Barnas, Maria


Zoektocht naar zelfstandigheid


De drieëntwintigjarige Maria Barnas zit in haar laatste jaar op de Rietveldacademie in Amsterdam. Een paar maanden geleden verscheen haar eerste roman 'Engelen van ijs' bij De Arbei¬derspers. Het is het verhaal van een jonge vrouw, Marike, die haar weg tracht te vinden in het leven; ze leeft samen met vriend Sandor en dat geeft nogal wat problemen, aangezien hij psychisch gestoord is en aan pillen verslaafd. Ze doet her¬haalde¬lij¬ke pogingen zich van hem los te maken en greep op haar leven te krijgen.
Alles wat ze meemaakt noteert ze, met als doel dingen vast te houden, te bewaren. 'Het opschrijven van bijvoorbeeld een gedachte geeft die gedachte een bestem¬ming, al staat zij alleen op papier in een boek dat op slot gaat en in een doos wordt gestopt; de gedachte is bewaard en is niet helemaal voor niets geweest', schrijft Barnas. En:
'Ik houd mijn geheugen brandend door te schrijven en te teke¬nen.'
Het verhaal van Marike wordt door Barnas stukje bij beetje ont¬huld zodat de lezer gaandeweg haar ouders, grootouders en vriend leert kennen.
De wereld van Marike wordt beheerst door obsessies en angsten, maar ook door geheimen en uiterst per¬soonlijke beschouwingen, die knap verwoord worden. Marike is geobsedeerd door haar manisch-depressieve, achterdochtige grootmoeder, die ze vaak in een gesloten inrichting bezoekt. Ze is bang dat ze erfelijk belast is en probeert hardnek¬kig een lijn te vinden in haar onge¬rijmde innerlijke wereld.
Bar¬nas schrijft: 'Ik kan me niet veroorloven een chaotische gedachtenwe¬reld te hebben. Het gevaar dat ik daar¬mee de waan¬zin kweek waaronder mijn grootmoeder lijdt is te groot denk ik. Ik wil dat mijn gedachtenwereld als een kalme wateropper¬vlakte is.'
Ze wil orde scheppen, noteert haar gedachten in dagboeken en bergt dierbare spullen op in kistjes die ze be¬graaft. Marike worstelt het hele boek door met het puberteits¬pro¬bleem dat ze haar onbezorgde jeugd in Engeland niet kan rijmen met het gecompliceerde volwassen bestaan in Nederland. Ze denkt hel¬derheid te vinden in het klooster op IJsland, waar haar tante verblijft. Daar wordt ze geconfron¬teerd met diepe mense¬lijke ellende, wat haar aandacht enigs¬zins van haarzelf af¬leidt. Toch vindt ze daar haar weg nog niet: 'Gods plan met mij is waarschijnlijk verwarring te scheppen.'

Een schitterende kamer op de Keizersgracht in Amsterdam, aan één van de wanden een schilderij waarop afgebeeld een slanke vrouw die weg lijkt te lopen van iets. Ik zie de zee en een donkere lucht boven haar: iets dreigends straalt het uit. Maar ik vind het mooi, zeg haar dat.
Maria Barnas zelf ziet er vrolijk uit, heel anders dan de vrouw die ze schilderde, ze heeft haar haar luchtig in een staart en haar ogen kijken me stralend aan.

Sinds ze kon schrijven heeft ze dagboeken bijgehouden en getekend. Verhaaltjes met tekeningen. "Ik was al vroeg onder de indruk dat je iets kon opschrijven wat je had meegemaakt of wat je verzonnen had."

Rond haar dertiende jaar ontdekte ze, ook omdat ze veel las, dat ze het een enorme uitdaging vond om in een kort bestek, spelend met klank en woorden, gedich¬ten te maken. Ze ging in de schoolkrant schrijven zoals zovelen en keek later uit naar een plek waar ze haar gedichten en verhalen kwijt kon.
"Dat werd het tijdschrijft Millenium", zei Maria, daar kon ik terecht, ook met mijn beeldend werk. "Ik had allang plannen voor het schrijven van een roman, het vlotte eerst niet, maar het is er toch van gekomen. Er zitten veel dingen van mezelf in het boek, ook wat mijn jeugd bij mijn ouders be¬treft, maar vooral de behoefte om dingen onder controle te hebben. Ik ben met een nieuw boek bezig en dat staat ook weer dicht bij mij, alleen wordt daar een andere persoon in beschreven met andere ouders en een verschillende jeugd. Ook met andere verwachtin¬gen van het leven."

Het thema van je boek is een zoektocht naar volwassenheid.

"Naar zelfstandigheid. Er zijn een heleboel invloeden van verschillende mensen, een krankzinnige oma, een dominante vader, een moeilijke vriend, naar wie Marike heel goed luis¬tert, maar ze merkt dat ze ook zichzelf moet kunnen zijn, maar hoe, is nog onduidelijk. Aan het eind van het boek is Marike daar nog niet uit, maar ze is wel een stap verder, want ze beseft dat ze die anderen maar moet laten voor wie ze zijn. En ze heeft meer rust, dat ook."

Krijgt Marike in je volgende boek meer grip op haar leven en bereikt ze haar zelfstandigheid?

"Ik vrees van niet." Maria moest er smakelijk om lachen.
"Misschien is het ook niet nodig om het te bereiken, alleen be¬langrijk om het te zoeken, om steeds een klein stapje verder te komen, maar ik zou niet kunnen beschrijven hoe dat zou moeten zijn, ik heb geen idee hoe je werkelijk zelfstandig en onafhankelijk zou moeten worden, want je hebt mensen nodig. Ik luister ook graag naar mensen, evenals Marike dat doet."

In de liefde zou je een stuk verder kunnen komen.

"Ja, dat zou kunnen, maar in mijn volgende boek is voorlopig nog geen mogelijke vriend of mannnelijk persoon in het spel. Het gaat meer over vriendschap tussen vrouwen."

Marike heeft, mede door haar dwangneuroses, niet zo'n hoge dunk van de mens. En jij?

"Ik geloof wel dat veel mensen het goed bedoelen, maar die bedoelingen zijn niet altijd sterk genoeg, iedereen is feil¬baar. Zelf houd ik ervan alle mogelijkheden af te wegen die ertoe leiden dat mensen tot een bepaald gedrag komen. En dat kan goed of slecht zijn. In mijn boek gaat het om bedacht zijn op, het kan ook slecht bedoeld zijn, wat mensen met je voor heb¬ben." -3
Je boek is goed doordacht en het laat je niet los.

"Een goed boek trekt je mee en, dat is het grootste compli¬ment wat je een boek kunt geven, dat het een deel van je herinne¬ring wordt. Dat het op een gegeven moment even sterk is als iets wat je zelf hebt meegemaakt."


Het boek van Maria Barnas is al een deel van mijn herinnering geworden.


Ellen de Jong