een afzonderlijk verhaal verwerken of, en dat is iets nieuws, in een apocrief gedeelte op de site Goldforum vermelden.'
Ik zeg tegen Van der Goen dat ik een speciale liefdesscène uit het boek wil aanhalen. Welke? Ik pak het boek en lees die aan hem voor: 'Ze had haar adem zachtjes in zijn gezicht geblazen, zodat je een zachte wind voelde die aanwoei van haar geboortegrond of uit het paradijs, met haar tong maakte ze klakkende geluiden, alleen voor jouw oren te horen, ze streelde haast onmerkbaar de haartjes op je huid zonder die zelf te raken, ze stak haar wijsvingers in je oorschelpen en door een draaiende beweging ontstaat een suizend geluid dat je nooit eerder hoorde en je dol maakt, van je verstand berooft…' In één lange zin - Nemon gebruikt overigens vaker nog veel langere zinnen waar ik van genoot - zegt hij wat hij te zeggen heeft. 'Ik zie dat als een monoloque interieur, die is essentieel voor mij. Waarom zou je die onderbreken, je denkt toch ook niet met punten komma's.'
Een absolute vondst vind ik de verwisselingscène waarin Goldfarb op een nacht de liefde bedrijft met Renate een mooie vrouw die hij begeert en die later zoals hij ontdekt een ander is, genaamd Beth, die zeer in haar nopjes is met hem. Ze gooit alles in de strijd want dit is haar kans en die zal niet snel meer weer komen, daar ze zo lelijk is als de nacht. Goldfarb is in de val gelopen die de man van Renate, zijn cliënt Samuel, uitgezet had.
'Weet je', zegt van der Goen, 'wat ik tegen thrillers heb, is dat ze de lezer voor de gek houden. Je wordt als lezer naar een bepaalde kant geduwd en dan blijkt het aan het eind anders te zijn. Dat vind ik flauw. Goldfarb weet echt niet dat hij bedonderd wordt, dus weet de lezer het ook niet, want die volgt de gedachte van Goldfarb.
Maar je wordt als lezer niet opzettelijk op het verkeerde been gezet.'

Ideeën



Hoe kwam Van der Goen op het idee voor dit bijzondere boek? 'Geen idee. Het is wel zo dat ik nog steeds als advocaat die veel meemaakt in zijn dagelijkse praktijk, heel veel ideeën opdoe. Maarten 't Hart en Martin Ros vonden dat dit boek uitgegeven moest worden. Martin kwam zelfs naar kantoor om tegen mijn raam te tikken en te roepen: 'waar blijft je boek?' Want daarnaast ben ik ook altijd nog advocaat. Toen Maarten 't Hart, die zo aardig was 'Goldfarb' 'adembenemend en meeslepend' te noemen, vroeg hoe ik aan de stof ervoor kwam, zei ik: 'jij leest boeken, ik mensen. Ik geloof ook erg in inspiratie, het komt gewoon van buiten. Dan zit het in je hoofd en moet het er een keer uit.'
Wat wil Van der Goen speciaal duidelijk maken met dit boek? 'De lezer moet het boek máken, hij moet er zoveel mogelijk bij verzinnen. Wat ik hoop is dat de lezer in staat is het op twee niveaus te lezen. Het eerste niveau is de schelmenroman, waarbij je je verder gaat afvragen wat die nu eigenlijk voorstelt. Is dat nu werkelijk gebeurd of niet? En het tweede niveau: wat is de betekenis van de taal? Alles speelt zich af binnen de taal, maar de werkelijkheid is niet iets wat gekoppeld is aan de taal. De werkelijkheid is iets dat áchter de taal ligt. En daar ben je je bijna nooit van bewust en dat bewustzijn is belangrijk om iets van het leven te begrijpen. Het boek moet het liefst voor zichzelf spreken. Wat het boek uitzonderlijk maakt is dat de romanfiguren een stem krijgen: de lezer krijgt een speciale inlogcode waarmee hij op www.goldforum.nl kan inloggen en de reacties van de personages uit het boek kan vernemen. Ook mensen die zich in de personages uit het boek menen te herkennen kunnen reageren. Zo ontstaat de eerste zogenaamde continuing novel, die zelfs door generaties heen kan worden voortgezet.'
Dit is een mooi slot van ons gesprek. Nog één ding wil hij kwijt:
'Het boek dat verreweg het meeste invloed op mij heeft gehad is 'Petersburgse vertellingen' van Nicolaj Gogolj. Ik wilde al vanaf m'n veertiende jaar schrijver worden en ik kan me herinneren dat mijn vader dat boekje op m'n bed gooide en zei: Hier, als je ooit wil schrijven moet je het zo doen. Ik ging het lezen en dacht: dit kan ik nooit.'
Ik zeg hem dat hij al zo goed én ver op weg is.


Ellen de Jong

www.goldforum.nl
www.vandergoenadvocaten.nl