Broeckhoven, Diane



In de stilte zit een grote kracht


Diane Broeckhoven (1946) is geboren in Antwerpen waar ze ook opgroeide. In 1970 verhuisde ze naar Nederland waar ze dertig jaar woonde en werkte als auteur van voornamelijk jeugdboeken, maar schreef ook voor de tijdschriften Libelle en Onkruid. Verder publiceerde ze de romans 'Het verkeerde keelgat' (Houtekiet), de novelle 'De buitenkant van Meneer Jules' (House of Books) en 'Voor altijd de jouwe' (House of Books), samen met schrijfster Marcella Baete.

Diane woont ver weg van het menselijk verkeer in het verstilde Begijnhof van Antwerpen. Ze is rustig in het zwart gekleed, vol licht zijn haar ogen en kastanje bruine haardos.

'Voor altijd de jouwe' is vooral een geestige briefwisseling tussen twee vrouwen, Claire en Julie. Broeckhoven neemt Claire voor haar rekening en Baete, Julie.
Als Claire haar droom heeft waargemaakt en bij haar minnaar in Frankrijk gaat wonen neemt ze contact op met Julie, een alleenstaande vrouw die ze ooit interviewde voor de krant. Hun e-mailcorrespondentie maakt duidelijk dat Claire en Julie een andere visie op het leven hebben. Noch journaliste Claire, noch Julie, die een antiquiteitenzaak heeft, blijken de vrouwen waarvoor ze zich hebben uitgegeven. Terwijl de een ontdekt dat vrijheid en onafhankelijkheid hoger in haar vaandel staan dan een relatie, stelt de ander alles in het werk om een man aan zich te binden. Desnoods tot de dood er op volgt. Maar hoe verschillend ze ook zijn: één ding verbindt hen met elkaar: ze zijn op zoek naar liefde, warmte en zichzelf.

Baete schrijft:'Zijn we niet allen gegijzeld door het lot en door onze met fluweel gesponnen dromen?

Bent u het daar mee eens?
"Ik vind het mooi gezegd en ze heeft gelijk: we zijn allemaal op een of andere manier gegijzeld door het lot en de liefde, maar we hebben wel, als gijzelaar, onze eigen verantwoordelijkheid. En de dromen? Die houden ons ook gevangen, maar dat is een leuk soort gijzeling. Wat we in het echt niet kunnen krijgen of niet hebben, daar dromen we over en dat kan ons ook in de ban houden."

Kunnen niet alleen vrouwen op die manier liefhebben? Invoelend en vooral onvoorwaardelijk?

"Dat is vrouwen wel meer eigen dan mannen, maar het is geen wet van Meden en Perzen. Er zijn ook mannen die daartoe in staat zijn, zeker als ze ouder worden en de balans opmaken, kunnen ze steeds beter met de liefde uit de voeten en zelfs onvoorwaardelijk liefhebben. Wel denk ik dat vrouwen er in het algemeen met meer gevoel over kunnen schrijven, omdat wij ons erin herkennen: ik voel wat zij voelt. Jeroen Brouwers schrijft in Geheime Kamers prachtig over de liefde, een man dus die dat tedere stuk in zichzelf toelaat. Gisteren las ik een interview met Connie Palmen en zij zegt iets waar ik het helemaal niet mee eens ben: dat ze vanuit een vaderlijk gevoel leeft, daar schrijven, iets creëren vanuit je geest, een echt mannelijke aangelegenheid is. Ze poneert dat als een algemene stelling en daar sta ik niet achter, hoewel ik haar werk graag lees. Ik schrijf geen boek vanuit m'n hoofd, ik schrijf een boek vanuit m'n buik. En dat is typisch vrouwelijk, hoewel je natuurlijk niet je hoofd kunt uitschakelen want dat heb je nodig voor de zinsbouw, grammatica en het verloop van het verhaal."


In 'Het verkeerde keelgat' handelt het om Lucie Wijnakker die een keeloperatie moet ondergaan. Dat ze daarbij haar stem zou kunnen verliezen lijkt voor haar arts een bijkomstigheid. Voor Lucie is het letterlijk een halszaak: ze verdient de kost als voordrachtkunstenares. Lucie is bitter teleurgesteld over de ontmoedigende reacties van haar geliefden. Na de operatie brengt ze een vakantie door op het eiland La Gomera, waar ze 'la mujer silenciosa' wordt genoemd. Niet langer gehinderd door woorden, is ze milder en inzichzelf gekeerd. Ze beleeft een poëtische liefde met een man die gewend is met zwijgende vrouwen om te gaan.

Het beeldend en vooral uiterst gevoelig geschreven verhaal bevat ook episodes uit Lucies jeugd, met ouders die haar een streng katholieke opvoeding gaven. Ze ging naar de nonnenschool en kreeg het daar vaak zwaar te verduren. Als kinderen teveel praatten kregen ze een pleister op hun mond. Ten overstaan van Mère Immaculata moest Lucie eens een liedje zingen en kon het niet: 'Ziet u dan niet, had Lucie bijna gezegd, 'dat ik onzichtbaar ben, dat ik niet besta. Bent u vergeten dat ik niet tegen u praat, dat ik geen stem heb? De onuitgesproken woorden schoten haar in het verkeerde keelgat. En dat zou nog veel vaker gebeuren.
Broeckhoven schrijft: 'De stroom herinneringen aan het kind dat monddood werd gemaakt, was na Lucies operatie opgedroogd. Alles wat haar als kind in het verkeerde keelgat was geschoten en daar jarenlang als een onontwarbaar kluwen gewoekerd had, leek door de ingreep van de chirurg met wortel en tak uitgeroeid.'





In hoeverre is de roman autobiografisch?

"Ik had wel een aandoening aan mijn schildklier maar de rest van het boek is fictief. Ik ben gewoon gaan fantaseren over: wat zou er nu gebeuren als je niet meer met je stem kan communiceren en dat bij iemand die ervan leeft. Daar ging ik op voortborduren. Het enige wat autobiografisch is, zijn de jeugdherinneringen. Als je daarover begint te schrijven, gaat er kennelijk een klep open en stroomt het eruit. Het was vreemd te ontdekken dat veel van die herinneringen te maken hebben met: je mocht je mond niet opendoen, geen dingen zeggen die onbetamelijk waren en die je dus moest inslikken, je moest eten wat de pot schafte, alles had te maken met dat emotionele keelgebied en met de onderdrukking daarvan. Maar zoals gezegd, de rest van de roman is fantasie."

Lucie raakt na de operatie haar stem kwijt, een soort bevrijding.

"In de stilte zit een grote kracht, soms kun je met iemand heel goed contact hebben-maar dan moet je wel een zekere geestverwantschap hebben- juist door eens niets te zeggen, door dingen niet te gaan uitleggen. Voor haar, een vrouw die misschien te veel gepraat heeft, kan het een bevrijding zijn om eens niets te zeggen. En dan komt de minnaar om de hoek kijken, die ik invoerde om haar dat bevrijdende gevoel extra te laten beleven, zonder woorden."

Aan het einde van het boek schrijft u: 'Haar stem vouwde zich open als een bloem in het zonlicht.' En:'Ik heb het volgehouden, de hele tijd. Ik heb mijn opdracht volbracht.'

"Ik vind het jammer om te zeggen wat ik ermee bedoel omdat de keuze aan de lezer is om te besluiten tot: ze is stemloos geworden door de operatie of ze heeft zelf besloten een tijd haar mond te houden omdat ze nogal eens door vrienden gekwetst is. Als ik het zeg kan het voor de lezer een grote teleurstelling zijn omdat het slachtofferschap meer aanspreekt dan haar eigen beslissing die met persoonlijke kracht van doen heeft. After all, op het laatst kan ze gewoon praten en daar hoort de lezer een schok te krijgen, van verdorie, hoe zit het nu? Daar zit ook wat autobiografie in, want ik dacht: ik zou in staat zijn om het zo te doen vanuit mijn gekwetstheid, zou kunnen denken: laat me eens proberen hoe het is om een paar maanden niet te praten. Hier, in je eigen land, zou het moeilijker zijn, maar in een vreemd land is het gemakkelijker om je als vreemdeling die rol op te leggen. Maar hoe het ook zij, de keuze is aan de lezer."


'De buitenkant van Meneer Jules', genomineerd voor de Longlist AKO-Literatuurprijs, verscheen november vorig jaar. De ontroerende novelle van 78 pagina's behandelt een aantal intieme momenten tussen een oude vrouw en haar gestorven man:
Als de bejaarde Alice de door haar man Jules gezette koffie ruikt, staat ze op. Dit ritueel herhaalt zich iedere dag. Tot ze hem op een ochtend levenloos aantreft in de sofa in de kamer - de koffie is nog niet helemaal doorgelopen. Terwijl Jules langzaam transformeert in een beeld dat uit marmer gehouwen lijkt, haalt ze herinneringen op en zegt dingen tegen hem die ze niet eerder heeft kunnen of durven uitspreken. Als ze vervolgens in het reine moet komen met het verdriet en het gemis waarmee ze geconfronteerd wordt, raakt haar autistische buurjongen David op onverwachte wijze betrokken bij dat verwerkingsproces.
Broeckhoven heeft een suggestieve stijl: ze roept meer op dan ze benoemt. Het draait in al haar boeken niet alleen om de gebeurtenissen, maar meer nog om de gevoelens die daarmee gepaard gaan.

Het boekje heeft veel weerklank gevonden.


"Omdat het voor mensen herkenbaar is. Ineens is die dood daar, dat wonderlijke moment dat iemand voorgoed de ogen gesloten heeft en van je verwacht wordt dat je van het ene moment op het andere overgaat tot de orde van de dag. Dat je de begrafenis moet regelen en zo. Allemaal hebben we meegemaakt wat erin dat boekje staat, het geeft een vonk van herkenning. Verder is het zo simpel als wat. Er spelen maar drie mensen in mee, er zit eigenlijk geen enkele actie in, het is een doodgewone dag van koffie zetten en het sneeuwt, maar daar blijft het niet bij. Om er een spanningsboog in te krijgen heb ik die jongen ten tonele gebracht.
Dat moest natuurlijk geen gillend kind zijn die het direct aan zijn moeder gaat vertellen dat Meneer Jules daar dood zit. De vrouw en de jongen sluiten een verbond, die jongen voelt zich veilig en is gerustgesteld omdat alles als een tableau vivant daar staat en niet meer beweegt. Een zin uit een recensie sloeg de spijker op de kop:
Aan de buitenkant van Meneer Jules zit geen gram vet teveel. In mijn hoofd zat het boek als een groot ei, maar bij het schrijven bleef er slechts een kievitseitje over. Gewoon vanwege het onderwerp, het is een stil onderwerp, daar horen geen toeters en bellen of grote gevoelsuitingen bij. De vrouw zegt een paar dingen: dat ze van hem houdt, maar zich ook wel ergens bevrijd voelt omdat ze nu eens lekker een klodder mayonnaise op haar ei kan gooien. En biecht haar man de geheimen op, die elk lang huwelijksleven met zich meebrengt. Het is een simpel, herkenbaar verhaal, om die reden sloeg het goed aan."


Broeckhoven begon aan 'De buitenkant van Meneer Jules' toen ze vanuit Nederland, waar ze jarenlang woonde, weer naar België verhuisde. Ze moest wennen aan het andere leven en rust nemen. Broeckhoven:"Ik zag mijn hele leven bij het inpakken door mijn handen gaan en voelde dat ook in mijn rug kruipen. Ik had een periode van herbronnen nodig, zoals ze dat hier zo mooi noemen. Het was een moeilijke tijd, maar na een paar maanden wilde ik een boek schrijven dat daar op een of andere manier een metafoor van was: Er is iets doodgegaan en er is iets nieuws tot leven gekomen. Ik heb dat niet zo met mijn hoofd gedacht, dat zijn van die dingen die in je hart en buik ontstaan, maar het is een boek geworden dat door de stilte geïnspireerd werd."


Het is inderdaad een stil boek geworden, stil omdat er binnen de dode Jules is, en buiten dempt de sneeuw alle geluiden. Maar de innerlijke wereld van de vrouw is heftig in beweging.

Een opvallend contrast.

Broeckhoven:"Dat heeft u goed gezien, zo heb ik het inderdaad bedoeld."

Ellen de Jong.