Dorrestijn, Hans 2016 18

Hans Dorrestijn met ‘Het einde is zoek’ in De Flint in Amersfoort. Geslaagde mislukkingen

In zijn nieuwe cabaretprogramma ‘Het einde is zoek’ is het voor Hans Dorrestijn tijd voor de barre werkelijkheid: die van onvrede, onrecht, onvermogen, zuivere onversneden wanhoop en lelijkheid. Maar er is hoop. In het donker maakt hij nog steeds de beste grappen. Er waar geen uitzicht meer is, ontstaat soms inzicht.
Dorrestijn is tekstschrijver, vertaler, schrijver en cabaretier/zanger. Met een typische zwartgallige stijl.  
Waarin wijkt deze show af van de vorigen, vraag ik Dorrestijn? “Er zitten veel meer positieve figuren in, zoals bijvoorbeeld Annie M. G. Schmidt. Ik vertel over een ontmoeting met haar van veertig jaar geleden. Zij heeft me toen geweldig bemoedigend toegesproken na een mislukte voorstelling. Verder komen er nogal wat beroemdheden aan bod, want ik heb natuurlijk in die veertig, vijftig jaar de halve wereld ontmoet. Van genoemde Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink tot Peter Koelewijn en noem maar op. De laatste jaren deed ik gewoon the best of, ik durfde eigenlijk geen nieuwe show meer aan. Ik nam een pauze. En nu sta ik er versteld van hoe leuk het gaat. Als ze aan mij vragen waar het over gaat kan ik absoluut geen antwoord geven, want er komen ontzettend veel onderwerpen ter sprake. Variërend van de aardappel tot zelfmoord. Ik beschrijf een cabaretier die pendelt tussen het bejaardenhuis en het theater en die in een moeilijk parket zit, omdat de directrice van dat tehuis verliefd op hem is.” En dan is het einde zoek! Dorrestijn: “Ja, omdat, laten we zeggen, nog steeds de dood niet echt zo duidelijk aan de deur rammelt dat ik ermee op moet houden. Mijn programma is verdeeld in blokken, er is een theaterblok, en een stuk waarin ik mijn ervaring in het gekkenhuis beschrijf; er zit een taalblok in, en een bejaardenblok en natuurlijk ook een dierenblok. (Dorrestijn is een verwoed vogelaar). “In het taalblok ga ik bijvoorbeeld tekeer tegen de uitdrukking: ‘Je stinkende best doen’, daar ben ik absoluut tegen.” Ik ben het met hem eens en vraag wat hij vindt van: ‘Ik zal je eens een poepje laten ruiken’.  Dorrestijn: “Ja, vind je die ook zo erg! Ik zie het meteen voor me en ik ruik het ook, dus ik wil het niet horen.” Daarna noem ik nog een voorbeeld : ‘Ik heb zoiets van’ en dan volgt er een verhaal dat elke keer weer met diezelfde woorden doorspekt wordt. Dorrestijn met zijn diepe, donkere lach: “Ja schat, ook niks, maar dat hoor ik niet eens meer en het erge is dat je het op den duur ook zelf gaat zeggen. Maar mijn stinkende best zal ik nooit doen!” Dorrestijn ten voeten uit. Je bent nu 75 jaar en je zegt in een interview dat je dit de leukste leeftijd vindt tot nu toe: “Dat is helemaal waar, ik ben veel gelukkiger dan vroeger en dat komt door de waardering, door de liefde die ik ontvang. Het is werkelijk onbegrijpelijk, hele zalen doen of ik mensenlevens gered heb. Vooral vrouwen zijn helemaal dol op me en dat heb ik mijn hele leven erg gemist. Dat was hun schuld niet, want ik was zo’n zenuwlijder, zo’n angsthaas, ze konden met mij niet uit de voeten. Maar tegenwoordig is het zo geweldig, ik leun gewoon tegen een muur van liefde aan.”

Ellen de Jong  2016 

Stadszaal, 31 maart 2016, 20.15 uur
Reserveren: 033 – 4229229
www.deflint.nl