Duyns, Cherry


Het gaat om de verhalen die zich bij mij aandienen


Cherry Duyns (1944) behoort tot de grote documentairemakers van Nederland. Met 'De droom van de beer' won hij De Prix Europa 2001. Vijfentwintig jaar 'Herenleed' deed hij samen met Armando en als schrijver maakte hij naam met 'De zondagsjongen', 'De bovenman' en 'Dante's trompet'. Onlangs verscheen zijn roman 'De Chinese knoop' (uitgeverij Thomas Rap).
In dit boek kijkt Robert Loon terug op het leven van zijn jeugd in Haarlem in de jaren vijftig. Aanleiding is de dood van zijn moeder Kitty. Zij verdient als jonge weduwe, na haar zeer gelukkige huwelijk, de kost met de verkoop van kunstbloemen die ze thuis maakt, vaak met behulp van haar zoon. Tijdens het opruimen van haar huis komen talloze herinneringen bij Robert boven waaronder de bijzondere vriendschap tussen de vroeg overleden vader en de Chinese snoepverkoper Lin Ying, die vrouw en kinderen in China heeft achtergelaten om zich later, als hij genoeg geld heeft verdiend, zich weer met hen te kunnen verenigen. Na het overlijden van de vader blijft de vriendschap tussen Lin Ying en Kitty bestaan; het is een precaire verhouding tussen twee eenzame mensen die ondanks alles trouw blijven aan hun beider afwezige echtgenoten. De jonge Robert kon op hun relatie nauwelijks de vinger leggen maar na de dood van zijn moeder, ronddwalend in hun huis, begrijpt hij er meer van al is hij niet bij machte de knoop te ontrafelen. De roman eindigt met een, zo blijkt, waar gebeurde anekdote over een van oorsprong uit China afkomstige mandarijneend, die als Robert bijna het huis leegt heeft, kans ziet naar binnen te komen. Het verhaal eindigt dramatisch.
Subtiel beschrijft Duyns het geestige karakter van moeder Kitty die met haar gevatte uitspraken direct het lezershart steelt: 'Het haalt niet bij de natuur maar ik ben wel sneller', zegt ze terwijl ze met eeltige vingers de bloemen onder haar handen laat groeien. En haar enige zoon moet beslist op haar begrafenis komen, want: 'Ik was tenslotte ook bij jouw geboorte.'
Duyns schrijft ingetogen en poëtisch: "Er zijn mensen die zeggen dat mijn boek meer op poëzie lijkt dan op proza", vertelt hij me later. "Je moet daar soms door anderen op gewezen worden."

Duyns vervoert me naar Hotel Newport in Huizen. We kijken uit op het Gooimeer, waarboven een lichte nevel hangt. Het is lente, maar het lijkt herfst. Hij stelt me direct op m'n gemak als mijn opname apparaat weigert, ik rood aanloop en steun zoek in de kussens van de comfortabele bank die ik helemaal alleen bezet. Duyns zit in een fauteuil naast me en heeft inmiddels een pijp opgestoken en koffie besteld. "Draai eens aan de volume knop", adviseert hij me, en ja, hoor, daar doemt zijn rustige, uitgebalanceerde stem op die me als muziek in de oren klinkt.

Gretig vuur ik eerste vraag op hem af:

In een bespreking werd 'De Chinese knoop' in één adem genoemd met Armando's boek 'Het wel en wee'.

"In de NRC is door Janet Luis een tragische poging gedaan mij en Armando met elkaar te vergelijken en ook nog eens onder de parapluie van 'Herenleed'. Ik vond dat zo onbegrijpelijk en dat vond Armando ook. Weliswaar zijn wij ruim veertig jaar bevriend en is er zeker geestverwantschap tussen hem en mij. Wat ons bindt is het gevoel van betrekkelijkheid en weemoed, dat ook in 'Herenleed' zit. Maar we schrijven totaal verschillende boeken en dat in een recensie op een hoopje te vegen is suf. Maar je weet dat je als schrijver kritiek krijgt en daar moet je tegen kunnen en in staat zijn het manmoedig weg te slikken. En dat heb ik gedaan."

Hoe staat u te boek?

"Als je zoals ik een aantal verschillende dingen hebt gedaan en doet wordt je dan eens als journalist, dan weer als filmmaker of schrijver bestempeld. Maar het kan me helemaal niets schelen hoe ik te boek sta. Ik krijg afwisselend een idee voor een novelle of een roman of voor een documentaire film; het gaat om de verhalen die zich bij mij aandienen en dat kan van alles worden. Dat het meer films zijn is niet zo gek want ik werk tenslotte als documentair filmmaker bij de VPRO. Schrijven doe ik in de kieren en de naden van de tijd."

Het duurde bijna tien jaar voordat 'De Chinese knoop' het licht zag. Het was geen writer's block, maar het had meer te maken met het feit dat er in die periode veel dierbare vrienden om Duyns heen stierven: "Als je boven de vijftig komt maak je dat blijkbaar allemaal mee, je staat maar te kijken in die gaten waar de kist in verdwijnt. Ik had gewoon geen zin meer om te schrijven temeer daar ik toch al vanuit het gevoel leef dat alles tevergeefs is. Ik had het idee dat ik beter langs de zee kon wandelen met m'n echtgenote of met m'n veldkijker de polder of de duinen in kon gaan om naar de vogels te kijken wat ik graag doe. Waarom zou ik me in vredesnaam kwellen door op een kamer te gaan zitten met de luiken dicht? Maar wat bleef was de aanzet tot dit boek die zich regelmatig bij mij kwam aandienen."

Duyns was in Ghana voor het maken van de film 'Afscheid van vrijdag'. Achteraf realiseerde hij zich toen dat hij het verhaal moest schrijven over de vreemdeling in Nederland, want tijdens het maken van die film werd hij omringd door jonge mannen met grote, donkere, ogen die vroegen om naar Nederland te komen. "Om mogelijk een beter leven te kunnen leiden want daar gaat het tenslotte om. De Chinese hoofdfiguur uit mijn boek had ook dat verlangen en hij stond dan ook met een broodtrommel aan een riem om zijn nek op straat en verkocht teng teng, repen chocolade, rollen pepermunt en drop.
Dat deed hij niet om het straatbeeld op te fleuren maar uit bittere noodzaak."

Duyns kende echt zo'n figuur en daar is de roman ook voor een deel op gebaseerd.
"Wat belangrijk voor mij was dat toen iedereen van de familie dood was er één foto achterbleef. Een foto van een Chinese vrouw voor de oorlog met haar kinderen om zich heen en dat komt ook in het boek aan de orde. Ik moest er telkens naar kijken omdat ik dacht: zouden die mensen geweten hebben hoe het hier was met haar man en hun vader. En hoe het is afgelopen. Ik kreeg het gevoel dat als ik het verhaal niet vertelde niemand zou weten dat deze Lin Ying zoals miljarden mensen ooit bestaan heeft. En nu bestaat hij."

Het werd geen zware roman.

"Ik voelde dat ik moest oppassen dat ik niet te sentimenteel zou worden en door die moeder tegen te laten sturen door haar relativerende geaardheid en haar humoristische toon, wilde ik het verhaal laten zweven zodat het niet door de zwaarte en de gruwelijkheid van het einde van de Chinese man zou gaan dalen. Dat hoop ik bereikt te hebben door die moeder zo te maken als ze is. Het boek gaat over een aantal dingen waaronder afscheid, loyaliteit en trouw; over de relatie tussen de weduwe en haar zoon en daardoorheen als een levensader die zo beroerd ophoudt gaat de geschiedenis van de Chinese man. De positie van die man is de rol van de buitenstaander."

Duyns kan zich goed verplaatsen in de positie die buitenstaanders hebben in onze samenleving: "omdat ik ooit in Duitsland ben geboren in 1944. En in '45 als zoon van een Nederlandse vader en een Duitse moeder naar Nederland kwam en je ontdekt hoe slecht dat valt als je een Duitse moeder hebt omdat je gewezen wordt op het feit dat jij anders bent dan de anderen. Door omstandigheden heb ik rond '52 anderhalf jaar in Duitsland geleefd en daar deed zich hetzelfde fenomeen voor. Daar was ik een Hollander in Duitsland en hoorde er niet erg bij. Ik heb er niet onder geleden maar het vormde me wel. Ik ontwikkelde een grote argwaan ten aanzien van mensen: je moet je op een afstand houden want ze zijn niet te vertrouwen en ze zijn onberekenbaar en snel geneigd je te veroordelen. Dat heeft twee dingen tengevolge gehad:
een gevoel van geldingsdrang, zo van wacht maar, anderzijds de neiging om een beetje vanuit de coulissen toe te kijken."


Waar staat de mandarijneend voor?

"Voor trouw, er wordt verteld dat als het mannetje weg is het vrouwtje niet meer eet en drinkt, zo ernstig is het.
Het wonderlijke is dat ik op een winternamiddag zat te schrijven, het was bitterkoud buiten en in mijn werkkamertje was het genoeglijk warm. Ineens was er een waanzinnig lawaai van vogels buiten en als vogelaar zoals ze dat noemen, ging ik kijken en zag een vogel met een kapotte vleugel.Hij stak de straat over en holde zo goed en zo kwaad als dat ging mijn kamer binnen. Dat wil zeggen, de gang in en vervolgens twee trappen omhoog naar mijn kamer. Ik hoorde geritsel onder een kast en ik zag bloedsporen. Ik haalde 'm tevoorschijn en wist niet wat het was. Ik zag wel dat het een exotisch dier was net als Lin Ying uiteindelijk een exoot was al wist ik dat toen nog niet. Dat gedoe hield me op want ik zat net zo lekker te schrijven aan het slot van m'n boek en later hoorde ik dat het een mandarijneend was en wel een vrouwtje. Juist op het moment dat ik beschreef hoe Ying (betekent adelaar), bloedend aan zijn eind was gekomen. Ik vond het eerst te gek voor woorden maar het is de werkelijkheid."

Ellen de Jong