Cox, Eva



Eva Cox bij Slee

Ritme en klank zijn plezante speeltjes




De klok in de Antwerpse stationsrestauratie, met haar hoge plafonds vol gouden ornamenten, geeft met zwarte wijzers de tijd aan. Over een paar minuten zal ik Eva Cox (Genk, België 1970) 'meisje in 't zwart met verstrooide blik en een tas thee in de hand', zoals ze zichzelf kenschetste, ontmoeten. Op 25 januari zal ze haar zelf geschreven gedichten voordragen tijdens de literaire lunch die SLEE van 12.00 tot 15.00 uur, inloop vanaf 11.30 uur, organiseert in Brasserie Kroonenburg, Snouckaertlaan 2, Amersfoort. Allround Jazzpianist Hein van der Gaag zal de muziek verzorgen. Reserveren, tel. 033 -4610684.

Eva Cox begon net voor haar negenentwintigste jaar met het schrijven van een gedicht voor een van haar dochters op school: "Ouders moesten iets artistieks doen en toen heb ik tijdens het avondeten, letterlijk tussen de soep en de patatten, een kindergedichtje voor haar geschreven. Dat heeft dingen in mij wakker gemaakt, waarna ik in januari 1999, zonder opdracht, zelf poëzie begon te schrijven, voor het grootste gedeelte ratelrijmen. Gedichten die geschikt waren voor het podium, klankrijk, waarbij het ene woord het andere opriep. Intussen schrijf ik diverse soorten gedichten, waaronder parlando verzen, die meer op compacte brokjes proza lijken. Ritme en klank zijn plezante speeltjes en ik werd dan ook snel tot podiumdichteres gebombardeerd. Mijn ratelrijmen zijn anekdotisch, maar inmiddels groeide ik naar een ander soort poëzie, wat hermetischer, onder de noemer van: het mysterie van het bestaan en dat valt uiteen in de dood, de liefde, de intelligentie, en het schrijven zelf, waarbij ik moet oppassen dat ik het niet alleen maar over het laatste heb, want dat is gemakkelijk omdat het mijn hoofdbekommernis is."

Cox's ratelrijmen hebben iets rappends, à la rap in de hip-hop.
"Met veel rijm en binnenrijm, een mitrailleur van woorden. Die breng ik dan ook uit het hoofd omdat het sneller gaat dan ge kunt lezen. Die vragen daarom, andere lees ik rustig voor."
Eva Cox schreef ook een scheld vers, met als onderwerp:
het niet ingaan op de verwachtingen van een jonge man die haar uitnodigde voor een etentje. "Ik werd daarmee onmiddellijk als een feministisch schrijfster gebrandmerkt."

Je won de finale van de Vlaamse Poetry Slam.

"Ik deed met een paar gedichten mee, maar de doorslag gaf absoluut mijn scheldvers. Een evergreen die het altijd en overal doet. Het verbaasde me dat ik won want ik stierf die dag van de zenuwen omdat ik het bloedserieus nam. Ik stond bol van de adrenaline, en waarschijnlijk was dat de stoot naar de overwinning. Daarna heb ik er nooit meer aan meegedaan, want ik vind het fijner om te lezen voor een publiek dat niet gekomen is voor bloed en spelen, maar aandachtig luistert. En hoe krijg je die aandacht? Door te improviseren met je stem, te kruipen in je gedicht, er volledig één mee te zijn. Dan kunt ge werkelijk het haar van de mensen recht overeind laten staan."

Dochter

Je voorhoofd van honing
hoe ik mijn vinger sop in je gedachten
en als van goud gesponnen draden trek
ze tot bobijntjes om mijn pinken wind

suikerspinnen muizenissen
ik snoep ze
weg


Ellen de Jong, 2004