Groenendijk, Richard 2013

Richard Groenendijk met ‘Alle dagen' in De Flint in Amersfoort “Nooit de lach om de lach”

Richard Groenendijk is bekend als cabaretier en musicalster. Hij won met zijn zevende solovoorstelling ‘Alle dagen’, de Poelifinario Cabaretprijs 2012. Richard: “Het thema is overgave en mijn moeite daarmee. Je moet jezelf alle dagen overgeven aan dat leven vandaar die titel. De basis van de voorstelling is dat ik ooit door een vriendin van me gevraagd ben als zaaddonor, maar er zitten ook onderwerpen in als: het niet door kunnen hakken van knopen toen ik een rol had in een musical waar ik uit had moeten stappen. Ik houd daar een grappige conference over. Onder meer over wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Een ander onderwerp is: hoe ik mezelf altijd weer door mensen uit de omgeving waar ik vandaan kom, laat strikken om voor een bos tulpen een hele middag vrijwillig op een bierkist de boel te entertainen. Het zijn voornamelijk verhalen waarin ik zelf in situaties beland waar ik niet in thuis hoor en die tot hele hilarische taferelen leiden.” In een recensie in De Volkskrant word je op je beste momenten een moderne Toon Hermans genoemd. “Dat vond ik een enorm compliment omdat Hermans - qua interpretatie, timing, en het op zijn droogkomische manier kijken naar de gewone mens - mijn hele leven mijn inspiratiebron is geweest. Wat ik vooral in hem bewonder is zijn wijze van kijken naar het kleine; dat de humor echt op straat ligt, sterker nog, in je eigen huiskamer. Ik ben als cabaretier, niet zo politiek en economisch geëngageerd, ik ben meer van het sociale engagement. En Hermans keek, zoals gezegd naar het kleine en daar kon hij om lachen en huilen. Hij was uitermate geestig maar er zat altijd een tragiek onder en dat vind ik erg mooi: dat het nooit de lach om de lach is. Het kan wel eens gebeuren maar in de basis moet er altijd een laag onder liggen vind ik.” In een interview las ik: ‘Elke scène van Groenendijk is autobiografisch.’ Zelf zeg je: ‘Ik lieg nooit, ik maak hooguit de waarheid aantrekkelijker. Daarom voel ik me kwetsbaar. Alsof ik me geneer voor wat ik verteld heb.’ Richard: “Ik houd alles heel dicht bij mezelf en dacht dat als ik nu maar zoveel mogelijk laat zien van wat ik kan: onder meer een type, een lied, een smartlap, er voor iedereen wel wat herkenbaars bij zit. Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat hoe dichter je het bij jezelf houdt, hoe eerlijker je bent, hoe universeler het wordt. Mensen gaan zichzelf erin herkennen want de basisdingen als liefde, dood, de pijn en de twijfel, zijn voor iedereen herkenbaar. En ook daarmee de humor natuurlijk want ik vind het allerbelangrijkste dat mensen bij mij de zaal uitgaan en zeggen: goh, wat hebben we vreselijk gelachen maar wat zat er ook een mooie laag onder. Dat ze er toch nog even mee aan de slag gaan.” Richard zingt in zijn show drie nummers, onder meer een lied dat Theo Nijland voor hem heeft geschreven: “Het heet ‘Schoenendoos’ en het ontstond naar aanleiding van een foto die ik van mezelf vond als peuter die in zijn bedje lag te schateren naar de camera. En ik dacht  bij mezelf: wat zou ik nu zeggen als ik als volwassen man diezelfde peuter op m’n schoot zou houden, dat ik mezelf als klein kind op m’n schoot houd. Zou ik dan zeggen: joh, het komt allemaal goed of zou ik hem de waarheid vertellen en zeggen: dat het leven niet altijd over rozen gaat. Daar heeft Nijland een heel mooi lied over geschreven. En ik zing een vertaling van een nummer van Charles Aznavour, over een homoseksuele travestiet die bij zijn moeder woont in een buurt waar de mensen vreselijk intolerant op hem reageren. Het is heel vaak gezongen, het origineel luidt: ‘What makes a man a man.’ Het is echt een vertelnummer en zo actueel want er is op vele terreinen op het moment zoveel intolerantie dat ik met dat nummer per se wat wilde doen. En het past perfect in deze show.”

Ellen de Jong

8 maart 2013, 20.30 uur

Coninckstraat 60

Reserveren www.deflint.nl of tel. 033 - 4229229