Enquist, Anna 1997


Je schrijft iets naar je toe.

De dichteres/romanschrijfster Anna Enquist(1945, pseudoniem van Christa Widlund) studeerde piano en psychologie. Sinds 1988 werkt ze voor het Psycho Analytisch Instituut in Amster¬dam. Daar doet ze analyses, therapieën, onderzoek en geeft ze cursussen aan verschillende opleidingen. Ze was al 46 jaar toen ze debuteerde met gedichten: 'Soldatenliederen'(1992), die enorm goed ontvangen en vele malen herdrukt werden. Opval¬lendst debuut van het jaar en bekroond met de C. Buddingh¬prijs. Het gaat in deze gedichten over verlies, verval, af¬scheid, vergankelijkheid; over wanhoop, woede en verzet tegen de tijd die ons alles afneemt en naar het onont¬koomba¬re einde voert. De bundel bestaat onder meer uit de afdelingen 'De omgang met het vuur', 'Aspecten van het geheugen' en 'Scheep-gaan naar verder'. Ze vormen een thematische eenheid en er komen heftige beelden van soldaten, boten, kastelen, paar¬den en vuur in voor. Het deel 'Capitulatie:het huis', bevat rustige gedichten, waarin de huiselijke omgeving en het werk meer aandacht krijgen. "De gedichten laten een tocht zien die eindigt met het berusten in de werkelijkheid", zegt Enquist.
Ze schrijft fel, meeslepend en zonder terughoudendheid. Bevlo¬gen verwoordt ze de onrust van de ziel, pijn en angst en trekt zich weinig aan van literaire conventies en tradities. Geen wonder dat deze pure, gedreven poëzie voor velen herkenbaar is en daarom succes heeft. In de allereerste gedichten komt nogal eens muziek voor:

Ik heb een schuilhut in het bos. Daar hurk ik,
een gedeserteerd soldaat, laag aan de grond.
Een geur van aarde en gevaar. De wind
brengt flarden van een onrustbarende muziek:
G-groot, het lijkt een wals, niets aan de hand
alleen ik ga ten onder ik verga ik ga

U was 46 jaar toen u debuteerde. Wanneer ontdekte u dat u zichzelf kwijt kon in het schrijven van poëzie?

"Vanaf mijn vijfenveertigste jaar zal het geweest zijn, dat ik begon te schrijven. Voor die tijd heb ik het nooit gedaan, want toen speelde ik altijd piano en daar heb ik ook een opleiding in gevolgd. Ik speelde op een behoorlijk niveau, maar kon op den duur geen tijd meer vrijmaken om elke dag voldoende te oefenen en dan zak je af, met als gevolg dat ik besloot helemaal niet meer te spelen en in die tijd ben ik gaan schrijven. Het één kwam voor het ander in de plaa¬ts."

Wanneer vindt u een gedicht goed, moet het vooral, gezien uw muzikale gevoel, zuiver klinken?

"Ja, maar het rare is dat ik het nooit hardop voor mezelf lees, maar ik hoor het wel in mijn hoofd; het ritme en de klank moeten goed zijn, maar dat wil niet zeggen dat het harmonisch moet zijn, soms kan het gezien de inhoud juist wel goed zijn als het hele schrijnende klanken zijn of als het ritme hort en stokt.
Maar het is wel een element wat ik altijd heel goed in de gaten houd."

Op 'Soldatenliederen' volgde 'Jachtscènes'. In die poëzie vloeit bloed en laait vuur, er is geen verzoening of berus¬ting:

'Geen verstilde avond,/geen kalm watervlak waar bomenrij na/bo¬menrij zich omkeerde', schrijft Enquist.

Het zijn nogal krijgshaftige titels.

"Ja, mijn vroege poëzie is allemaal nogal martiaal. Waar dat vandaan komt? Ik weet het niet, het zal wel iets zijn wat in mij zit. Ik moest dat in ieder geval in die tijd kwijt. Het zijn nogal protestachtige gedichten omdat ik het met van alles niet eens was, ik was voortdurend tegen." Enquist lachte stil¬letjes. "Later is dat veranderd en werd mijn poëzie wat genu¬anceerder en soms wat berustender. Maar in het begin was dat hele dichterschap nogal geïnspireerd door protest."

'Jachtscènes' heeft onderwerpen als de natuur, de kunst, de psyche, de familie. Elk gedicht straalt dat tomeloze tempe¬rament van Enquist uit. De mens wordt in deze gedichten meege¬sleurd door niet te beteugelen driften en angsten. "Slechts zelden gaat de storm in deze gedichten liggen", zegt ze.
In 'Een nieuw afscheid', haar derde bundel in nog geen drie jaar tijd, schrijft Enquist nog steeds bevlogen en spontaan. Wat er in haar opborrelt wordt heftig en zuiver opge¬schreven. Er is besef van de alledaagse tragiek van 'moeheid en deceptie jaar na jaar', 'van afscheid op afscheid', maar dat wordt tegelijkertijd krachtig bestreden. "Ik heb veel moeite met afstaan", zegt Enquist. Het openingsgedicht uit 'Een nieuw afscheid' (waarin moeder haar ouder wordende dochter naar haar kamer rijdt) luidt:

Wind. Geen klaagrecht:/die het vuur van hun liezen/in aarde brengen, geen dochter/hebben, een rotmeid, een/rotmeid. Met bloedende vuisten/op het plaveisel hiertegen zijn.

Volgens veel critici mag je het woord dat er voor een bepaald gevoel bestaat in een gedicht niet zelf gebruiken. Je moet via een omweg laten blijken dat er een bepaalde stemming is. Wanhoop mag je geen wanhoop noemen, huilen geen huilen en woede geen woede. Die mening staat haaks op de uwe.

"Dat zijn van die regels, die vanuit de literatuurbeschouwing zijn ontwikkeld. Ik zie het nut er niet van in. Ik kan me er in sommige gevallen wel iets bij voorstellen, dat het soms sterker werkt als je via een beeld een gevoel oproept dan wanneer je dat woord noemt, maar ik kan me ook situaties voorstellen dat je dat woord noemt om sneller naar iets anders toe te gaan. Ik kan niet zo goed uit de voeten met dat soort stellingen, zonder dat ik snap waarom ze er zijn. Ik kijk per gedicht wel hoe ik het wil doen.

Maar misschien moeten er wel regels zijn, omdat je er dan ook weer tegen in kan gaan en ze ter discussie kan stellen, dat gaat kennelijk zo."

Moet poëzie vooral emoties opwekken?

"Voor mij hoeft er niets. Het is de manier waarop ik schrijf, bij mij komt poëzie vaak voort uit een bepaalde emotie, uit iets wat ik voel, waarvan ik denk: dit wil ik in een gedicht vastleggen, dat is bij mij de motor van het schrijven. Ik denk helemaal niet aan de lezer als ik schrijf."

Vindt u het niet fijn als er bij de lezer een gevoelige snaar wordt geraakt?

"Dat kan me eigenlijk niets schelen, nee."

Het gaat dus alleen om uw gevoel?

"Ja, bij het schrijven gaat het gewoon om wat ik wil schrij¬ven. En de mensen moeten maar kijken: soms vinden ze een gedicht niet goed te begrijpen of zien ze er wat anders in dan wat ik erin gelegd heb. Ik dwing hen niet er iets bepaalds in te zien."

'Klaarlichte dag' is Enquists laatste bundel. Er heerst nog steeds pijn en woede en een gevoel van alleen gelaten te zijn, vooral in haar verzen uit de afdeling 'Heimwee', over het uit huis gaan van haar dochter. Als de dochter weer even thuis komt schrijft Enquist:

In de ketelkast/vind ik de kleine schoenen,/de donkerblauwe, maat twee-/en-twintig; sta ik weerloos/in tranen hoewel je beneden nog/bent onder je naam in wat heet/je eigen bed, twee dagen zeg je.

En een aantal verzen 'Dochter, dochter' gaan over de onrust van de moeder:

Niet waar dat ze met lange
elastieken draden aan je vast
zit, dat je opvliegt als zij
twintig kilometer verder van
haar fiets valt. Je zit in het
versteende huis en je voelt
niets.

Het gevoel van existentiële eenzaamheid en machteloosheid bezweert u met taal en muziek, met woorden en klanken.

"Dat zou je soms wel zo kunnen zeggen, ja. In ieder geval doe ik vaak mijn best om zo'n gevoel vorm te geven in een gedicht en misschien bezweer je het daarmee in zekere zin. Ik heb dan nogal eens een gevoel van tevredenheid, van: het staat er. Maar daarmee is zo'n gevoel niet weg."

De plooien worden een beetje gladgestreken.

"Misschien dat het in eerste instantie even zo werkt, maar het helpt niet echt. Het is wel prettig dat dingen dan ergens staan."

Van je af schrijven.

"Je kan net zo goed zeggen: je schrijft iets naar je toe. Als je jezelf dwingt om over iets na te denken en in een gedicht op te schrijven dan is het ook zo, dan kan je er ook niet meer onder uit, dan haal je het als probleem binnen je denken. Maar een oplossing is er niet, het leven kan niet opgelost worden door literatuur."

Een lichte troost.

"Dat is zeker waar."

Voor wie schrijft u?

"Voor mezelf. Met mijn romans ligt dat anders, dan ben ik me iets bewuster van de lezer, houd er meer rekening mee, want het verhaal moet tenslotte te volgen zijn, maar de poëzie houd ik voor me¬zelf."

In 1994 verscheen de roman 'Het meesterstuk' bekroond met de Dordtse debutantenprijs).
Onverwerkte jeugdtrauma's, Oedipus-complex, de zoektocht naar de verdwenen vader, het zit er allemaal in.
Op de vernissage van de tentoonstelling die hem beroemd moet maken komt kunstschilder Johan Steenkamer tot een onthutsende ontdekking. Zijn meesterstuk, het absolute hoogtepunt, blijkt een kopie van een vergeten schilderij van zijn vader, die veertig jaar eerder uit zijn leven verdwenen is.
'Je dacht dat je jezelf ontdekte, maar je zocht je verdwenen vader. Je denkt: dit ben ik, - en je bent het niet. Het is je vader.' Ontredderd blijft hij achter in het laatste hoofdstuk.
Het verhaal is geënt op het dramatische schema van de opera Don Giovanni van Mozart.
Voor Enquist gaat 'Het meesterstuk' vooral over generaties en 'de boel ellende die die elkaar aandoen, er is geen ontkomen aan'. 'Een kind dat opgroeit moet zich van zijn ouders ont¬doen, anders kan het niet groeien. Voor de ouders is dat pijnlijk, maar goed, wij zijn groot, groot genoeg om met dat verlies te leven. Maar hoe staat het met de kindermoord? Zoals psychiater Lisa in het boek zegt: wat voelt een kind dat bestemd is om voedsel voor zijn ouders te zijn? Dat is het echte onderwerp van Johan Steenkamps schilderij: het geslacht¬offerde kind.

Hier is toch vooral de psycho-analytica aan het woord. Hoe verhoudt zij zich met de schrijfster Anna Enquist?

"Het is mijn vak, ik weet er veel van en het is een manier van denken die me natuurlijk heel vertrouwd is.
Ik kan me niet goed voorstellen hoe ik zou zijn zonder die manier van denken. Verder geloof ik dat de bezigheden op zich elkaar niet bijten, want je bent in beide gevallen - of je nu een roman over een personage bedenkt of dat je met een patiënt bezig bent - bezig met het in kaart brengen van een psycholo¬gisch ver-klaarbare binnenwereld. Je bent op zoek naar: wat voelt iemand en hoe uit zich dat, dus die activiteiten liggen in het verlengde van elkaar. Het is praktisch soms wat lastig want ik heb nog steeds een dikke halve baan en soms kom ik geweldig in tijd¬nood als ik dat et het schrijven moet combi¬neren. Maar inhou¬delijk niet."

De roman 'Het geheim' verscheen in 1997 en is een psychologisch portret van Wanda Wiericke, een meisje met een groot muzikaal talent. Enquist vertelt het verhaal in een knappe constructie die voor afwisseling en vaart zorgt. We volgen Wanda op leef¬tijd in de Pyreneeën, waar ze zich na een grootse pianocar¬rière, heeft teruggetrokken vanwege reumatische handen. We leren ook haar ex-man Bouw kennen, die dertig jaar na hun af¬scheid, na het lezen van een krantenbe¬richt over haar gestran¬de car¬rière, besluit haar op te zoeken. Daar tussendoor spelen scènes uit Wanda's verleden: van haar kin¬derjaren tot het besluit haar carrière te beëindigen. Sugges¬tief en met veel gevoel beschreven. Ontroerend ontvouwt En-quist de levens¬ge¬schiedenis van Wanda Wiericke, een leven waarin geheimen een grote rol spelen. Maar één tragisch geheim is allesbeheersend, iets waartegen alleen de muziek troost kan bieden. Het is een roman over de onzegbare kracht van muziek en de ontoereikend¬heid van de taal, over het menselijk tekort en het grote verdriet, over liefde en ambitie die met elkaar in conflict komen.

De regels: Glücklich ist ... wer vergisst... was doch nicht zu ändern ist, duiken elke keer weer op. Dat kan úw lijfspreuk niet zijn.

"Ik ben het daar natuurlijk niet mee eens want het is tegen¬strijdig aan wat je als psychoanalytisch therapeut wil. Want het betekent dat je alles wat niet lekker ligt moet wegduwen en vergeten, dat lukt nooit want dan komt het toch langs een andere weg naar boven, dan krijg je er last van. Maar die moeder van Wanda, die wil dat graag, dat aan de oppervlakte leven en de nare dingen wegstoppen, maar dat breekt haar ook op. Voor Wanda is het heel verleidelijk, zij hoort dat van haar moeder, het is een soort boodschap die zij krijgt, van doe het nu maar zo. Maar ze merkt dat ze het niet kan, dat ze wel wil uitzoeken hoe de dingen echt hebben gezeten en zich wel wil verdiepen in dingen die vervelend en naar zijn. Ze moet de dingen onder ogen zien en er verdriet over hebben, het moet een plaats krijgen in haar leven, dan kan ze weer verder en zal het haar een soort rust geven. Dat is het einde van mijn verhaal."



Ellen de Jong