Melissen, Beppie 2015

‘Liefdeslied’ in Theater De Flint in Amersfoort

Beppie Melissen: “Het grijpt zeker aan, maar je wordt er niet door onderuit gehaald”
Vier mensen zitten middernacht in de hal van een provinciaal ziekenhuis. Ze waken over de talentvolle, jonge Raaf, die een auto-ongeluk heeft gehad: Zijn vrouw, zijn moeder, de nachtzuster en een rechercheur. Raafs toestand is kritiek. Gaandeweg wordt duidelijk dat het misschien geen ongeluk was. Raaf blijkt veel geheimen te hebben. En niet alleen hij, ze worden allen rigoureus geconfronteerd met de kwetsbaarheid en complexiteit van hun leven en liefde. Tekst Peer Wittenbols, regie Rob Ligthert, spel Anneke Blok, Paul R. Kooij, Astrid van Eck en Beppie Melissen. De moeder wordt gespeeld door Beppie Melissen: “Ze heet Ella en wat de regisseur ziet als onderliggend gevoel bij die vrouw is: een ondefinieerbare, vorstelijke, hooghartige, waardigheid van een groot verdriet. Ella heeft inderdaad een groot verdriet en zij probeert te overleven door een waardigheid op te houden. Met een enorme rem op alle emoties. Die heeft ze weggestopt. Langzaam maar zeker, licht ze wel de sluier op en krijg je meer zicht op haar achtergrond: waardoor ze geworden is die ze nu is. Peer Wittenbols wist toen hij het stuk schreef, wie welke rollen zou gaan vertolken. Zo bezien is het een rol op mij geschreven, al kent hij mij niet persoonlijk, maar hij heeft een beeld en een idee en uiteindelijk denk ik dat zo’n rol een eigen leven gaat leiden, evenals dat voor de andere spelers het geval is. Een schrijver start ergens, maar op een gegeven moment gaat zijn pen met hem op de loop en komt er een persoon uit die hij van te voren niet had voorzien. Ik vind overigens zijn taal zo mooi, vooral het ritme ervan en de manier waarop hij formuleert vind ik ook heel geestig. Peer heeft een groot gevoel voor weemoed en humor en hij heeft kans gezien de zwaarte van het stuk met veel lucht te verwoorden. Het grijpt zeker aan, maar je wordt er niet door onderuit gehaald. Het is niet somber, maar geeft hoop en troost. De uitspraak van Godfried Bomans: ‘Humor is overwonnen droefheid’, is hier helemaal op zijn plaats.” Waar verwijst de titel naar? Beppie: “De vier personages hebben zo hun eigen liefdesverhaal. Het is een nacht in een ziekenhuis en iedereen wacht op bericht over de patiënt, die in kritieke toestand binnen is gebracht. Er is verder niemand in de hal. Het ziekenhuis wordt verbouwd, dus alles staat nog half ingepakt en daar verblijven die vier noodgedwongen een nacht lang met elkaar, zonder dat ze elkaar eerder zouden hebben opgezocht. Door die extreme situatie wordt er een ander appèl op hen gedaan: ze zoeken troost en steun bij elkaar en vertellen spontaan hun eigen verhalen. En dan komt ook de liefde aan bod. Van alle vier hoor je hoe zij omgegaan zijn met hun grote liefdes. Kort en goed komt het er op neer dat er zich door de duur van het wachten een ander patroon ontwikkelt tussen de vier mensen. Ze gaan anders het ziekhuis uit dan ze er in kwamen.” 

Ellen de Jong

27 maart 2015, 20.15 uur
Inleiding 19.15 uur
Reserveren 033 – 4229229
www.deflint.nl