Dullemen, Inez van


SLEE ontvangt Inez van Dullemen


Dat iets je voortdrijft

Op zondag 28 oktober om 15.30 uur is de schrijfster Inez van Dullemen te gast bij SLEE (Stichting Literaire Evenementen Eemland). In Scholen in de Kunst, Coninckstraat 58 (naast De Flint) in Amerfoort. Reserveren bij de kassa: tel. 033 – 4729094.

Inez van Dullemen (Amsterdam, 1925) debuteerde in 1949 met de roman 'Ontmoeting met de ander' waarna belangrijke werken als 'Vroeger is dood'
(kroniek, 1976, Jan Campertprijs), 'De vrouw met de vogelkop' (1979),
'Het gevorkte beest' (1986, nominatie AKO Literatuur Prijs 1987) en 'Het land van rood en zwart' (1993, Henriëtte Roland Holstprijs, nominatie Libris Literatuurprijs), volgden. Haar meest recente boek is Maria Sibylla, dat uitkwam bij uitgeverij De Bezige Bij. Maar van Dullemen schreef ook reisverhalen. Ze verbleef met haar man Erik Vos en twee kinderen een paar jaar in de Verenigde Staten en maakte reizen naar onder meer Frankrijk, Mexico, India en Alaska.

Ze woont in een helder wit geschilderd huis in de Haagse vogelbuurt en stelt me direct op m'n gemak door haar vriendelijk en voorkomend optreden.

U schreef reisverhalen. Wat betekenden die reizen voor u?


Inez:"Een enorme verruiming van mijn wereld. Ik zat hier keurig en wel met mijn gezin in dit huis en af en toe werd ik daar benauwd van. Gelukkig kreeg mijn man werk in Californië en toen zijn we met onze twee kleine kinderen vertrokken. De Volkskrant vroeg mij of ik artikelen over allerhande onderwerpen voor hen wilde schrijven. En dat was heerlijk want zo werd ik gedwongen me te verdiepen in politiek, in een zwarte moslimfarm, of het gevangeniswezen, en in de problemen die daarbij speelden. Daarna woonden we in Georgia, in het Zuiden, en daar werd ik geconfronteerd met de rassenkwestie en de slavernij die daar nog dicht bij lag. Ik vond het allemaal hoogst interessant, het waren de mooiste jaren van mijn leven. Later, toen we niet meer in Amerika woonden, bleef ik reizen maken en er over schrijven, over Alaska of India bijvoorbeeld."

Om welk type mens gaat het u vooral in uw romans?

"De kwetsbare en de oude mens, die labiel in het leven staat, maar ook de gepassioneerde en de eenzame mens, trouwens passie maakt ook eenzaam, als je een bepaalde drive hebt die niemand herkent; dat zijn wel mijn genres.
En dan wil ik vooral schrijven over wat onderhuids bij mensen speelt, diep in hun verlangens en dromen duiken, dat is verreweg het meest boeiende."

Van Dullemens roman Maria Sibylla, geschreven in een weldadig sobere stijl, gaat over de schilderes Maria Sibylla Merian, die op het eind van de zeventiende eeuw naar Suriname vertrekt vanwege haar bijzondere passie voor vlinders. Van haar leven is slechts een aantal feiten bekend. Waar Van Dullemen zich moet beroepen op haar verbeelding kruipt ze overtuigend en vol vuur in de huid van deze vrijgevochten vrouw die met opmerkelijke moed haar man verlaat, en een aantal jaren daarna samen met haar jongste dochter naar Suriname reist. Ze neemt de lezer mee op een adembenemende tocht. Maria Sibylla ontmoet de slavin Kwasiba op het moment dat deze haar zoontje begraaft. Vanaf dat moment zijn hun levens onontkoombaar met elkaar verbonden.


Van Dullemen kende Maria Sibylla uit haar jeugd. Er is een beroemd gedicht van Bertus Aafjes over haar. Maar ze was haar vergeten tot Van Dulleman op haar werk stuitte in het Teylers Museum in Haarlem. Daar stond in een glazen kastje de Morpho Achilles, de vlinder die Sibylla is gaan zoeken in Suriname.

Het was een vrouw met een passie.

"Dat herken ik heel sterk, dat iets je voortdrijft en je weet niet hoe het komt, maar je moet dat gaan doen of onderzoeken en dat heb ik met het schrijven ook. Of het nu reisbrieven of romans betreft, je moet iets ontdekken. En dat had Sibylla, ze wilde niet alleen mooi schilderen maar ook wetenschappelijk dingen ontdekken, als ze dat niet had gewild was het niet voldoende voor mij geweest om haar tot mijn compaan, mijn tweelingziel uit te roepen,
want als je zo'n boek maakt leef je een tijdje met een tweede persoon.
Toen ik in dat museum die vlinder in de vitrine zag staan was ik gebiologeerd door dat fraaie wezen en realiseerde ik me ineens wat een passie zo'n vrouw voor zoiets ongrijpbaars en vergankelijks had, dat ze in de 17e eeuw naar Suriname ging als vrouw van in de vijftig jaar met een dochter, zonder mannelijke begeleiding. En ze ging niet alleen op jacht naar die waanzinnige schone vlinder maar ze wilde ook de geschiedenis ervan kennen: hoe zagen de pop en de rups eruit.
Ze wilde die hele ontwikkeling in zich opnemen en daar was ze in die tijd uniek in."

Sibylla's passie en uw passie voor schrijven.

"Ik ging al jong schrijven en het bleek voor mij een must. Het zit in je gebakken, het is een drijfveer die je niet precies kan verklaren. Als ik een lange periode niet schreef werd ik ongelukkig en kwam alles me grijs en mat voor. Het verdiepen in een vrouw als Sibylla doet me leven, ze leeft binnenin me en dan ben ik niet meer alleen in mijn geest en dat is heerlijk."

Ellen de Jong