Enquist, Anna 2001



Anna Enquist in Boekenweek 2001 bij SLEE

Samenvloeien van poëzie en muziek



Tijdens de Boekenweek 2001 biedt SLEE in samenwerking met Scholen in de Kunst op 14 maart om 20.00 uur in de grote zaal van de Muziekschool, Muurhuizen 1 in Amersfoort, een poëtisch-muzikaal programma:
'Tussen boven- en onderstem, de preludes van Chopin en de gedichten van Anna Enquist in een betekenisvolle samenhang'. Deze voorstelling, met medewerking van pianist Ivo Janssen, is bedacht en gemaakt door Anna Enquist. Reserveren: Scholen in de kunst, tel. 033- 4729094.

Anna Enquist over het programma: "Chopin, geboren in 1810, schreef de vierentwintig preludes opus 28 tussen 1829 en 1839. In 1849 zou hij sterven. De stukken zijn waarschijnlijk niet als cyclus bedacht, maar moeten dat in de loop van de ontstaansgeschiedenis wel geworden zijn, want de preludes beslaan, net als die van Bach, alle toonsoorten. Anders dan Bach volgt Chopin de kwintencirkel en plaatst hij na elke majeurprelude een prelude in de corresponderende mineurtoonsoort. De preludes beschouwen als onsamenhangende, min of meer sentimentele genrestukken, is naar mijn mening onjuist; Chopin voert in deze composities een eigenzinnig, intens en consistent betoog waar ik wanhoop, ironie en vooral protest in hoor.
Om deze persoonlijke interpretatie te illustreren heb ik het werk doorvlochten met poëzie. Ik heb verschillende ordeningsprincipes gehanteerd. In het begin van de cyclus is er vaak verwantschap in toon en kleur tussen prelude en gedicht te horen. Gaandeweg treffen we ook tegenstellingen aan en kan het gedicht refereren aan een onderstroom in de muziek, of belicht de muziek een verborgen betekenis van het gedicht. De aanvankelijk snelle dialoog tussen piano en spreekstem wordt allengs trager, zodat tegen het einde hele blokken muziek en tekst tegenover elkaar staan. De piano heeft het laatste woord."


Ivo Janssen studeerde bij Jan Wijn aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Tussen 1986 en 1990 won hij een aantal prijzen, waaronder de Jacques Vonk Prijs, die hem in staat stelde zijn studie in het buitenland voort te zetten bij onder andere Robert Levin. Sinds zijn debuut in 1988 treedt Ivo Janssen regelmatig op in binnen- en buitenland.





Anna Enquist (1945, pseudoniem van Christa Widlund) studeerde piano en psychologie. In 1992 verscheen haar eerste dichtbundel 'Soldatenliederen', bekroond met de C. Buddinghprijs. Ze werd direct herkend als een dichteres met een heel eigen stem en men sprak van het 'opvallendste debuut van de afgelopen jaren'. Vervolgens verschenen de bundels 'Jachtscènes', 'Een nieuw afscheid' en 'Klaarlichte dag'. Gedichten werden gebundeld uitgegeven in 1999: De Gedichten 1991-2000. Zij schreef ook twee romans die een groot publiek wisten te bereiken: Het meesterstuk en Het geheim. Met deze laatste roman won ze in 1997 de Trouw Publieksprijs. Onlangs verscheen haar nieuwe dichtbundel 'De tweede helft'. Uitgeverij De Arbeiderspers geeft haar werk uit.



Opvatting

Enquists verhouding met de taal is tweeslachtig, 'Taal' schreef ze in 'Klaarlichte dag' (1996): 'Taal, laat mij, je leert mij niets /dan leugens,laat mij raden naar /de reden van je regels.' Dat geldt niet voor haar relatie met de muziek, want zegt ze: "De muzikale taal is veel eenduidiger."

In haar poëzie is er een treffend contrast tussen de beheerste vorm en de bewogen inhoud. Vurige emoties krijgen hun beslag in het gedicht in een taal die wel vaak fel is maar nooit buiten haar oevers treedt.

Enquist: "Als je alleen maar een heftig gevoel hebt zegt dat mensen niets, het ontroert pas als het stevig ingekaderd is. Dat is ook in de muziek zo, anders wordt het maar een onbeheerste rommel."

In uw laatste bundel 'De tweede helft' is er opnieuw een verzet tegen het verstrijken van de tijd. Zal er ooit berustende poëzie verschijnen?

Enquist lacht: "Dat kan ik me heel moeilijk voorstellen. Ik weet ook niet of er dan nog veel te schrijven valt, want je schrijft toch omdat er een conflict is, een heftig conflict wel te verstaan, omdat er bijvoorbeeld iets moet gebeuren en je wilt het niet. Schrijven is niet interessant als dat er niet is. Maar het is altijd moeilijk om over je eigen ontwikkeling te praten, want ik kan niet voorzien hoe mijn poëzie er over vijf jaar zal uitzien."

U laat langzamerhand uw werk als psychoanlytica los?

"Ja, tot voor kort had ik een aanstelling op een psychoanalytisch instituut waar ik ook stafmedewerker was en dat gedeelte heb ik laten varen. Maar ik doe nog wel behandelingen. Of dit werk mijn poëzie beïnvloedt?
Dat weet ik niet, het is wel zo dat je in beide vakken bezig bent met dingen in taal formuleren. Als ik gedichten schrijf hanteer ik mijn eigen criteria en esthetiek en wat dies meer zij, maar in de therapie doe ik dat vanuit de patiënten, ten behoeve van hen. Het doel is dus verschillend, maar in wezen is het hetzelfde proces: woorden vinden voor iets gevoelsmatigs."

Hoe is het idee voor het poëtisch-muzikale programma ontstaan?

"Ik kreeg een opdracht van het Concertgebouw of ik een avond wilde vullen met muziek en mijn eigen teksten, ik dacht daarover na en vond de Chopin preludes het meest geschikt daarvoor. Ze zijn van grote waarde voor me, ik studeer er mijn levenlang al op. De gedichten die volgens mij een bepaalde relatie met die muziek hebben, vlecht ik er tussendoor, zodanig dat er in het programma een opbouw zit, een spanningsboog. Dat heb ik geprobeerd. Hoe het zit met de harmonie tussen muziek en tekst?

Het is lastig om die te vinden, maar het aardige van de preludes is dat het zeer gevoelsmatige stukken zijn waar je goed gedichten op kan uitzoeken, teneinde een samenvloeien van poëzie en muziek te bewerkstelligen.


Ellen de Jong.