Vlugt, Bram van der 2013

‘Oude Meesters’ in De Flint in Amersfoort: Samen op toneel

‘Oude Meesters’ wordt vertolkt door twee oude meesters van het Nederlands Toneel, Bram van der Vlugt en Joost Prinsen. Voor het eerst samen op het toneel, spelen ze twee broers die toneelspelen: de broers De Man. Die hebben een zekere roem verworven, maar worden niet overstelpt met aanbiedingen. Als de bodem van hun beurs in zicht komt, zijn ze gedwongen met elkaar de bühne op te gaan om te spelen in een stuk ‘Mijn Broeders Hoeder’: over twee broers die elkaar niet goed gezind zijn. We volgen het tweetal tijdens hun tournee langs de Nederlandse schouwburgen. Ongemerkt komen ze steeds nader tot elkaar.

Voorstelling

Bram van der Vlugt speelt de rol van Richard: “Wat ik bijzonder vind is om een rol te creëren, in die zin dat het nog nooit eerder is gedaan omdat het een nieuw stuk is. Dat werkt nu dubbelop omdat het niet alleen min of meer voor ons is geschreven maar ook door de schrijver, Ger Thijs, wordt geregisseerd. We zijn echt met z’n drieën bezig geweest om het stuk af te krijgen tot aan de première toe, want het verandert steeds. Je hebt te maken met de schrijver die erg let op zijn darlings die hij geschreven heeft en met de regisseur - gelukkig is Thijs een theaterman – die zich bezint op de kwestie: hoe het stuk het beste over het voetlicht komt.”
Haten de broers elkaar? “Nou ja”, Van der Vlugt zoekt even naar de juiste woorden, “ze hebben een behoorlijke haat - liefde verhouding. Het verschil tussen de oudere broer, Richard en de jongere, Koen, is dat de een meer geliefd bij de vader is dan de ander. In zo’n situatie is het de oudere die altijd een beetje de baas speelt en de jongere die daar naar opkijkt. In die hiërarchie blijkt dat als ze beiden toneel gaan spelen de oudere de mindere is van de andere. Hoe dit gegeven psychologisch is te analyseren weet ik niet maar het heeft zeker te maken met de aandacht en de liefde die ze, wisselend van de ouders hebben gekregen èn ervaren. Het is iets wat in allerlei varianten ontzettend vaak voorkomt tussen broers en zusters. En in dit geval zijn het twee broers die ook nog eens in hetzelfde vak terecht zijn gekomen, waar rivaliteit en competitie heerst. Overigens komen ze elkaar wel nader in deze voorstelling.”
Welke typische toneeldingen komen aan de orde bij het maken van een voorstelling? “Rivaliteit, wie de grootste rol speelt en of die rol met de meeste tekst ook de meeste sympathie heeft van het publiek of dat het nu juist sympathie heeft voor de rotzak of voor degene die het charmantste is, dat zijn dingen die bij toneel veel voorkomen en die zitten ook in dit stuk. Voor toneelspelers heel leuke en herkenbare situaties. Het speelt zich af in acht verschillende kleedkamers. De broers komen hier onder meer samen vlak voor de eerste repetitie, na afloop van een uit de hand gelopen voorstelling en tijdens de laatste uitvoering. De kleedkamer is een typische omgeving waar iedereen zijn eigen domeintje heeft. Het is een wonderlijke plek voor acteurs, waar je erg unheimisch bent omdat het vaak ongezellige ruimtes zijn, waar je een eigen wereld wilt creëren. Sommige acteurs maken zelfs een altaartje van hun kleedplek voor de spiegel. Het is een hele specifieke plek waar je die avond, zeker als je series speelt en elke keer in dezelfde kleedkamer komt, je eigen huisje bouwt om je eigen domein te hebben. Er zijn ook acteurs die een kleedje bij zich hebben waar ze hun schmink opleggen, dat staat voor een heel eigen huis. Een wonderlijk en leuk fenomeen.”
Waarin blinkt Thijs vooral uit? “Hij heeft een enorm goed observatievermogen en een vermogen om teksten te schrijven die to the point en goed geformuleerd zijn en ze hebben allemaal iets bijzonders en ze klinken als alledaagse taal maar dat is het helemaal niet. Je moet dus ook heel precies die teksten spreken. Wat dat betreft is het ook goed dat de regisseur tevens de schrijver is want hij zit er bovenop. Hij zegt bijvoorbeeld: Je zegt daar ‘waarvoor’ maar er staat ‘waarom’, dat is niet voor niets. Bovendien zijn zijn dialogen ritmisch en effectvol geschreven. Ze klinken niet kunstmatig maar ze zijn toch net iets anders dan gewone spreektaal. En hij heeft gevoel voor drama, hij is geen studeerkamerschrijver, hij is een man uit de praktijk.”

Ellen de Jong

3 februari 2013 om 20.15 uur
Inleiding om 19.15 uur
Conickstraat 60, Amersfoort
Reserveren 033 - 4229229