Oosterhuis, Trijntje

Ik zing nu dat lied

Onlangs won Trijntje Oosterhuis de Gouden Harp:
'Raar eigenlijk om 'm nu al te krijgen, ik dacht dat je voor een oeuvre prijs een jaar of vijftig moest zijn.' Ze treedt 7 april op in Vredenburg, Utrecht.

Je zingt zoals drummers drummen, schreef Hester Carvalho.

'Ik vind het grappig dat ze er dit van maakt, het is een compliment maar ik bedoel ermee dat ik me als muzikant opstel tijdens een optreden, je kan gewoon een liedje zingen maar je kan ook een deel van een band zijn en met elkaar iedere keer weer tot een ander avontuur komen en dat is wat een drummer, maar een pianist of een bassist natuurlijk ook doet.'

Oosterhuis zingt op haar tour eigen repertoire, een aantal dingen van haar recente jazz-album 'Strange Fruit', en een nummer van Stevie Wonder, aan wie ze ooit een cd wijdde.
'Hij is me op het lijf geschreven, zijn muziek is zo mooi, zelfs zijn toonsoorten passen precies bij mij. Ik heb niet vaak dat ik me op alle fronten zo verwant voel met een componist.'

Waarnaar verwijst Strange Fruit?

'Het is een liedje dat Billie Holiday heeft gezongen. Het was een protestsong van haar in die tijd. Als donkere vrouw in een periode van veel discriminatie, terwijl het lied geschreven is door een Poolse jood die naar New York verhuisd was. Ik, als blanke vrouw in Amsterdam zing nu dat lied en het is goed daar bij stil te staan en me in te leven hoe het toen voor veel vrouwen geweest moet zijn. En het gebeurt nu nog, het is een lied dat eeuwen mee kan gaan, zeker met de gedachte dat het niet geschreven is door een neger maar door een blanke man. Het symboliseert een bepaalde situatie.'

Hoe zing je die standards?

'Ik probeer ze niet zo authentiek mogelijk te zingen, dat kan niet. Neem 'Why don't you take all of me', van Billie Holiday, dat zou een vrouw van deze tijd niet meer schrijven of überhaupt zingen. Als je haar dat hoort zingen brengt ze het alsof haar leven ervan hangt, of die man als je blieft bij haar wil blijven. Dat destructief slaafse wat ze in zich had. Ik zing het met een soort cynisme want ik kan me niet voorstellen dat ik me zo in dienst zou stellen van een relatie, dat ik zou zingen: neem alles van me want ik wil je terug. Dat is dus een groot verschil. En dat geldt ook voor de arrangementen.'

Trijntjes haarzuivere stem zwerft weg, haar man wil gedag zeggen, haar even voor zichzelf hebben. Ze lacht: 'het staat allemaal op de band. Je hoort het, ik heb een veel te gelukkig leven.'

'Om op die standards terug te komen, veel mensen vragen: vind je het niet eng ze te zingen want het is al zo goed gedaan door anderen. Als je dat als muzikant denkt kan je beter nooit meer muziek maken want alles is al gedaan.'

Ellen de Jong