Armando

 
Niet meer dan ik zeggen moet
 
Armando (1929) schildert, beeldhouwt en schrijft. Hij acteerde met Cherry Duyns in 'Herenleed' en musiceerde. Onlangs nam hij als violist afscheid in het Concertgebouw. Al bijna 50 jaar - Armando debuteerde als dichter met Verzamelde gedichten en als prozaïst met Dagboek van een dader - zijn thema's als geweld, schuld en boete, verhouding dader en slachtoffer en vergankelijkheid - bepalend voor zijn oeuvre. Als jongen woonde hij in Amersfoort. Aan de rand van de stad was Kamp Amersfoort. De gebeurtenissen in dit Durchgangslager en in de omgeving ervan vormden zijn thematiek tot op heden. De relatie schoonheid en kwaad en 'schuldig landschap' nemen een belangrijke plaats in zijn werk in:'Een idyllische omgeving kan vroeger een bloederig slagveld zijn geweest. Door het beladen verleden is het mooier dan ooit. Schoonheid deugt niet,' schrijft Armando. Zowel in 'De straat en het struikgewas' als in het recente 'De haperende schepping' en 'Schoonheid is niet pluis' komt dit onderwerp vaak aan de orde.
 
Alleen herinneringen vertellen is voor Armando niet voldoende. In 1995 in een gesprek met Wim Kayzer zegt hij: 'Ik ben geen ik-schrijver. Ik vind mezelf niet interessant genoeg om mijn gevoelens te vertellen, ik moet het omzetten.'
De transformatie ontstaat uit het verlangen om onbegrijpelijke en menselijke gedragingen te begrijpen; het gedrag van mensen in uitzonderlijke situaties. Armando is zich er overigens van bewust dat hij er nooit in zal slagen dit verlangen te realiseren.
In datzelfde interview stelt Armando: 'Dat het afwisselend gebruik van een ik- en een hij figuur een spanning oproept is een aangenaam bijverschijnsel, maar tevens bijna een noodzakelijke techniek om me achter te verschuilen.'
 
Wat hij in zijn werk doet is het kwaad overbrengen naar het volgens hem 'schuldeloze, want amorele domein van de kunst. Hij wijdt zijn leven eraan. Dat betekent voor hem dat hij, met de persoonlijke ervaringen uit zijn jeugd als belangrijkste bron, het kwaad tot rust laat komen in kunstwerken:'Het maken van iets moois geeft voldoening. Het is troostrijk.' 
 
De schoonheid van het kwaad


Ik zoek Armando op in zijn tienhoog pied à terre in Amstelveen. Uitzicht op eindeloos groen polderlandschap: een kunstwerk op zich. Hij draagt een zwart-witte blouse, dit keer zonder z'n onafscheidelijke sjaal. Zijn blik is van me afgekeerd, zó ken ik hem van de vele foto's. Wat doet hij als schilder en schrijver met de schoonheid van het kwaad?
 
"Ik maak producten en hóe is het geheim van de smid, daar heb ik geen recept voor. Dat is mij gegeven en maakt zich meester van me zoals dat heet. Op welke wijze het werkt interesseert me ook in het geheel niet, alleen wat er uit komt. Ik kan het ook niet beoordelen, als ik het wel kon zou ik ermee ophouden, want dan is het dood geanalyseerd."
 
Schilders denken breder dan schrijvers?
 
"Ik vind schrijvers geborneerder dan schilders. Ze zijn ook door hun taal aan het vaderland gebonden en, uitzonderingen daargelaten, erg in Nederland stecken geblieben. Schilders denken internationaler."
 
De oorlog duurt voor Armando nog steeds, hij zal er over blijven schrijven:
"Ik ben bezig met een boek dat ermee te maken heeft, hoewel niemand zich er meer voor interesseert. Ik kan het niet laten. Wanneer het komt? Ik denk niet dat ik het voor mijn dood haal." Armando kijkt me nu vol aan, ik zwijg.
 
Historisch besef
 
Vanaf 1979 woont Armando in West-Berlijn. Hij koos die plek niet, wilde het wel. Hij werd als beeldend kunstenaar uitgenodigd, kreeg een tentoonstelling en maakte vandaaruit internationale carrière en ging van de stad houden.
 
In 'De straat en het struikgewas' en in 'De haperende schepping' gaat het over de onmacht van mensen, hun overgeleverd zijn aan het noodlot, de tijd en het verleden:'Ik heb geen zin om langer te wachten, ik kan alleen nog maar aan toen denken. En 'toen' is het verlangen naar morgen, dat er niet meer is, dat nooit meer zal komen. Ja, voor jou misschien, maar niet voor mij,' schrijft Armando.
En: 'Historisch besef, het is een last. Leven met het besef dat er niet alleen is, maar ook was, is een last.'
 
Je werk bevat ook waarschuwingen voor de in wezen altijd tot kwaadheid neigende mens.
"Ik raad je aan nooit iemand in vertrouwen te nemen. Men is niet te vertrouwen. Men zal ten alle tijden verraad plegen."
 
Wat moet ik daarmee?
"Ter harte nemen. Iedereen die met open ogen door de wereld loopt heeft die leerschool gehad. Wie je nog wel kan vertrouwen? Slechts enkele mensen. Maar misschien ben ik tegenover mezelf ook niet te vertrouwen. En tegenover een ander? Ik probeer het."
 
Je geeft rake antwoorden.
"Niet meer dan ik zeggen moet. Niet dat ik niet meer weet. Ik houd me aan de feiten, ga niet fantaseren."
 
Armando heeft in zijn literaire-, in tegenstelling tot zijn beeldende werk, een onderhuidse humor, hij hangt niet de vrolijke patser uit.
 
"In mijn beeldende werk wil ik geen humor hebben, geen greintje. Het moet groot en streng zijn en getuigen van melancholie."
 
Op 28 september komt er in het Armando Museum de lustrumtentoonstelling: Drijfveren. Armando en de Informele Groep.
 
Wat verwacht je daarvan?
"Niets. Ik zie het wel, laat alles over me heen komen."
 
Je bent laconiek. Je hebt ook nog nooit een slapeloze nacht gehad.
"Dat kan ik volmondig beamen. Ik lig nooit ergens wakker van."
 
 
Ellen de Jong