Eenbergen, Herman van


DIT IS MIJN WEG NU EENMAAL



"Ik heb een appartement in een grote witte villa aan de
Utrechtseweg in Zeist. Het is gemakkelijk te vinden. Ik zal je
uitleggen hoe je moet rijden," klonk de sympathieke stem van
Herman van Eenbergen toen ik hem opbelde voor een gesprek over
zijn onlangs verschenen boek 'AIDS een dubbele uitdaging',
Stichting Agathos, met een voorwoord van Henk van Ulsen, waarvan
de eerste regels luiden:

Achter de taal van 'AIDS, een dubbele uitdaging',document
humain, speelt zich de werkelijkheid af, tot taal gebundeld in
signalen, van een open en bloot levensbeeld, annex
onherroepelijke doodsgedachte.

De tweeëntwintigjarige auteur beschrijft hoe hij zijn leven
opnieuw moest inrichten nadat hij hoorde besmet te zijn met het
Aidsvirus.
Het leven van Herman van Eenbergen begon in een kindertehuis,
waar zijn ongehuwde moeder meteen na zijn geboorte afstand van
hem deed. Zijn oervertrouwen was geschaad en de vaak onbewuste
gevoelens van ontheemdheid veroorzaakten innerlijk een grote
afstand tussen hem en zijn omgeving.

Op twaalfjarige leeftijd wordt hij zich bewust van zijn
homoseksuele geaardheid. Vanaf dat moment wordt zijn leven
gekenmerkt door depressies. Op achttienjarige leeftijd gaat hij
onder begeleiding van een psycholoog zelfstandig leven.
Hij begint een nieuwe opleiding om te bouwen aan een leven zonder
depressies. In zijn tweede studiejaar wordt hij ziek. Hij blijkt
besmet te zijn met het Aidsvirus.
De dan twintigjarige Herman besluit om zijn leven in een dagboek
vast te leggen.


Tegen de achtergrond van zijn verleden en zijn doodsvonnis,
beschrijft hij op een zeer open en aangrijpende wijze hoe hij,
door alle pijn, verdriet en eenzaamheid heen, zijn houding tracht
te bepalen tegenover zijn ziekte en daarmee een houding tegenover
het leven en alles wat moet worden losgelaten.
Omdat binding en onthechting boven alles schuilgaan achter dit
levensdrama, biedt dit boek perspectieven voor een grote groep
mensen.

Hij liet me binnen in een lichte, elegant ingerichte kamer, waar
hij zelf uitstekend tot zijn recht kwam. Fijnzinnig gekleed,
zacht gezicht, schonk hij met bedachtzame gebaren thee in.

"Voor het probleem AIDS moet je open staan.
Bij de boekhandel in Zeist zal je mijn boek niet zien liggen.
AIDS LOOPT NIET IN ZEIST, zei een boekhandelaar.
Grotere ontkenning kan je je niet indenken.
Het is ver van hun bed en het betreft vooral homo's, denken ze.
Een gemeente als Zeist heeft de mogelijkheid deze dingen uit te
sluiten, omdat het iedereen zogenaamd goed gaat. Men kan zich
verstoppen in mooie huizen en andere vormen van welstand.
Struisvogelpolitiek, wat denk ik niet alleen voor Zeist maar
voor de hele Westerse wereld geldt!
Als je in Afrika in je tentje ligt kan je er niet omheen.
Amsterdam laat tenminste zien dat er naast welstand, ellende
heerst. Daar is een andere werkelijkheid dan hier. Aan AIDS
wordt een zekere moraal verbonden. Het is een ziekte die men
heel snel verbindt met sexuele losbandigheid of een
onverantwoordelijke leefstijl. Dat geldt wonderlijk genoeg niet
voor kanker of andere ziekten en dus komen mensen in conflict
met hun normen, terwijl niemend heeft gevraagd om een oordeel!
AIDS is een ordinaire ziekte, kanker een beschaafde, zei iemand
op een workshop.Ik was op een AIDS congres en er werd een uur lang gepraat over
AIDS als een voornamelijk materieel probleem. En het werd
slechts vanuit politiek, religieus en financieel oogpunt
belicht.
Maar je moet teruggaan naar de bron van alles, in opvoeding,
onderwijs en hoe je je als persoon tot de dingen verhoudt, wil
je überhaubt het probleem oplossen.
Degenen die beleid ontwikkelen zitten veilig achter de tafel met
hun papieren en zeggen dat ze de kwestie al behoorlijk geregeld
hebben.
Van primair belang is, dat de mens in de eerste plaats onderkent
dat er een probleem is, in dit geval de ziekte Aids. En in de
tweede plaats dat men een relatie , een verantwoordelijkheid
heeft tot dat probleem. Dat geldt ook voor milieu en andere
zaken. Ik ben, naast schilderen, met een roman bezig waar ik me
toeleg op het beschrijven van menselijke relaties; dat er vaak
disharmonie is omdat we dingen van onszelf in de ander
projecteren. Als we dat zouden onderkennen, zou het intermenselijk
contact beter zijn.
Die projectie wil ik uitbeelden in mijn roman. Hoe onvrij we
elkaar en onszelf maken daardoor.

Ik ben in de Noord-Oost polder, in Emmeloord, opgegroeid.
Daar zijn alleen maar strakke velden met rechte bomenrijen.
Alles kant en klaar. Geen cultuur, geen artisticiteit, niets
spiritueels.
Ik was op school de enige kleurling en dus pispaal.
Begreep niet dat mensen onaardig tegen me waren. In februari ga
ik in regressie therapie om bij mijn vroegste jeugd te komen.
Zoals je gelezen hebt verbleef ik de eerste negen maanden in een
kindertehuis.
Je moet je telkens weer de vraag stellen: wie ben je, waar ben
je mee bezig in dit leven. Ik ben opgevoed door mijn pleegouders
met: de dokter weet wat goed voor je is.
En ik zeg nu: ik moet het zelf doen. Ziekte moet niet van
buitenaf aangepakt worden, maar van binnenuit.
Jij bent het die het proces moet aanpakken, eventueel met hulp
van medicijnen en therapieën.

- Je zegt in je boek dat je overtuiging is dat een mens niet
zomaar ziek wordt, dat ziekte geen toeval is. Vind je dat nog?

"Ja, want ik ben er van overtuigd dat als je dingen niet opruimt
je verstikt raakt in jezelf, onbewust vaak. Dat accepteert het
lichaam niet en word je ziek. Je moet er voor zorgen dat je in
balans blijft en contact maakt met die stukken in jezelf die
vast zitten en ze vervolgens losmaken.
Ons 'zijn' heeft waarde, ook universeel, vind ik.
We raken in ons leven helaas gevangen in schuldgevoelens, normen
en bepaalde waarden die ons onderdrukken.
Je moet je er op den duur van bevrijden, maar het is niet
gemakkelijk. Ik heb onlangs hevige koortsen gehad.
Op een gegeven moment dacht ik : ik moet me er van bevrijden en
dat gaf me vitaliteit, en ik had daarna minder pijn."

-Je ziet er zo goed uit.Rustig en ontspannen.

"Ja, ik voel me na dat schoonmaakproces weer veel beter.
Artsen hebben daar geen antwoord op. Ze zeggen dat het niet
wetenschappelijk te bewijzen is. En omdat het niet te traceren
is weten ze uit angst, want bewijs geeft hen veiligheid, er
geen raad mee.
Mijn ziekte is bij uitstek een weerstands probleem.
Ik moet weerstand opbouwen in de meest brede zin van het woord.
En dat geldt dan niet alleen voor de zorg voor mijn lijf, maar
ook voor mijn wonen en leven. Ik wil niet in deze glazen stolp
blijven maar naar Amsterdam verhuizen en daar mensen die ziek
zijn, en wie is dat niet, begeleiden. Pas nu kan ik het.
De veiligheid en zekerheid die ik hier in mijn mooie appartement
heb ga ik opgeven, ik wil op een natuurlijke manier weerstanden
ondervinden.
Dit huis met alarminstallatie en beveiligingshek, verlaat ik.
Wil je schoonheid beleven moet je ook het vuile aanraken. Dat
ben ik altijd uit de weg gegaan.Ik had angst voor het leven in zijn totaliteit en heb het
esthetische, fraaie, veilige gezocht; dat kon ik me permitteren.
Maar nu wil ik in aanraking komen met een disharmonie. De
confrontatie durven aangaan.
Ik kan mijn eigen kwaliteit trouwens meenemen, waar ik ook ben.
De verloedering kan ik aanschouwen, hoef me er niet mee te
identificeren. Hoe ik daar mee om ga zegt iets over mezelf
tenslotte."

-Je schreef in je boek dat je je leven hier op aarde afrondt en
ongetwijfeld iets nieuws begint. Hoe zie je het daarna?

"Ik geloof in reïncarnatie.We hebben een wandelkaart gekregen
waarop we een bepaalde route moeten bewandelen. Het leven is
daarop een fragmentje.
De stipjes op de kaart zijn dingen die je tegenkomt. Amsterdam
is zo'n stipje voor mij.
De kunst in het leven is dat je 'enigzins' zicht krijgt op die
wandelkaart. Waarom jij door de duinen loopt en een ander over de rijweg.
Echt zicht daarop is aleen dan mogelijk door een diep
bewustzijn te ontwikkelen: laat het over je komen. Waar het om
gaat is dat je zelf moet voelen dat je niet voor niets over dat
pad gaat.
Je moet er geen grip op willen hebben, alleen een soort
vertrouwen in: Dit is mijn weg nu eenmaal."




Ellen de Jong-de Wilde